Amsterdam.
...

Amsterdam.Toen Frits Goldschmeding in 1960 in Nederland de voorloper van Randstad oprichtte, was het begrip uitzendarbeid nauwelijks bekend. Eigenlijk was het bedrijfje, dat zelfs de naam garagebedrijf niet verdiende, een soort studentengrap (zie kader: Studentengrap). Die is stevig uit de hand gelopen, want Randstad is vandaag de derde grootste uitzendgroep in de wereld. Frits Goldschmeding ging op 16 mei vorig jaar met pensioen. Maar hij blijft de paus, de goeroe van de uitzendarbeid. Randstad heeft - behalve aan het begin van de jaren tachtig - steeds een groei gekend. En volgens Frits Goldschmeding komt er nog geen einde aan die expansie. "In België, Nederland, de Verenigde Staten en Frankrijk is de uitzendformule de kinderjaren ontgroeid," zegt hij. "Maar in heel Europa ligt het aantal uitzendkrachten nog op minder dan 1%. In Nederland halen we 4%, in België 1,5 à 2%. Uitzendbureaus hebben een percentage van tenminste 4% nodig om vraag en aanbod goed bij elkaar te laten passen. Zoals een taxiplaats ook alleen werkt in grote steden. De markt moet de komende vijftien jaar nog met 10% groeien, ook in een matuur land als Nederland. Dertig jaar geleden was uitzendarbeid het opvullen van piek-ziek situaties, hoofdzakelijk bij administratief personeel. Nu zijn we actief voor alle mogelijke functies en is uitzendarbeid een strategisch element geworden. Ondernemingen zorgen zelf voor personeel voor hun corebusiness, maar die vaste kern moet worden aangevuld met flexarbeiders." Olie voor de economieFrits Goldschmeding doet echter niet mee aan het doemdenken dat een toekomst voorspelt met een kleine vaste kern en een grote groep van tijdelijke en onzekere contractuelen errond. "In de meeste landen is in het jongste decennium het aandeel van flexarbeid niet echt toegenomen," zegt hij. "Onderling is er wel een verschuiving naar meer uitzendarbeid en minder tijdelijke contracten."Frits Goldschmeding is een econoom van opleiding. En is steeds zijn klassiekers blijven lezen. "Economie is mijn hobby," zegt hij. Macro-economische vergelijkingen zijn z'n stokpaardje. "Momenteel filosofeer ik nogal over increasing returns, toenemende meeropbrengsten. Als ik u een aansteker verkoop voor 100 gulden, heb ik 100 gulden, maar ben ik mijn aansteker kwijt. Als ik een softwareprogramma verkoop, ben ik niets kwijt. Mijn kennis blijft. Als je kennis verkoopt, dalen de kosten en stijgen de opbrengsten." Goldschmeding heeft ook een project opgezet samen met de universiteiten van Gent, Rotterdam en Amsterdam en met de business school van Nijenrode om een koppeling te maken tussen de cijfers waarover een uitzendbedrijf als Randstad beschikt en de conjunctuurontwikkeling. Frits Goldschmeding: "Een conjunctuurgolf loopt altijd van west naar oost. Van de VS naar Engeland en dan naar Europa. En in Europa van zuid naar noord. De duurtijd van een uitzendorder is daarbij een indicator van hoe het gaat met de economie. Als een uitzendkracht korter blijft en de orders van de bedrijven zijn langer, dan gaat het goed. Momenteel zijn we niet somber gestemd. We zien de orderduur nog niet afnemen en we zien vrij korte duurtijden bij de uitzendkrachten. Maar als we elkaar de ellende blijven aanpraten, dan gaan we zeker naar een recessie."Volgens Goldschmeding is flexarbeid een soort van olie voor de economie. "Inflexibele landen kennen een hoge werkloosheid," beweert hij. "Als je te veel personeel op de loonlijst hebt, moet je dat blijven doorbetalen als het slecht gaat. Je kosten liggen dan te hoog en je kan niet meer exporteren. Je loopt achter op alle gebieden. Duitsland is daar een goed voorbeeld van. Kanselier Gerhard Schröder heeft zich hier doodgeschrokken toen hij bij ons op bezoek was. Die man begreep niets van flexarbeid. Hij heeft ons gevraagd of we enkele van onze beleidsmedewerkers naar hem konden sturen." "Een renteverlaging helpt niets," zegt Goldschmeding, voortbordurend op de Duitse economische situatie. "Als ik een plant water geef, zal zij beter groeien, maar als de grond keihard is, dan moet je eerst de grond losmaken (flexibiliteit) en dan water (een renteverlaging) geven." Ook vindt Goldschmeding het totaal verkeerd om de werkloosheid te willen oplossen door de arbeidsduur te verminderen. "Als je de economie wil aanzwengelen, moet iedereen net een uurtje langer gaan werken," zegt hij. "Dat geeft meer inkomen en een hogere consumptievraag. Als je korter gaat werken, krijg je het omgekeerde effect en vernietig je arbeid. Door meer te werken, houd je de arbeidsmarkt krap en schuiven hoog opgeleide mensen naar functies die bij hen passen. Op die manier krijgen mensen onderaan weer kansen. Dat gaat in tegen de gangbare opvatting, omdat iedereen micro-economisch denkt en niet macro."Interim blijft lokaalFrits Goldschmeding ziet een toekomst voor uitzendarbeid in bijna alle landen. "Het is nog steeds een beginnend vak," zegt hij. Randstad is een grote internationale speler, maar hoe gaat zo'n concern om met de culturele verschillen tussen de landen? Frits Goldschmeding antwoordt pragmatisch. "Er zijn verschillen, maar uiteindelijk lijken bedrijven veel op elkaar. Er moet altijd iemand achter een pc zitten en die is overal dezelfde."Dat de euro het proces van de gelijkschakeling zal versnellen, gelooft hij niet echt. "Interim zal in hoofdzaak een lokale activiteit blijven. Kennis is niet digitaliseerbaar. Het blijft een hoogst individuele en dus lokale actie om een uitzendkracht te koppelen aan de vraag. Centraal kunnen we wel wat doen aan opleiding en kwaliteit." Toch is de concentratietendens erg sterk in de sector. Computer- en testsystemen kosten veel geld en moeten afgeschreven kunnen worden in grote groepen. Zelfs de grootste uitzendbureaus zijn daarvoor volgens Goldschmeding nog te klein. Hij verwacht tussen vijf à zeven dominante partijen op iedere markt. Met een aantal kleinere errond. "Er is altijd plaats voor een goed klein bureau," zegt hij.Nieuwe tendensenUitzendarbeid is van het opvangen van ziektes en pieken nu een strategisch element geworden. Zo wordt ze steeds meer gebruikt als selectie-instrument. "Daar waren we vroeger heel erg tegen," zegt Frits Goldschmeding. "Tot we ontdekten dat dat dom is. Iedereen heeft in zijn leven een periode waarin hij niet direct aansluitend werk vindt. Maar die mensen willen niet hun hele leven werken via een interimbureau. De meeste mensen willen een vaste baan. Waarom zou je dat tegenhouden?"Veel uitzendorganisaties zijn daardoor de weg opgegaan van de pure arbeidsbemiddeling. Maar daar blijft Goldschmeding tegen gekant. "Als je een huis zoekt, ga je naar een makelaar. Als je voor twee dagen een woning nodig hebt, ga je naar een hotel. Maar die hoteldirecteur moet je niet vragen een huis te zoeken." Randstad brengt daarom diverse specialiteiten op de markt onder diverse merknamen.De uitzendkrachten gebruiken interim als een middel om zich te verbeteren. Uitzendbureaus verzorgen steeds meer hun opleiding. "Wij bezorgen ze een eenvoudige baan, de uitzendkracht volgt een cursus, wij zorgen voor een betere baan. Enzovoort," verklaart Goldschmeding.De nieuwste tendens is dat uitzendbureaus zelf mensen aanwerven om ze dan te detacheren naar bedrijven. Dat gebeurt vooral bij de hogere functies, ingenieurs bijvoorbeeld, omdat er daar altijd schaarste aan is. Nogal wat consulenten klagen dat het stijgend tekort aan personeel hun job moeilijker maakt. "Ze vergeten dat in een krappe arbeidsmarkt mensen sneller van plaats verwisselen," zegt Frits Goldschmeding. "Meer mensen willen ergens korter blijven, maar de orders worden daarentegen langer, omdat de bedrijven een goede kracht niet willen laten gaan." En Goldschmeding tekent tegelijk één van zijn favoriete macro-economische schema's op een papiertje. Toch leuk wanneer je hobby en je werk samenvallen.GUIDO MUELENAER