Het debat over quota veroorzaakt een scherpe tegenstelling tussen beide seksen. 54,5 procent van de vrouwelijke ondernemers is resoluut voorstander voor de invoering van zo'n regeling. Bij de mannen is dat slechts 18,6 procent. 32,5 procent van de vrouwen kant zich tegen quota, terwijl dat percentage bij de mannen bijna dubbel zo hoog is (60,63 %). De antwoorden van Vlaamse vrouwen én mannen geven aan dat de tegenstand het grootst is in de industrie (61,9 %) en het kleinst in de transportsector (41,7 %). Onze Franstalige landgenoten zijn meer gewonnen voor de quota, maar ook zij blijven duidelijk in de mi...

Het debat over quota veroorzaakt een scherpe tegenstelling tussen beide seksen. 54,5 procent van de vrouwelijke ondernemers is resoluut voorstander voor de invoering van zo'n regeling. Bij de mannen is dat slechts 18,6 procent. 32,5 procent van de vrouwen kant zich tegen quota, terwijl dat percentage bij de mannen bijna dubbel zo hoog is (60,63 %). De antwoorden van Vlaamse vrouwen én mannen geven aan dat de tegenstand het grootst is in de industrie (61,9 %) en het kleinst in de transportsector (41,7 %). Onze Franstalige landgenoten zijn meer gewonnen voor de quota, maar ook zij blijven duidelijk in de minderheid. Het vertrouwen in premier Yves Leterme (CD&V) staat dan weer op een bijzonder laag pitje, al is het beeld over hem aan beide zijden van de taalgrens zeer divers. 29,9 procent van de Franstaligen heeft geen vertouwen in de eerste minister en 54,7 procent heeft weinig fiducie in hem. Niemand in het zuiden van het land heeft veel vertrouwen in de federale regeringsleider. In Vlaanderen is dat 3,1 procent, tegen 42,4 procent weinig vertrouwen en 26,6 procent geen vertrouwen. Die score kan worden gerelateerd aan de 74,4 procent die Vlaams minister-president en Letermes partijgenoot Kris Peeters in oktober behaalde in antwoord op de vraag welke deelstaatminister bekwaam was voor zijn taak. Alle andere deelstaatministers, in het noorden en het zuiden van het land, waren gezakt. Verschillen in percentages tussen de verschillende sectoren in Vlaanderen vallen ook te noteren als het gaat over de economische heropleving. Hier scoort de transportsector het slechtst met 58,3 procent van de respondenten die geen enkel teken van herstel zien. Op twee staat de industrie, die 49,2 procent negatief stemt, maar voor 42,9 procent kleine tekenen van heropleving ontwaart. De dienstensector telt 47,3 procent pessimisten. Opvallend daarbij is dat de relancemaatregelen van de overheid toch onpopulair blijven bij de bedrijfsleiders. 29,5 procent antwoordt die zelfs niet te kennen. 23,7 procent is er dan weer van op de hoogte, maar zegt er volgend jaar evenmin een beroep op te zullen doen. Het beeld is iets minder negatief in Franstalig België. Toch zijn de CEO's, in vergelijking met vorig jaar, heel wat positiever gestemd over de economische conjunctuur. Het dient gezegd dat de score van december 2008 bijzonder laag lag (op bijna -80). In juli steeg het vertrouwen van de ondernemers spectaculair en in vergelijking met de poll van oktober daalde de verwachting met enkele procenten. Precies twaalf maanden geleden gaven de ondervraagden de slechtste score voor de raming van hun omzet. Er is een status-quo te noteren in vergelijking met de vorige poll in oktober. Het dieptepunt van de vooruitzichten voor de werkgelegenheid viel te noteren in april jongstleden. Oktober was slechter dan de huidige poll, die met zijn -6,2 procent toch niets goeds in het vooruitzicht stelt voor de werkgelegenheid. Door Boudewijn VanpeteghemDe CEO's zijn, in vergelijking met vorig jaar, heel wat positiever gestemd over de economische conjunctuur.