België zet zwaar in op loonmatiging om de competitiviteit te herstellen. "Maar het model van competitieve loonmatiging is voorbijgestreefd. Dat model dwingt handelspartners om ook de lonen te matigen. Uiteindelijk heeft iedereen loon ingeleverd en de lasten op arbeid verlaagd, maar is niemand er competitiever van geworden," zegt Freddy Heylen, professor Economie aan de Universiteit Gent, die via de onderzoeksgroep Sherppa de Belgische competitiviteit ontleedt. De eerste resultaten zijn beschikbaar op www.sherppa.be.
...

België zet zwaar in op loonmatiging om de competitiviteit te herstellen. "Maar het model van competitieve loonmatiging is voorbijgestreefd. Dat model dwingt handelspartners om ook de lonen te matigen. Uiteindelijk heeft iedereen loon ingeleverd en de lasten op arbeid verlaagd, maar is niemand er competitiever van geworden," zegt Freddy Heylen, professor Economie aan de Universiteit Gent, die via de onderzoeksgroep Sherppa de Belgische competitiviteit ontleedt. De eerste resultaten zijn beschikbaar op www.sherppa.be. Professor Heylen ontkent niet dat het versterken van de internationale competitiviteit bijzonder belangrijk is voor een kleine open economie als België. "Maar het kan anders," vindt hij. "In Ierland, Zweden en Finland zijn de loonkosten per uur de voorbije tien jaar beduidend sterker gestegen dan in België. Toch behoren die landen tot de meest competitieve economieën ter wereld. En ze kennen een relatief hoge werkgelegenheid en groei. De strategie van die landen verschilt totaal van de Belgische. De Scandinavische landen leggen de klemtoon veel meer op innovatie, (hoger) onderwijs en onderzoek en ontwikkeling. Dat levert een pak productiviteitswinsten op. Daarom zijn de loonkosten per eenheid product er niet sterker gestegen dan in België. Die landen combineren dus loonstijging met een verbetering van de competitiviteit, terwijl België op een betere competitiviteit mikt via loonmatiging.""De Belgische strategie is almaar moeilijker te handhaven," beklemtoont Heylen. "België is gefixeerd op de evolutie van de loonkosten per uur, maar er was in Europa de voorbije tien jaar helemaal geen negatieve relatie tussen de evolutie van de loonkosten per uur en de evolutie van de werkgelegenheid gemeten in uren ( nvdr - zie grafiek). Integendeel, hoe hoger de loonkosten, hoe hoger het aantal gewerkte uren. Een verklaring: landen die veel investeren in innovatie, hoger (onderwijs) en onderzoek en ontwikkeling generen én hogere lonen én meer jobs." Eric Chaney, hoofdeconoom Europa van zakenbank Morgan Stanley, zit op dezelfde golflengte: "Loonmatiging versterkt de competitiviteit ten opzichte van de buurlanden, maar zo ga je de concurrentie uit China of India niet te lijf. België heeft in vergelijking met de buurlanden geen competitiviteitsprobleem. Dat verhaal is verzonnen en het debat is overtrokken. De handelsbalans verslechtert? Die evolutie is voor 90 % te verklaren door de stijging van de invoer."Ook Chaney vindt dat een pure politiek van loonmatiging nergens heen leidt: "Duitsland heeft de hoogste lonen en voert nu een politiek van loondeflatie, en België volgt in het spoor. Als reactie op de loonmatiging zou de spaarquote weer kunnen stijgen, terwijl de Europese vraag net aangezwengeld moet worden om de economie op toeren te krijgen."In vergelijking met de rest van de Europese Unie heeft België geen concurrentieprobleem, maar EU als geheel heeft wél een groot probleem. Chaney: "Ten eerste is de interne Europese vraag nog te laag. Een expansief fiscaal of monetair beleid zal geen zoden aan de dijk zetten, we hebben dat al vruchteloos geprobeerd. Alle heil moet komen van jobcreatie - niet door de lonen te matigen, maar door de Europese arbeidsmarkt en productmarkt te hervormen. Hier en daar wordt in goede zin aan de arbeidsmarkt getimmerd, maar de Europese productmarkten laten nog veel te wensen over. Een vrijere dienstenmarkt zou al een pak extra business genereren, en dus extra inkomen, en dus extra bestedingen en dus extra jobs. Ten tweede: op het vlak van innovatie blijft Europa achter op de VS en Japan, en straks ook op China en India. We hebben nauwelijks nog state of the art-technologie. Europa's zwakte is dat het gefragmenteerd is. Onze universiteiten zijn klein en concurreren nauwelijks met elkaar. Dat is zorgwekkend, want dat is het enige dat we hebben." Daan Killemaes