Zoek niet langer naar een nieuw fascinerend reisverslag, Paul Theroux pakt alweer uit met een groots, gedetailleerd en geduldig meanderend relaas. Zonder navelstaren, zonder valse pathos en zonder gemillimeterd politiek correct discours. Hij brengt zijn getuigenis. Punt. Hard, compromisloos, ondubbelzinnig - en dat maakt het allemaal des te boeiender.
...

Zoek niet langer naar een nieuw fascinerend reisverslag, Paul Theroux pakt alweer uit met een groots, gedetailleerd en geduldig meanderend relaas. Zonder navelstaren, zonder valse pathos en zonder gemillimeterd politiek correct discours. Hij brengt zijn getuigenis. Punt. Hard, compromisloos, ondubbelzinnig - en dat maakt het allemaal des te boeiender. Zowat 62 is hij inmiddels, maar zijn jongste avontuur getuigt veeleer van jeugdige, romantische overmoed. Hij reisde over land door Afrika, van Egypte naar Zuid-Afrika. Beroofd, beschoten en beschimpt werd hij. Het vreemde of juist het tragische is dat we daar niet eens bij opkijken als het over een blanke reiziger gaat die zich door krabbenmanden als Ethiopië en Oeganda waagt. Ironisch genoeg was het voor de nochtans doorgewinterde reiziger Theroux wel een schok. Veertig jaar geleden werkte hij als hulpverlener in Malawi en Oeganda. De meeste Afrikaanse landen waren nog niet lang onafhankelijk en bruisten van zelfvertrouwen en hoop op een welvarende toekomst. Vier decennia later ploetert Theroux door een grotendeels dantesk continent. Oorlog, geweld, aids, honger en corruptie hebben geen spaander heel gelaten van de droom. Bovendien wordt de zestiger Theroux geconfronteerd met zijn herinneringen aan zijn Afrikaanse geluk als hoopvolle twintiger. Gelukkig wentelt hij zich niet in melancholie of zelfbespiegeling, Theroux blijft op de eerste plaats een scherp observator. Zijn verslag, Dark Star Safari - Een reis van Caïro naar Kaapstad (Atlas, 525 blz., 29,90 euro), blijft boeien, ook al vindt de aandachtige lezer zeker enkele fouten over de jongste geschiedenis. Misschien zullen die gretig aangegrepen worden door de vele tegenstanders die de controversiële Theroux zich op de hals jaagt, zeker nu hij zich met een wat baldadige provocatie afzet tegen de al te luxueus levende, arrogante blanke hulpverleners, die volgens hem meer kapotmaken dan helpen. Voor wie na Theroux' Afrikaanse fresco nog meer avontuurlijke reisverslagen wil, lijkt De wilde horizon (Bezige Bij, 544 blz., 15,85 euro) van nog een oude bekende, Jan Cremer, in aanmerking te komen. Zijn reizen door Mongolië, Siberië, Groenland en Lapland dateren evenwel uit de vroege jaren zeventig en doen doorgaans gedateerd aan. Zijn rauwe stijl en viriele register zijn leuk om lezen - voor even, in zo'n turf werkt dat niet. Dan maar naar het echte historische avontuur met Barrows jongens (Atlas, 451 blz., 24,95 euro). Fergus Fleming vertelt meeslepend over de veelal rampzalige Britse ontdekkingsreizen uit de negentiende eeuw. Meesterlijk. Luc De Decker