R enault blijft het gamma van de Mégane II uitbreiden. Zo is er nu een berlineversie die er met vier deuren helemaal anders uitziet dan de hatchback. Daarnaast is er een break - hoewel ze die bij Renault liever Grandtour noemen en - er is vooral ook een coupé-cabriolet.
...

R enault blijft het gamma van de Mégane II uitbreiden. Zo is er nu een berlineversie die er met vier deuren helemaal anders uitziet dan de hatchback. Daarnaast is er een break - hoewel ze die bij Renault liever Grandtour noemen en - er is vooral ook een coupé-cabriolet. Met dat laatste model treden we eigenlijk in een wereld die door de concurrentie werd geschapen. Meer bepaald bij Peugeot, met de 206cc: een cabrio met een plooidak van metaal. Zodat de auto open een echte cabrio is, en gesloten eigenlijk een coupé. Waarmee je rijdt alsof het dak er nooit af is geweest. Alleen koos Renault voor een doorzichtig dak van glas, gemaakt bij Karman. Het elektrische systeem, bediend met een eenvoudige knop, heeft amper 22 seconden nodig om het dak helemaal weg te toveren. En van de coupé dus een cabrio te maken. En net zoals bij het metalen dak van de concurrentie biedt het glazen dak van de Mégane een uitstekende akoestische en thermische isolatie. Deze nieuwe coupé-cabrio is technisch nauw verwant met de hatchback. Maar van het originele koetswerk zijn alleen de snoet, de lichten en de motorkap overgenomen. De flanken zijn nieuw, speciaal om de auto een nog vloeiender lijn te bezorgen. De coupé-cabriolet wordt aangeboden met drie afwerkingsniveaus: Authentique, Dynamique en Privilège. Voorts zijn er twee uitrustingsniveaus ( Confort en Luxe) en drie motoren: twee die zich laten voeden met benzine (1.6l van 83 kW en 2l van 98,5 kW) en een diesel (1.9l met rechtstreekse inspuiting van het type common rail) van 85 of 88 kW, waarvan het koppel 300 Nm bedraagt. Eigenlijk is het merkwaardig dat Renault bij de benzinemotoren voor de tweeliter koos en niet voor zijn 1.8l, die qua vermogen nochtans heel dicht in de buurt van zijn grotere broer komt en zelfs pittiger aanvoelt. Maar dat heeft op de Belgische markt wellicht niet zo'n belang, want wie een afkeer heeft voor diesel of er geen nood aan ervaart, opteert in dit land doorgaans toch voor de 1.6l, die ook goedkoper is (vanaf 21.350 euro). Wat niet wegneemt dat de meeste klanten zullen kiezen voor de diesel, een zeer soepele krachtbron die wonderwel bij deze auto past. En ook het beste naar boven brengt uit deze kooi, die uiteraard werd versterkt (dit is een cabrio!) en van een goede torsiestijfheid getuigt. Op de weg gedraagt de Mégane coupé-cabrio zich zeer voorspelbaar en genieten alle inzittenden van een hoog comfortniveau. Een windscherm achter de stoelen zorgt ervoor dat de luchtstroom bij open rijden nooit hinderlijk wordt. Met de 1.9 dCi is deze coupé-cabriolet voor gezinnetjes (de achterste stoelen zijn wat moeilijker toegankelijk voor volwassenen) bovendien een echte kilometervreter. Christophe