Wanneer we het in België over de Eerste Wereldoorlog hebben, overheerst het beeld van de modderige loopgraven in de Westhoek en Noord-Frankrijk. Maar de strijd aan het oostfront, tussen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije enerzijds en Rusland anderzijds, was niet minder bloedig. In het eerste jaar van de oorlog speelde het fort van Przemysl een cruciale rol. Nu ligt dat stadje op de grens tussen Polen en Oekraïne. In 1914 was het een vestingstad aan de oo...

Wanneer we het in België over de Eerste Wereldoorlog hebben, overheerst het beeld van de modderige loopgraven in de Westhoek en Noord-Frankrijk. Maar de strijd aan het oostfront, tussen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije enerzijds en Rusland anderzijds, was niet minder bloedig. In het eerste jaar van de oorlog speelde het fort van Przemysl een cruciale rol. Nu ligt dat stadje op de grens tussen Polen en Oekraïne. In 1914 was het een vestingstad aan de oostkant van het Habsburgse Rijk. Przemysl was samen met de Karpaten de laatste verdedigingswal voor de vruchtbare landbouwakkers van Hongarije. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog moest het fort van Przemysl worden verdedigd tegen Russische aanvallen. Historicus Alexander Watson schreef een meeslepend relaas over de strijd om Przemysl. Er waren 140.000 soldaten gelegerd en in de herfst van 1914 werd het fort honderd dagen belegerd door de Russen. In maart 1915 slaagde het tsaristische leger erin Przemysl te veroveren, om er een aantal maanden opnieuw te worden verdreven. De geschiedenis van de belegering van het fort is interessant, omdat de strijd een voorafspiegeling is van de totale oorlog zoals die vanaf de Tweede Wereldoorlog zou worden gevoerd. Die oorlog beperkte zich niet tot twee legers die tegenover elkaar stonden, ook de bevolking werd zwaar getroffen. Voor het eerst in de geschiedenis werden vliegtuigen gebruikt om een stad te bombarderen. De schade in Przemysl was beperkt, maar het leidde wel tot een angstpsychose bij de bevolking. In en rond Przemysl werden ook voor het eerst etnische zuiveringen doorgevoerd. Vooral de Oekraïners waren het slachtoffer van moordpartijen. De Russen beschouwden hen wegens hun religie - de Grieks-katholieke Kerk - als aanhangers van het Habsburgse Rijk. De Oostenrijkers beschuldigden diezelfde Slavische Oekraïners van spionage voor de Russen. De Joden in en rond Przemysl werden het slachtoffer van pogroms. Watson wijst erop dat de belegering van Przemysl door de Russen deels slaagde door de stad af te sluiten en uit te hongeren. Krijgsgevangenen kwamen om door ondervoeding. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deden de nazi's hetzelfde met de belegering van Leningrad. Zowel aan Duitse als aan Russische kant stierven gevangen soldaten door gebrek aan voedsel.