De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.De hervorming van de personenbelasting die twee jaar geleden werd doorgevoerd, omvat een geheel van dikwijls erg uiteenlopende maatregelen. De meest opvallende is ongetwijfeld de daling van de hoogste tarieven van de personenbelasting. Tot voor kort was daar niet veel van te merken. Voor het aanslagjaar 2002 - het eerste aanslagjaar waarvoor de hervorming van de personenbelasting al een beetje uitwerking had - bleven de tarieven op het oude niveau behouden. Het hoogste tarief bedroeg dus nog steeds 55 %. Wegens budgettaire beperkingen werd de hervorming immers niet meteen doorgevoerd, maar gespreid over twee kabinetsperiodes. Zij zal pas vanaf het aanslagjaar 2005 (inkomsten van 2004) volledige uitwerking hebben. Tegen die tijd is de hervorming misschien al opnieuw hervormd. Dat valt allemaal nog af te wachten. Crisisbijdrage. Dat het hoogste tarief voor het aanslagjaar 2002 op 55 % behouden bleef, is overigens niet helemaal juist. Boven op de gewone personenbelasting zijn immers nog aanvullende belastingen verschuldigd. Om te beginnen de aanvullende gemeentebelasting (meestal tegen een percentage dat schommelt tussen 6 % en 8 %). En ook de aanvullende crisisbijdrage. Die bedroeg tot voor enkele jaren 3 % (van de personenbelasting waarop zij is verschuldigd). Met het aantreden van de eerste regering- Verhofstadt werd aangekondigd dat zij geleidelijk zou verdwijnen. En dat is ook effectief gebeurd. Voor het aanslagjaar 2002 bedroeg zij - uitsluitend voor de hoogste inkomens - nog 2 %. Voor de middelgrote inkomens werd zij verminderd tot 1 % en voor de laagste inkomens gewoon afgeschaft. Proef. Neem bijvoorbeeld iemand met een belastbaar inkomen van 100.000 euro. Zo iemand betaalde voor het aanslagjaar 2002 nog steeds 55 % op de hoogste schijf van zijn inkomen. Maar tegelijk ging de aanvullende crisisbijdrage omlaag van 3 naar 2 procentpunten. Stel dat hij woont in een stad of gemeente waar de aanvullende gemeentebelasting 8 % bedraagt. Het marginaal tarief op zijn hoogste inkomensschijf daalde bijgevolg voor het aanslagjaar 2002 van 61,05 % naar 60,5 %. Neem de proef op de som. Stel dat het inkomen dat aan het hoogste marginaal tarief is onderworpen 100 bedraagt. Daarop moet (voor het aanslagjaar 2002) nog steeds 55 euro personenbelasting worden betaald. Plus 1,1 aanvullende crisisbijdrage (2 % op 55, in plaats van 3 %). Plus onveranderd 4,4 aanvullende gemeentebelasting (8 % op 55). Of samen (55 + 1,1 + 4,4 =) 60,5, in plaats van 61,05 het jaar voordien. Met het aanslagjaar 2003 treedt een nieuwe fase van de hervorming van de personenbelasting in werking. Het hoogste tarief daalt nu van 55 % naar 52 %. Bovendien daalt ook de aanvullende crisisbijdrage. Zij is nu niet langer alleen voor de lagere inkomsten afgeschaft, maar ook voor de middelgrote inkomens. Voor de hoogste inkomens bedraagt zij nog 1 %. Bovendien geldt het hoogste tarief van 52 % niet alleen voor de inkomensschijf die vroeger onder het hoogste tarief (van 55 %) viel, maar al vanaf de inkomensschijf die voorheen onder het tweede hoogste tarief (van 52,5 %) viel. Die bedraagt (ongeïndexeerd) 37.185 euro. Aangepast aan de evolutie van het indexcijfer is zij voor het lopende aanslagjaar (2003) gelijk aan 43.870 euro. Hernemen we het voorbeeld van iemand die een belastbaar inkomen heeft van 100.000 euro en woont in een stad of gemeente waar de aanvullende gemeentebelasting 8 % bedraagt. Het marginaal tarief op zijn hoogste inkomensschijf daalt dus nu van 60,5 % (voor het aanslagjaar 2002) naar 56,68 % (voor het aanslagjaar 2003). Of een vermindering met bijna vier procentpunten. Het supplement crisisbijdrage (boven op het hoogste tarief van de personenbelasting) bedraagt immers nog slechts 0,52 (1 % van 52); en wegens de daling van het basistarief van de personenbelasting daalt ook de aanvullende gemeentebelasting. In steden of gemeenten waar het tarief 8 % is, kost zij nog slechts (op de hoogst belaste schijf) 4,16 (8 % van 52). In totaal geeft dat voor het aanslagjaar 2003 een belastingdruk van 52 + 0,52 aanvullende crisisbijdrage + 4,16 aanvullende gemeentebelasting of samen 56,68. Voorafbetaling. De daling van de belastingdruk is overigens al voelbaar tijdens het jaar dat aan het aanslagjaar voorafgaat. Het aanslagjaar is (normaal gezien) immers het jaar dat volgt op het inkomstenjaar. De bedrijfsvoorheffing die tijdens het inkomstenjaar ingehouden wordt, zal al lager zijn; en ook wie voorafbetalingen doet, zal minder voorafbetaald hebben. Hetzelfde geldt voor het lopende inkomstenjaar (2003). Met ingang van het aanslagjaar 2004 (dus voor de inkomsten van 2003) daalt het hoogste basistarief van 52 % naar 50 %. Dit vanaf een inkomen van (ongeïndexeerd) 24.800 euro. Voor het aanslagjaar 2004 zal dit - na indexaanpassing - het geval zijn vanaf een inkomen van 29.740 euro. Vanaf hetzelfde aanslagjaar zal de aanvullende crisisbijdrage - ook voor de hoogste inkomens - volledig wegvallen. De hoogste marginale belastingdruk (voor wie in een gemeente of stad woont waar de aanvullende gemeentebelasting 8 % bedraagt) zal dus gelijk zijn aan 54 % (50 plus 8 % aanvullende gemeentebelasting op dezelfde 50). Zoals gezegd geldt deze laatste vermindering pas vanaf het aanslagjaar 2004; maar uiteraard kan daar nu al rekening mee gehouden worden bij het berekenen van de voorafbetalingen die u dit jaar moet doen. In de hoop dat de volgende regering het tarief ongewijzigd behoudt. Jan Van DyckHet hoogste tarief daalt progressief van 55 % naar 50 %.