Het International Consortium of Investigative Journalists maakte vorige maand de resultaten van een onderzoek bekend naar de manier waarop banken offshoreconstructies opzetten voor hun klanten. 'Offshore leaks' veroorzaakte een schokgolf. De minister van Financiën Koen Geens (CD&V) verklaarde als reactie dat hij wil meewerken aan het initiatief van vijf grote Europese landen om naar een hogere versnelling te schakelen in de strijd tegen de fiscale fraude en de belastingontwijking via fiscale paradijzen.
...

Het International Consortium of Investigative Journalists maakte vorige maand de resultaten van een onderzoek bekend naar de manier waarop banken offshoreconstructies opzetten voor hun klanten. 'Offshore leaks' veroorzaakte een schokgolf. De minister van Financiën Koen Geens (CD&V) verklaarde als reactie dat hij wil meewerken aan het initiatief van vijf grote Europese landen om naar een hogere versnelling te schakelen in de strijd tegen de fiscale fraude en de belastingontwijking via fiscale paradijzen. Het plan viseert ook binnenlandse onregelmatigheden. In het voorontwerp van de nieuwe wet op de fiscale regularisatie stond dat niet-aangegeven kapitaal op een buitenlandse levenszekering kon worden geregulariseerd tegen een boetetarief van 35 procent. Later werd het woord 'buitenlands' geschrapt: het net van de fiscus spant zich dus ook rond binnenlandse levensverzekeringen en andere bancaire tegoeden die werden opgebouwd met niet-aangegeven kapitaal. Op 1 juli 2011 werd de wet op het Belgische bankgeheim fors versoepeld. De belastingadministratie kan daardoor gemakkelijker de rekeningen van vermoedelijke fraudeurs inkijken. Op basis van één duidelijke aanwijzing van belastingontduiking kan de fiscus inzicht in de bankrekeningen van een belastingplichtige vragen. Eerst moet de dienst aan de belastingplichtige zelf die informatie vragen. Als hij dat weigert, kan de fiscus informatie opvragen bij de banken. Het bankgeheim is daarmee een stille dood gestorven. In het verlengde van die wetgeving komt er een centraal register bij de Nationale Bank van België. Daarin worden alle bankrekeningen opgenomen die Belgen aanhouden bij de Belgische financiële instellingen. De oprichting van die databank zit in de laatste rechte lijn. De nieuwe teksten zijn behandeld in de ministerraad en verstuurd naar de Raad van State voor goedkeuring. Met dat centrale bankregister zal de fiscus individuele bankrekeningen van belastingplichtigen nog sneller kunnen opsporen. Landen die het bankgeheim jarenlang hoog in het vaandel hebben gehad, veranderen hun houding. Zo heeft Luxemburg onlangs verklaard dat het zijn bankgeheim vanaf 1 januari 2015 opheft. Voor de Belgen die hun spaargeld na de regularisatie op een Luxemburgse spaarrekening willen laten staan, kan dat een positief gevolg hebben. Nu houdt Luxemburg bij buitenlandse spaarders 35 procent roerende voorheffing af. Als de namen van die spaarders worden doorgegeven aan de fiscus van hun thuisland, bedraagt de roerende voorheffing maar 25 procent. En op een spaarverzekering in Luxemburg is al helemaal geen roerende voorheffing verschuldigd -- noch tijdens het contract, noch bij de afkoop. Luxemburg heeft dan wel te kennen gegeven dat het wil meewerken aan de automatische uitwisseling van gegevens van buitenlandse spaarders, maar het heft voorlopig het verzekeringsgeheim niet op. Spaarverzekeringen ontsnappen dus aan de uitwisseling van financiële gegevens. De verplichte overdracht van informatie over alle roerende inkomsten -- ook die uit verzekeringsproducten -- zou in 2017 in werking treden. Oostenrijk is het enige lid van de Europese Unie dat nog vasthoudt aan het bankgeheim. De Europese autoriteiten hebben de grote spaarders mee in het bad getrokken bij de oplossing van de bankencrisis in Cyprus. Sindsdien hebben heel wat politici verklaard dat spaargeld bij een bank slechts gewaarborgd is tot 100.000 euro. Een mens zou voor minder in een buitenlandse spaarverzekering stappen. De zogenoemde veiligheidsdriehoek in Luxemburg beschermt de verzekeringsnemer tegen het faillissement van de bank of de verzekeringsmaatschappij. De Luxemburgse wet schrijft voor dat de premies van de verzekeringsnemer moeten worden gescheiden van de andere activa van de verzekeraar, en moeten worden gedeponeerd bij een depotbank die is goedgekeurd door het Commissariat aux Assurances (CAA), de regulerende autoriteit voor de Luxemburg verzekeringssector. De effecten worden buiten de balans aangehouden. Bij een eventueel faillissement van de verzekeraar of de bank -- of zelfs bij een dreigend faillissement -- bevriest het CAA de gelden van de verzekeringsnemer. De schuld-eisers en de aandeelhouders van de failliete instelling kunnen er geen beslag op leggen. Op basis van de huidige regeling kunnen zelfs de Europese autoriteiten er geen aanspraak op maken. Sommige Belgische bankiers zouden klanten met een Luxemburgse levensverzekering voorhouden dat ze hun vermogen zo snel mogelijk moeten repatriëren, geregulariseerd of niet. Die praktijk is bedenkelijk. Ze vertellen er niet bij dat de complianceafdeling van de bank die transfer moet melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het valt dan maar af te wachten wat de reactie van de CFI zal zijn. De klant moet het bestaan van die levensverzekering ook melden op zijn jaarlijkse aangifte. En het is helemaal niet in het belang van die cliënt om uit zijn veilige Luxemburgse levensverzekering te stappen. Als na deskundig advies zou blijken dat een levensverzekering moet worden geregulariseerd, kan dat perfect zonder dat de onderliggende tegoeden moeten worden gerepatrieerd. In de meeste gevallen gebeurt dat ook zo. Door onnodig te repatriëren riskeert de klant een uitstapvergoeding te moeten betalen. Geen enkele Belgische bankier is zo gul die voor zijn rekening te nemen. En als de verzekeringsnemer na de repatriëring doorkrijgt dat hij roerende voorheffing moet afdragen en niet meer beschermd is tegen de banken- en de eurocrisis, moet hij de premiebelasting van 2 procent betalen om opnieuw in zijn veilige structuur te stappen. WERNER NIEMEGEERS EN JOHAN STEENACKERSDe veiligheidsdriehoek in Luxemburg beschermt de verzekeringsnemer tegen het faillissement van de bank of de verzekeringsmaatschappij.