In uw blad van 27 november 1997 op pagina 27 beschuldigt de Heer Van Damme mij van het afleggen van een valse verklaring betreffende de jaarrekening van '86-'87 van Superclub, voor De Prins' Amerikaans proces tegen Philips. Verder zou ik volgens de Heer Van Damme deze verklaring nu als een misverstand beschouwen. Ik heb op 10 oktober 1994 mijn visie over de betrokkenheid van de Heer Jan Timmer, toenmalig President van Philips Electronics n.v., in de belangrijke beslissingen aangaande de positie van Phi...

In uw blad van 27 november 1997 op pagina 27 beschuldigt de Heer Van Damme mij van het afleggen van een valse verklaring betreffende de jaarrekening van '86-'87 van Superclub, voor De Prins' Amerikaans proces tegen Philips. Verder zou ik volgens de Heer Van Damme deze verklaring nu als een misverstand beschouwen. Ik heb op 10 oktober 1994 mijn visie over de betrokkenheid van de Heer Jan Timmer, toenmalig President van Philips Electronics n.v., in de belangrijke beslissingen aangaande de positie van Philips in Super Club gegeven. Deze verklaring is gebaseerd op documenten en nota's die zich in het Super Club dossier van BeneVent Management n.v. bevinden. Er is in deze verklaring absoluut geen sprake van bedoelde jaarrekening noch van enige andere resultaten van Super Club. Tot op vandaag is mij geen enkel element bekend dat van aard is om op mijn verklaring van 1994 terug te komen.Wat de zin "... Mr. Van Wezendonck, who had just been appointed C.F.O. of Super Club..." betreft, blijf ik er bij dat de Heer Van Wezendonck op de vergadering van 18 september 1990 in de kantoren van Noro in Utrecht over zichzelf stelde dat hij voortaan naar de buitenwereld zou optreden als C.F.O. van Super Club in afwachting dat een kwalitatief hoogstaande opvolger zou gevonden worden. Wat er op het einde van 1990 in de omruilprospectus stond betreffende de C.F.O. van Super Club is dus totaal niet relevant voor mijn verklaring. Het is daarom onjuist dat mijn verklaring vals zou zijn en het is gewoon belachelijk als de Heer Van Damme in zijn brief nog een stap verder gaat en mij van meineed gaat beschuldigen.Als de Heer Van Damme zijn dossier toch zo goed kent zou hij moeten weten dat BeneVent bij Super Club steeds een passieve aandeelhouder geweest is. Noch ikzelf, noch iemand van mijn toenmalige medewerkers is ooit lid geweest van de raad van bestuur van Super Club, noch is iemand van ons rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken geweest bij het management van Super Club. Wij hebben nooit toegang gehad tot notulen van de raad van bestuur van Super Club en waren voor onze informatie, net zoals de andere aandeelhouders, aangewezen op de gepubliceerde jaarrekeningen, de pers en op informele contacten. Het is niet omdat ik over de rol van Philips in het Super Club gebeuren een andere mening toegedaan ben dan de Heer Van Damme dat ik tot de groep De Prins behoor. Het is een blad als Trends onwaardig om mijzelf of BeneVent als een van de actief betrokkenen bij het Super Club schandaal voor te stellen.DR. JOS B. PEETERS