Restaurantkosten die in het kader van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gemaakt, zijn in principe aftrekbaar als beroepskost. Vijftien jaar geleden werd evenwel beslist de aftrek van zulke kosten te beperken tot 50 %. De achterliggende motivering was allicht dat het meestal moeilijk uit te maken is waar het beroepsmatige karakter van de uitgaven eindigt en het privé-karakter begint.
...

Restaurantkosten die in het kader van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gemaakt, zijn in principe aftrekbaar als beroepskost. Vijftien jaar geleden werd evenwel beslist de aftrek van zulke kosten te beperken tot 50 %. De achterliggende motivering was allicht dat het meestal moeilijk uit te maken is waar het beroepsmatige karakter van de uitgaven eindigt en het privé-karakter begint. VERSOEPELING. Mede op vraag van de horecasector is begin dit jaar - op een van de superministerraden - beslist deze aftrekbeperking te versoepelen. Die versoepeling staat inmiddels te lezen in de wet van 10 mei 2004, die op 24 mei in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. Ze houdt in dat de aftrek van beroepsmatige restaurantkosten nog slechts beperkt wordt tot 62,5 %, en dit met ingang van de uitgaven die vanaf 1 januari 2004 zijn gedaan. De beperking tot 62,5 % wordt in de toekomst verder versoepeld tot 75 %. Maar vanaf wanneer is op dit ogenblik niet duidelijk. In het begin was gezegd dat deze versoepeling van toepassing zou worden met ingang van 1 januari 2005. Maar uiteindelijk heeft de wetgever ervoor geopteerd om nog geen vaste datum te bepalen. Hij laat het aan de koning over om te beslissen wanneer de grens van 75 % van toepassing wordt. Blijkens hetgeen de minister van Financiën daarover in het parlement heeft gezegd, moet er eerst een akkoord met de sector zijn over een betere invulling van zijn fiscale verplichtingen. Pas nadien gaat het aftrekpercentage omhoog naar 75 %. COMPENSATIES. De ministerraad die tot de verhoging van het aftrekpercentage heeft beslist, heeft daarnaast ook besloten dat het budgettaire verlies dat met de maatregel gepaard gaat, minstens gedeeltelijk gecompenseerd moet worden door het afschaffen van enkele administratieve toleranties. Over welke toleranties het gaat, werd er toen niet bij gezegd. Een bericht in het Staatsblad van 24 mei leert dat het om te beginnen gaat om de restaurantkosten naar aanleiding van zakenreizen naar het buitenland. Volgens de letter van de wet is de aftrekbeperking van restaurantkosten zonder meer van toepassing, of de maaltijden nu in België of in het buitenland genoten worden. Maar in de praktijk aanvaardde de belastingadministratie dat de beperking niet gold voor restaurantkosten die tijdens een zakenreis in het buitenland gemaakt werden. Zij redeneerde allicht dat het risico op misbruik in dit geval kleiner, zo niet te verwaarlozen is. Maar deze tolerantie gaat nu toch voor de bijl. Met ingang van 1 januari zijn ook deze restaurantkosten aan de (nieuwe) aftrekgrens van 62,5 % onderworpen. HOTEL. Een tweede tolerantie had te maken met de situatie waarin iemand een zakenrelatie in België ontvangt en hem laat logeren in een hotel. Ook in dit geval is de kans dat het om privé-uitgaven gaat zo goed als uitgesloten. Vandaar dat de fiscus aanvaardde dat de aftrekbeperking ook niet moest worden toegepast ten aanzien van de restaurantkosten die in de hotelrekening begrepen zijn. Ook deze tolerantie is met ingang van 1 januari 2004 afgeschaft. SEMINARIE. Een derde tolerantie had te maken met restaurantkosten die in bijkomende orde begrepen zijn in de kostprijs van een seminarie, een colloquium enzovoort. Wie een seminarie volgt, doet dit meestal niet vanwege de maaltijd die 's middags aan de deelnemers aangeboden wordt. De kans op misbruik is hier dus ook klein. Vandaar dat ook hier aanvaard werd dat de kostprijs van het seminarie volledig als beroepskost aftrekbaar was, inclusief het deel dat op de kosten van het middagmaal betrekking had. Die tolerantie is nu ook - met ingang van 1 januari - geschrapt. De organisatoren van seminaries zullen voortaan dus op hun factuur een uitsplitsing moeten maken tussen de eigenlijke kostprijs van het seminarie en het deel dat betrekking heeft op de maaltijd. Voor de facturen die uitgereikt zijn tussen 1 januari en de dag waarop het bericht in het Staatsblad werd gepubliceerd (24 mei) en waarop die uitsplitsing normaal gezien nog niet voorkomt, gaat de administratie er gemakshalve van uit, dat 20 % van de kostprijs geacht mag worden betrekking te hebben op de maaltijd. Dat gedeelte moet dan aan de aftrekbeperking (van 62,5 %) onderworpen worden. COPIEUS. Het bericht maakt ten slotte - zonder verdere commentaar - melding van de situatie waarin bedrijfsleiders of zakenrelaties een maaltijd nuttigen in de bedrijfskantine. Naar verluidt heeft de administratie hier onder meer het geval op het oog waarin bedrijfsleiders of hogere kaderleden de beschikking hebben over een afzonderlijk bedrijfsrestaurant waar zij een copieuze maaltijd kunnen genieten, of waar zij hun zakenrelaties kunnen ontvangen. In de praktijk zou er in sommige gevallen twijfel bestaan of de kosten van zo'n bedrijfsrestaurant wel of niet aan de aftrekbeperking onderworpen zijn (kosten van gewone bedrijfsrestaurants waar aan personeelsleden sociale middagmalen worden aangeboden, zijn onder bepaalde voorwaarden immers wel volledig aftrekbaar). Voor alle duidelijkheid vermeldt het bericht nu dat zulke exclusieve bedrijfsrestaurants (voor hogere kaderleden en zakenrelaties) wel degelijk aan de aftrekbeperking onderworpen zijn. Jan Van DyckDe toleranties inzake de aftrek van restaurantkosten zijn afgeschaft.