Rembrandt? Iedereen denkt hem te kennen. Zoals iedereen ook Vermeer of van Dyck meende te kennen, tót recente exposities pas echt de ogen openden. Dergelijke tentoonstellingsprojecten rond grote kunstenaars kunnen misschien wat te veel naar marketing ruiken, dat neemt niet weg dat ze de bezoekers een deugddoende schok bezorgen. Geconfronteerd met de authentieke werken van de grootmeesters - in plaats van prentjes in kunstboeken - begrijpen we pas echt waarom ze tot het pantheon der schilders zijn gaan behoren.
...

Rembrandt? Iedereen denkt hem te kennen. Zoals iedereen ook Vermeer of van Dyck meende te kennen, tót recente exposities pas echt de ogen openden. Dergelijke tentoonstellingsprojecten rond grote kunstenaars kunnen misschien wat te veel naar marketing ruiken, dat neemt niet weg dat ze de bezoekers een deugddoende schok bezorgen. Geconfronteerd met de authentieke werken van de grootmeesters - in plaats van prentjes in kunstboeken - begrijpen we pas echt waarom ze tot het pantheon der schilders zijn gaan behoren.De tentoonstelling in het Haagse Mauritshuis focust op de zelfportretten van Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669): vijfentwintig van het veertigtal dat hij in olieverf schilderde, en voorts al deze die hij tekende of etste. Geen andere kunstenaar heeft zichzelf zo vaak en op zo verscheiden wijze geportretteerd. De expositie geeft tegelijk ook een uniek beeld van Rembrandts stilistische ontwikkeling. De werken getuigen van de enorme vitaliteit van 's mans inspiratie, van de voortdurende vernieuwing in de zoektocht naar de picturale perfectie bij deze late meester van het clair-obscur, en van de psychologische diversiteit naargelang van de blije of droeve periodes in z'n leven. Want hij heeft ellende gekend: na de dood van z'n vrouw Saskia in 1642 - het jaar waarin hij De Nachtwacht schilderde - kwam hij in financiële en persoonlijke moeilijkheden. In 1656 werden z'n bezittingen zelfs geïnventariseerd en verkocht. De kleine Rembrandt, zoon van molenaar Harmen, werd door z'n vader naar Latijnse scholen en vanaf z'n 14de naar de academie van Leiden gestuurd. Z'n grafisch talent kwam al vroeg aan de oppervlakte, zodat hij eerst bij de lokale schilder Swanenburgh en later bij Pieter Lastman in Amsterdam in de leer mocht gaan.Rembrandt evolueert spoedig naar een eigen, vrij anti-academische stijl, met een sterk narratieve inslag en het gebruik van krachtige, expressieve poses. Later gaat hij z'n beelden alsmaar meer van al het overtollige ontdoen, en de kleuren verdiepen. Als model voor z'n eigen plastische 'research' had hij het voordeel over een expressieve blik en dito gelaat te beschikken. In z'n eerste doeken beeldt de kunstenaar zich nog af als figurant in bijbelse of historische taferelen, later schildert hij zich 'solo' (in oosterse klederdracht of als jonge prins, etcetera) en worden z'n werken echte studies van gelaatsuitdrukkingen. Naar het einde van z'n leven toont Rembrandt zich nu eens als apostel Paulus, dan weer als een welgestelde bourgeois. Z'n trekken worden wat molliger, maar z'n geest blijft even alert. Met meesterlijke verfstreken gaat hij wars van elk bijkomstig detail recht naar de essentie, naar de ziel van z'n onderwerp, in casu zichzelf."Rembrandt Zelf", van 25 september tot 9 januari in het Mauritshuis in Den Haag. Alle dagen van 9 tot 18 uur, op donderdag en vrijdag tot 22 uur. Info en reserveringen: Tel. 0031-70-419.55.00.