De auteur is hoofdeconoom bij vermogensbeheerder Petercam.
...

De auteur is hoofdeconoom bij vermogensbeheerder Petercam. Reacties: visienoels@trends.be (1) 'Saving capitalism from the capitalists: Unleashing the power of financial markets to create wealth and spread opportunity', Raghuram Rajan en Luigi Zingales. Een bekend Chinees spreekwoord zegt: "Pas op wat je hoopt; want je kunt het misschien krijgen". De Chinese delegatie tijdens de G7-top in Washington afgelopen weekend zal de spreuk ongetwijfeld een paar keer hardop hebben gepreveld. Het was trouwens voor het eerst dat de Chinezen mochten deelnemen aan een G7-vergadering. De Amerikanen vonden het wellicht een goed moment om eens over de muntproblematiek te praten. U moet immers weten dat het Amerikaanse handelstekort met China aan het exploderen is. En dat moet voor de Amerikanen niet zo aangename herinneringen oproepen aan de jaren tachtig, toen hetzelfde gebeurde maar dan met Japan. Er zijn veel overeenkomsten tussen de druk op China vandaag en destijds op Japan. De Japanners waren toen mee verantwoordelijk voor het in die tijd gigantische Amerikaanse handelstekort (3 % van het bruto binnenlands product). Vandaag is het VS-tekort al de kaap van 6 % gepasseerd, en China is goed voor één vierde. In 1985 sloten de zeven grootste industrielanden het zogenaamde Plaza-akkoord. Het bepaalde dat de dollar zou depreciëren (waarna de Japanse yen 50 % tegenover de greenback won). Tegelijk verbonden onder meer Duitsland en Japan zich ertoe hun binnenlandse vraag te stimuleren, een maatregel die bijdroeg tot de Japanse bubbel. In zekere zin loste de VS zijn problemen dus op door in het buitenland nieuwe knelpunten te creëren. Het akkoord ging verkeerdelijk uit van het geloof dat je op een keynesiaanse manier de onevenwichten kunt oplossen door de wereldvraag te sturen. Twintig jaar later zijn de economische grootmachten die les alweer vergeten, en denken ze na over een gelijkaardig scenario. Alleen zijn de onevenwichten vandaag nóg groter, en staat de Chinese bubbel nu al boller dan destijds de Japanse. Het ongebreidelde kapitalisme van de communisten. Vorig jaar verscheen een opmerkelijk boek(1) over de gebreken en de mogelijke ondergang van het kapitalisme. De auteur was geen marginale doemdenker, maar werd korte tijd later hoofdeconoom en directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Net zoals het communisme draagt ook het kapitalisme het zaad van zijn eigen ondergang, meent de auteur. Het belangrijkste probleem is het te geringe geloof in de werking van de vrije markt en haar evenwichtszoekende mechanismen. Het lijkt er inderdaad sterk op dat het kapitalistische land bij uitstek, de VS, meer en meer intervenieert in de economie, zelfs op wereldvlak. De Amerikaanse centrale bank is een gigantisch planbureau aan het worden. Met allerhande interventies in de financiële markten tracht ze de onaangename elementen van het kapitalisme - zoals conjunctuurbewegingen en marktcorrecties - bij te sturen. De vergelijking met een communistisch land bij uitstek is daarom frappant. Het Chinese communisme heeft een erg hoog kapitalistisch gehalte - de reden trouwens waarom het langer overleeft dan zijn Russische variant. Je zou evengoed kunnen zeggen dat het communisme niet langer gelooft in zijn eigen model, en meer en meer het kapitalisme laat werken om een hogere welvaart te bereiken. Maar net zoals interventionisme het Amerikaanse kapitalisme heeft ontwricht, zo ook is de Chinese economie uit een jarenlang evenwicht gebracht door een ongebreideld kapitalisme. Dat brengt problemen mee van oververhitting, en nu worden in allerijl communistische recepten bovengehaald om een kapitalistisch probleem op te lossen: controle op kredieten en het oplossen van bottlenecks. De problemen van overinvesteringen zullen daardoor alleen maar verergeren, want er is een totaal gebrek aan discipline in de Chinese banksector. In de staalsector dan weer wordt de capaciteit met 50 % verhoogd, waardoor die binnen twee jaar meer dan de helft van de wereldproductie zal uitmaken. Dit zijn niet de ingrediënten van een Chinese overname van de wereldeconomie, maar eerder van het grootste boom-bust-scenario in de geschiedenis van het kapitalisme én het communisme. Let op wat je wilt. Even terug naar het Chinese spreekwoord waarmee we deze column begonnen: ook de VS moet opletten dat het niet krijgt wat het wenst. Een lagere dollar zou de olieprijzen omhoogstuwen, de ingevoerde producten duurder maken, de koopkracht van de bevolking uithollen, en samen met de hogere inflatie de rente naar boven duwen - een negatieve spiraal voor een schuldbeladen economie. Maar ook China zou het moeilijk krijgen met een zwakke dollar. De broodnodige reserves om de doodzieke banksector te herkapitaliseren, zouden minder waard worden, net op een moment dat de excessen van de boom opduiken in de vorm van lage rentabiliteit, faillissementen met nog lagere prijzen en marges tot gevolg. Ook de rest van de wereldeconomie zou deze nieuwe deflatiegolf niet weerstaan. Het beste dat de VS kan doen, is níét rekenen op de G7 of een Plaza II-akkoord. De problemen moeten niet door het buitenland maar door de VS zelf worden opgelost. Vóór communistisch China de economische agenda zelf gaat bepalen, moet het Amerikaanse kapitalisme zichzelf van zijn eigen kapitalistische fouten redden. Geert Noels Geert Noels