Emiel Van Broekhoven is hoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van de Beleggers en de Beleggingsclubs.
...

Emiel Van Broekhoven is hoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van de Beleggers en de Beleggingsclubs.Op zestig jaar is de gemiddelde verwachte levensduur van vrouwen 26 jaar en van mannen 22 jaar. Maar er is meer. Van die zestigjarige mannen wordt 23 % negentig jaar en ouder en van de vrouwen 37 %. Men mag dus bij pensioenplanning best iets langer stilstaan. Uitgaan van eenvoudige modellen voor de financiële behoeftenraming is niet verkeerd. Een voorbeeld. Op het einde van de actieve carrière verdient men 2500 euro netto per maand. Men gaat ervan uit dat een aantal uitgaven jobgebonden zijn, bijvoorbeeld 20 %. Dus stelt men typisch dat men 2000 euro per maand gemiddeld nodig heeft. Als we aannemen dat een werknemer daarvan 1250 euro krijgt uit het wettelijk pensioen en een zelfstandige 750 euro. Dus heeft de werknemer een supplement van 750 euro per maand, de zelfstandige van 1250 euro per maand, die zij uit andere bronnen dan het wettelijk pensioen moeten financieren. We bekijken even twee manieren waarop we deze behoefte kunnen veiligstellen. 1. Ruim gerekend kan men op zestig jaar een tegen 2 % geïndexeerde lijfrente krijgen tegen een factor 20. Dus 1250 euro maandelijks, hetzij 15.000 euro jaarlijks zolang een van beide leeft (met 80 % voor de overlevende), komt dan uit een kapitaal van 300.000 euro. En 750 euro maandelijks voor de werknemer, hetzij 9000 euro jaarlijks, komt voort uit 180.000 euro. 2. Een andere manier van benaderen bestaat erin dat men een opbrengst van 3 % reëel kan krijgen op een bedrag dat 50 % is belegd in aandelen en 50 % in obligaties. Dus heeft de werknemer een kapitaal nodig van 300.000 euro en de zelfstandige van 500.000 euro om het regelmatige inkomen te bereiken dat zij beiden aan het kapitaal kunnen onttrekken. Levensfasen. De eerste methode lijkt zekerder dan de tweede, althans op voorwaarde dat de gemiddelde inflatie 2 % bedraagt. Met de eerste methode is men ook zeker dat er geen erfenis zal zijn, in de tweede methode normaal wel. Als er ook nog een woning is, speelt die in beide gevallen de rol van de veiligheidsbuffer. Een andere methode om tot een raming van de financiële behoeften te komen, gaat uit van de levensfasen die men als gepensioneerde zal doorlopen. Recent gepensioneerden voelen zich nog jong. Sommigen hebben hun actieve loopbaan te vroeg moeten verlaten. Ze willen hun energie kwijt, reizen, de wereld zien, zich uitleven in een hobby, de kinderen helpen. De vaste kosten van het gezin liggen misschien niet beduidend hoger dan voordien en de uitgaven voor courant levensonderhoud ook niet, maar de discretionaire uitgaven voor reizen, restaurants, shopping, giften kunnen in de actieve pensioenfase beduidend hoger uitvallen dan verwacht en berekend. De drang naar activiteit neemt tien jaar later dan wel af en dus ook de spontane behoefte aan discretionaire bestedingen. Gemiddeld genomen beginnen de uitgaven voor ziekte (ook hospitalisatie), behoefte aan huishoudelijke hulp en verzorging dan toe te nemen. Bij vrijwel iedereen blijkt de drang naar het behoud van een zelfstandig en onafhankelijk leefpatroon zeer groot te zijn. Wanneer met het ouder worden een der partners hulp behoeft, zal de ander die zolang mogelijk thuis verschaffen. Na het overlijden van een van de partners, zal de partner die niet meer kan worden opgevangen door dochter, zoon of vrienden, een opname behoeven in een verzorgingsflat of rusthuis. Intussen is er vaak ook al een successie geregeld. In het geval dat beide partners hulp behoeven bij een aantal dagelijkse activiteiten, moeten ze beiden opgenomen worden in een rust- en verzorgingstehuis. Vanaf dat punt verandert het uitgavenpatroon van de gezinseenheid, alleen of met twee, gevoelig. Een relatief hoge maandelijkse som zal betaald worden voor verblijf, eten enzvoort, en de discretionaire uitgaven worden klein. De uitgaven voor ziekte, medicatie en hospitalisatie, of voor de verzekeringspremies die die uitgaven voorkomen, en voor eventueel intensieve verzorging (als die apart geprijsd wordt) nemen gevoelig toe. Dure diensten. Vaak wordt over het hoofd gezien dat de dynamiek van de uitgaven eveneens verandert. De inflatie meet de gemiddelde kosten van levensonderhoud. De prijzen van sommige goederen en diensten (kleding, vervoer, elektronica, voeding, industriële producten) lopen alles bij elkaar achter op de gemiddelde inflatie, maar de producten van persoonlijke diensten stijgen sneller dan de algemene kosten van levensonderhoud. Dat wil dus zeggen dat men ermee rekening moet houden dat de premies van de ziekte- en hospitalisatieverzekering, en de kosten van de home of de verzorgingsflat, sneller zullen blijven stijgen dan de inflatie, omdat daar - hopen we toch - het element van menselijke dienstverlening zal blijven domineren. Maar die menselijke productiefactor moet betaald worden en die vergoeding moet dus de reële loongroei kunnen volgen opdat het aanbod verzekerd zou blijven. Wie dus alleen rekent op zijn geïndexeerde wettelijk pensioen en op zijn geïndexeerde lijfrente om de toenemende kosten van de verzekeringspremies te betalen, evenals de kosten van een eventueel langdurig verblijf in een verzorgingstehuis, kan voor onaangename verrassingen komen te staan als het even tegenvalt. Pessimisten. Uitgaan van eenvoudige financiële modellen voor de behoeftenraming van gepensioneerden is gemiddeld genomen of meestal niet verkeerd. Maar je loopt wel serieuze risico's als het even verkeerd gaat. De tegenhanger van de 76 % kans dat je niet lang in een verzorgingstehuis zult vertoeven is de 24 % kans dat je er meer dan een jaar zult verblijven. Maar zoals Karen Blixen zei in 'Out of Africa': "Verzekering is voor de pessimisten." Emiel Van BroekhovenDe premies van de ziekte- en hospitalisatie-verzekering en de kosten van de home of de verzorgingsflat zullen sneller blijven stijgen dan de inflatie.