Geldboeten en andere 'straffen' zijn in het kader van de inkomstenbelastingen niet als beroepskosten aftrekbaar. Volgens de belastingadministratie betekent dit bijvoorbeeld dat verkeersboetes fiscaal niet in aftrek kunnen worden gebracht. Zelfs niet als de verkeersovertreding begaan wordt door een personeelslid en de boete betaald wordt door de werkgever. In de wet is immers uitdrukkelijk bepaald, dat de niet-aftrekbaarheid ook slaat op geldboeten of straffen die opgelopen worden door personen die vanwege de belastingplichtige (de werkgever of vennootschap) bezoldigingen ontvangen.
...

Geldboeten en andere 'straffen' zijn in het kader van de inkomstenbelastingen niet als beroepskosten aftrekbaar. Volgens de belastingadministratie betekent dit bijvoorbeeld dat verkeersboetes fiscaal niet in aftrek kunnen worden gebracht. Zelfs niet als de verkeersovertreding begaan wordt door een personeelslid en de boete betaald wordt door de werkgever. In de wet is immers uitdrukkelijk bepaald, dat de niet-aftrekbaarheid ook slaat op geldboeten of straffen die opgelopen worden door personen die vanwege de belastingplichtige (de werkgever of vennootschap) bezoldigingen ontvangen. Wat met fiscale boeten? Wie een inbreuk pleegt op de fiscale wetgeving riskeert administratieve sancties en kan ook strafrechtelijk worden vervolgd. Het is duidelijk dat de sancties die de strafrechter oplegt, onder het aftrekverbod vallen. Maar wat met de sancties die de belastingadministratie oplegt? Die kunnen in sommige gevallen bestaan uit een 'vaste' boete (zoveel euro per overtreding), en in andere gevallen in een 'evenredige' boete, ook 'belastingverhoging' genoemd (bijvoorbeeld 50 % van de ontdoken belasting). Wat de 'vaste' fiscale boeten betreft, wordt algemeen aangenomen dat zij onder het aftrekverbod vallen. Geldt dit ook voor de 'evenredige' fiscale boeten? Op het gebied van de inkomstenbelastingen is de toestand duidelijk. In de wet staat immers uitdrukkelijk te lezen dat 'belastingverhogingen' inzake inkomstenbelastingen niet aftrekbaar zijn. In het kader van de btw daarentegen komt in de wet geen bepaling voor die de aftrek van 'evenredige' boeten expliciet verbiedt. Volgt daaruit dat deze boeten wel als beroepskosten aftrekbaar zijn? Tot een dikke tien jaar geleden hield de belastingadministratie vol, dat de 'evenredige' btw-boeten niet als beroepskosten aftrekbaar zijn, omdat zij onder het algemene aftrekverbod voor 'geldboeten' en andere straffen zouden vallen. Maar het Hof van Cassatie schoot de belastingplichtigen ter hulp. Het oordeelde dat het algemene aftrekverbod slechts geldt voor boeten die het karakter van een echte 'bestraffing' hebben, en niet voor boeten die slechts bestaan in een verhoging van de verschuldigde belasting. Conclusie: de 'evenredige' btw-boeten zijn wel als beroepskosten aftrekbaar. De belastingadministratie legde zich bij dit standpunt neer. Het Europees verdrag ter bescherming van de rechten van de mens zegt onder meer dat ieder die verwikkeld is in een strafzaak recht heeft op een eerlijk proces. Dat houdt onder meer in dat men geen twee keer voor hetzelfde misdrijf kan worden gestraft; dat men recht heeft op een beoordeling door een onafhankelijke rechter; dat de berechting binnen een redelijke termijn moet geschieden, enzovoort. In de afgelopen jaren is de vraag gerezen of deze waarborgen ook gelden voor de fiscale sancties die door de belastingadministratie worden opgelegd. Dat hangt ervan af. De vermelde waarborgen gelden enkel voor wie aan een strafrechtelijke sanctie onderworpen wordt. De hamvraag is derhalve of fiscale administratieve sancties al dan niet een strafrechtelijk karakter hebben. Daarover liepen de meningen lange tijd uiteen. Maar op dit ogenblik is het een uitgemaakte zaak dat bijvoorbeeld de 'evenredige' btw-boetes wel degelijk een 'strafrechtelijk' karakter hebben in de zin van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, en dat zij dus ook de waarborgen genieten waarin dit verdrag ten aanzien van strafsancties voorziet. De lezer ziet de bui hangen. Een goede tien jaar geleden aanvaardde de belastingadministratie dat 'evenredige' btw-boetes als beroepskosten aftrekbaar zijn, omdat het Hof van Cassatie indertijd zei dat zij niet het karakter van een echte bestraffing hebben. Nu, meer dan tien jaar later, wordt daarentegen algemeen aanvaard dat zij wel een strafrechtelijk karakter hebben in de zin van het Europese mensenrechtenverdrag. Volgt hieruit dat de aftrek als beroepskosten vervalt, en dat zij dan toch onder het algemeen aftrekverbod voor geldboeten en andere straffen vallen? Zover komt het niet. De belastingadministratie heeft onlangs een rondschrijven verspreid waarin zij bevestigt dat de 'evenredige' btw-boeten nog altijd als beroepskosten aftrekbaar zijn. Zij komt tot dat besluit op basis van de regel dat de 'bijzaak de hoofdzaak volgt': voor belastingen die zelf als beroepskosten aftrekbaar zijn (zoals de btw bijvoorbeeld), zijn ook de verhogingen (als bijzaak) aftrekbaar. Eind goed, al goed dus. Maar het venijn zit hem in de staart. Van dezelfde rondzendbrief maakt de administratie gebruik om haar standpunt over Europese kartelboeten te wijzigen. Van zulke boeten aanvaardde zij tot nu toe dat die ook als beroepskosten aftrekbaar zijn. Maar na een nieuw onderzoek is zij nu tot het besluit gekomen dat zulke boeten wel onder het algemeen aftrekverbod voor geldboeten en andere straffen vallen. In de rechtsleer wordt evenwel betwijfeld of dit standpunt wel juist is. Zeker is dat daarover het laatste woord nog niet is gezegd. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.Jan Van Dyck