2006 was een 'boerenjaar' voor België als internationale aantrekkingspool. Buitenlandse investeerders sloten hier 216 nieuwe projecten af, goed voor de creatie van bijna 10.000 banen. Dit is 35 % meer dan in 2005. Wereldwijd komt België daarmee op de vijftiende plaats. In de EU-rangschikking prijkt ons land op een achtste positie, vóór landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en Duitsland.
...

2006 was een 'boerenjaar' voor België als internationale aantrekkingspool. Buitenlandse investeerders sloten hier 216 nieuwe projecten af, goed voor de creatie van bijna 10.000 banen. Dit is 35 % meer dan in 2005. Wereldwijd komt België daarmee op de vijftiende plaats. In de EU-rangschikking prijkt ons land op een achtste positie, vóór landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Tot zover het goede nieuws. Er is echter een schaduwkant, zo blijkt uit het landenrapport van PLI-Global Location Strategies. Die afdeling van IBM adviseert internationale bedrijven over hun vestigingsstrategie. "België profiteert nu van een cyclische piek", zegt PLI-adviseur Roel Spee. "Maar zodra de economische groei vertraagt, kan die investeringsstroom snel verminderen en komen de structurele zwaktes van het land bloot te liggen: de hoge arbeidskosten en de niet geringe fiscale druk." Uit de studie van IBM, die Trends exclusief kon inkijken, blijkt dat België een januskop heeft. We scoren zeer goed in het aantrekken van projecten uit de dienstensector, maar laten steken vallen in de industriële branche. Zelfs in de chemiecluster - met bedrijven als BASF, Bayer, Lanxess en Degussa in en rond de Antwerpse haven toch een van onze sleutelsectoren - verliezen we pluimen. "Als je vergelijkt hoeveel tewerkstelling buitenlandse investeerders in België realiseerden en hoeveel jobs Belgische investeerders in het buitenland creëerden, dan oogt de balans positief", aldus Spee. Zo kwamen er in de periode van 2003 tot 2006 in België netto bijna duizend banen bij. Vooral de competitieve sterkte in twee marktniches weegt door: we scoren goed in de automobielsector en daarnaast zijn we nog steeds - omwille van onze centrale ligging - een krachtige magneet voor investeerders in de logistiek. De vrees dat de wereldwijde globalisering van de economie voor een verminderde tewerkstelling in België zorgde, dient dus gerelativeerd te worden. Binnen het groepje van de vijftien oude EU-lidstaten is ons land samen met Ierland en Portugal het enige land dat een positieve balans op het vlak van netto jobcreatie kan voorleggen. De balans oogt echter minder rooskleurig als we het aantal 'productiejobs' onder de loep nemen. Bijvoorbeeld in de chemie: daar zorgden de investeringsstromen netto voor minder arbeidsplaatsen in eigen land dan over de grens. "Dit doet vragen rijzen over de aantrekkelijkheid van België voor een strategische cluster als de chemie", vindt Roel Spee. Hij ziet één verklaring voor die negatieve balans: "De hoge arbeidskosten." In 2006 realiseerden Belgische bedrijven meer dan 120 investeringsprojecten in het buitenland, goed voor bijna 8300 nieuwe banen. Opvallend is echter dat het in 75 % van de gevallen over het opzetten van productiefaciliteiten in het buitenland ging. De kostprijs van arbeid speelt hier dus een rol. Ook opmerkelijk: meer dan de helft van die projecten werd gerealiseerd in slechts vier landen. Het gaat om Frankrijk, de VS, Groot-Brittannië en Bulgarije. In vergelijking met de voorgaande jaren valt vooral de minder belangrijke rol van China op. Ook andere groeilanden in Azië en Zuid-Amerika bleken in 2006 minder hoog te scoren op het voorkeurslijstje van Belgische investeerders. De studie van IBM wijst op een andere kwetsbare flank, namelijk in de zuivere dienstensector. De vestiging van internationale hoofdkantoren in België zorgt wel voor een positief saldo van nieuwe banen - mede dankzij Brussel als Europese hoofdstad - maar het netto aantal gerealiseerde banen van multinationals die hun personeelsadministratie en financiële diensten in een land concentreren, is negatief. "InBev bracht bijvoorbeeld al die diensten samen in Hongarije", zegt Roel Spee. "Vaak gaat dit over de concentratie van ettelijke honderden kenniswerkers in een vestiging. Vroeger waren Ierland, Groot-Brittannië, Nederland en België daarvoor favoriete bestemmingen, nu zien we zulke centra meer en meer in Oost-Europa opduiken." Het aantal investeringsprojecten neemt in België wel toe, maar de hoeveelheid arbeidsplaatsen per nieuw project daalt zienderogen. In drie jaar tijd zakte het gemiddelde hier van 65 naar 46 (periode 2003 tot 2006). Nederland kent een gelijkaardig fenomeen: van 52 naar 28. België scoort (voorlopig) beter dan onze noorderburen, omdat we een meer doorgedreven clusteraanpak hebben. Dat is zo in de automobielsector, de chemie, de logistiek en de biotechnologie, aldus Spee. Volgens de analist is het duidelijk dat de hoge fiscale druk en arbeidskosten in België een steeds belangrijker probleem worden. Ook de fiscale behandeling van toptalent uit het buitenland, bijvoorbeeld op hoofdkantoren en in O&O-centra, is voor vele multinationals een erg relevant thema geworden. "Vergeet niet dat een hoofdkantoor in tegenstelling tot een industriële vestiging gemakkelijk verplaatsbaar is", zegt Spee. AmCham, de Amerikaanse Kamer van Koophandel, legde hierop de nadruk in haar jaarlijkse lijstje met aanbevelingen aan de Belgische regering. De VS heeft recht van spreken. Zij was met haar investeringen in ons land vorig jaar (nog steeds) goed voor 36 % van het aantal ge-creëerde jobs. Frankrijk komt op de tweede plaats met 12 % en daarna Nederland (10 %), Duitsland (8 %) en verrassend ... India (7 %). Het aandeel van dit laatste land zal nog toenemen, gelooft Roel Spee. "Het zou me zelfs niet verbazen als India en China binnen vijf jaar de twee belangrijkste investeerders van België zijn", besluit de IBM-analist. Door Piet Depuydt