Wat wordt de oud-BBTK'ers ten laste gelegd?

De vijf oud-vakbondsverantwoordelijken van de afdeling Brussel-Halle-Vilvoorde worden beschuldigd van oplichting, misbruik van vertrouwen, geldverduistering en valsheid in geschrifte. Zo bleek dat een verantwoordelijke syndicale premies van fictieve vakbondsleden voor zichzelf inde. Door het aantal leden kunstmatig op te drijven, kreeg de afdeling ook te veel subsidies. De boekhouding werd allesbehalve zorgvuldig bijgehouden. Een aantal vakbondsvertegenwoordigers slaagde er zelfs in geld naar parallelle rekeningen door te sluizen. Een van de beschuldigden, Claude De Block, kreeg bi...

De vijf oud-vakbondsverantwoordelijken van de afdeling Brussel-Halle-Vilvoorde worden beschuldigd van oplichting, misbruik van vertrouwen, geldverduistering en valsheid in geschrifte. Zo bleek dat een verantwoordelijke syndicale premies van fictieve vakbondsleden voor zichzelf inde. Door het aantal leden kunstmatig op te drijven, kreeg de afdeling ook te veel subsidies. De boekhouding werd allesbehalve zorgvuldig bijgehouden. Een aantal vakbondsvertegenwoordigers slaagde er zelfs in geld naar parallelle rekeningen door te sluizen. Een van de beschuldigden, Claude De Block, kreeg bij zijn vervroegde pensionering een omslag met 200.000 euro aan zwart geld. Het werd ook duidelijk dat het Brusselse ABVV zich bezighield met niet-vakbondsactiviteiten. Het bouwde in goed tien jaar een vastgoedpatrimonium op van goed 2,5 miljoen euro. Al in 1997 was het duidelijk dat er hiaten in de boekhouding waren. De bal ging pas in 2000 aan het rollen toen het ABVV-nationaal een vordering voor achterstallige RSZ-bijdragen ontving. Een onderzoek naar de boekhouding van de afdeling maakte al snel duidelijk dat die een puinhoop was. Hoofdverantwoordelijke was de algemeen secretaris van de Brusselse BBTK, Albert Faust. Hij werd in 2002 ontslagen en in 2003 startte het gerecht een onderzoek naar de malversaties. Faust overleed in de zomer van 2004. Het schandaal rond de Brusselse BBTK toonde aan dat het sterk gedecentraliseerde karakter van het ABVV een zware hypotheek legde op de werking van de vakbond. De macht van de centrales en van de lokale afdelingen is veel groter dan bij de andere vakbonden. De lokale baronieën beschikken dus ook over een sterke financiële autonomie. Dat betekent bijvoorbeeld dat de centrales en federaties de centen niet alleen zelf bij hun leden verzamelen, maar ook vrij zijn om zelf hun tarief te hanteren. Ze moeten gewoon een minimumbijdrage aan de nationale afdeling betalen. Bij het ABVV bestaat bovendien een lange traditie om bijdragen eventueel ook contant te betalen. Dat komt de financiële transparantie niet altijd ten goede. Met de affaire-Faust besloot het ABVV dan ook om meer controles uit te voeren op de centrales en hun afdelingen. De BBTK Brussel-Halle-Vilvoorde staat bijvoorbeeld onder voortdurend finan- cieel toezicht van de federale instanties van de BBTK. Het schandaal brak uit kort nadat Mia De Vits ABVV-voorzitter was geworden. Zij schaarde zich dan ook onmiddellijk achter de voorstanders van een financieel transparante vakbond. Haar voorganger Michel Nollet had al de eerste stappen in die richting gedaan. Dat liep niet van een leien dakje. Verscheidene beroepscentrales bleven op de rem staan. Leden die wilden meewerken, werden bedreigd door de toenmalige BBTK-voorzitter Christian Roland. Dat verzet was echter niet de enige reden waarom De Vits in 2004 ontslag nam. Ook de spanningen tussen de Vlaamse en Waalse ABVV-vleugel speelden daarin een rol. (T) Door Alain Mouton