We staan er helemaal niet meer bij stil, als we met een turbodiesel rijden: hoezeer de technologie van de dieselmotoren er de voorbije jaren op is vooruitgegaan. Niet alleen op het gebied van verbruik en beperking van de uitstoot. Ook en wel in de eerste plaats, op het vlak van de zuivere prestaties. 170 pk uit een tweeliter halen, het wordt stilaan heel gewoontjes.
...

We staan er helemaal niet meer bij stil, als we met een turbodiesel rijden: hoezeer de technologie van de dieselmotoren er de voorbije jaren op is vooruitgegaan. Niet alleen op het gebied van verbruik en beperking van de uitstoot. Ook en wel in de eerste plaats, op het vlak van de zuivere prestaties. 170 pk uit een tweeliter halen, het wordt stilaan heel gewoontjes. Heel summier samengevat is zoveel technologische vooruitgang te danken aan twee basiselementen: common rail, een systeem onder heel hoge druk dat de diesel in hoge mate gaat vernevelen en rechtstreeks in de cilinders inspuit, en een turbolader met variabele geometrie. Met zoveel vernuft krijgen moderne dieselmotoren een eigenschap waar benzinemotoren met vergelijkbare cilinderinhoud alleen maar van kunnen dromen: ze hebben een bijna fenomenale trekkracht in de lage toeren. In de praktijk betekent dat: heel soepel rijden, met altijd en overal vermogen onder de voet, zonder dat je de hele tijd moet schakelen. Dat dieselmotoren qua prestaties al lang niet meer moeten onderdoen voor benzinemotoren, straalt af op de autosport. Audi neemt straks voor de tweede keer deel aan de 24 Uren van Le Mans met een dieselmotor, en won vorig jaar trouwens. Terwijl Peugeot dit jaar in de historische uithoudingsrace debuteert met zijn diesel. Maar op de openbare weg konden we nog maar weinig auto's spotten die het predicaat echte sportwagen meekrijgen en zich door diesel laten voeden. Merkwaardig, want de technologie was er. Of toch niet merkwaardig: het is immers een psychologische kwestie. Voor de fanaat van echte sportwagens is diesel not done. Ten onrechte, bewijst Renault nu met een moedige dieselversie van de Mégane RS, zoals in Renault Sport. De Mégane RS is het raspaardje in het gamma van de best verkochte Renault. En ja, naast zijn stoere benzinemotor is hij nu dus ook verkrijgbaar met de turbodiesel van 175 pk. We reden ermee, en ontdekten een gave machine waarmee je oerend hard door de bochten kan scheuren. Zeker met de versie 'Cup', die in tegenstelling tot de versie 'Sport' wat strakker is afgeveerd. Na de testrit hoorden we collega's uit die heel wat circuitervaring hebben met echte racewagens, en tekenden op: Renault is in zijn opzet geslaagd, want deze Mégane RS dCi gedraagt zich als een echte sportwagen. Dankzij een motor die krachtig is, een uitstekend afgesteld onderstel, en remmen die in alle omstandigheden paraat zijn. Alleen het brullende motorlawaai van wat vroeger een sportwagen was, moet je missen. De diesel is immers fluisterstil. En precies daarom biedt de Mégane RS dCi in zijn versie 'Sport' een perfect compromis: hij is niet alleen een sportwagen, ook al met die heerlijke stoelen van Recaro, maar tegelijk een heerlijk gezwinde en comfortabele reiswagen. Om eindeloze kilometers mee te vreten. Aanrader, ja. Jo Bossuyt