"Een bouwaannemer vertelde me dat hij in één week drie offertes heeft ingediend voor vier torengebouwen van 40 verdiepingen," zegt Erik Versavel. De chief representative van BBL in Jakarta ziet tal van opportuniteiten voor Belgische bedrijven, zowel in de consumentenmarkt als voor lokale productie. "Indonesië is natuurlijk nog een ontwikkelingsland, maar het is verkeerd te denken dat de markt "achterlijk" is. Je moet hier kwaliteit leveren. Zowel voor de consumentenmarkt als wanneer je een investering overweegt in "een goedkoop productieland". In de beide gevallen dient de markt professioneel aangepakt te worden, omdat de concurrentie niet stilzit. Aziatische bedrijven, de grote lokale conglomeraten, zijn professioneler dan men in België denkt, zij importeren de beste machines uit Europa en de VS en zijn op de hoogte van de wereldprijzen. Dat wordt in Europa onderschat."
...

"Een bouwaannemer vertelde me dat hij in één week drie offertes heeft ingediend voor vier torengebouwen van 40 verdiepingen," zegt Erik Versavel. De chief representative van BBL in Jakarta ziet tal van opportuniteiten voor Belgische bedrijven, zowel in de consumentenmarkt als voor lokale productie. "Indonesië is natuurlijk nog een ontwikkelingsland, maar het is verkeerd te denken dat de markt "achterlijk" is. Je moet hier kwaliteit leveren. Zowel voor de consumentenmarkt als wanneer je een investering overweegt in "een goedkoop productieland". In de beide gevallen dient de markt professioneel aangepakt te worden, omdat de concurrentie niet stilzit. Aziatische bedrijven, de grote lokale conglomeraten, zijn professioneler dan men in België denkt, zij importeren de beste machines uit Europa en de VS en zijn op de hoogte van de wereldprijzen. Dat wordt in Europa onderschat." Chris Declercq, adviseur op de afdeling Masterlist Verification van Socofindo (SGS), looft "het voor een ontwikkelingsland unieke systeem om bij elk investeringsproject te checken of de ingevoerde uitrustingsgoederen en grondstoffen wel adequaat zijn en in overeenstemming met de aangekondigde productiecapaciteit. Pas na goedkeuring van de masterlist door SGS en legalisering door het bureau voor investeringen BKPM, mogen de goederen ingevoerd worden. Zo wordt dumpen van "brol" in Indonesië onmogelijk. De procedure bij SGS en BKPM duurt hooguit drie weken." Wie de masterlist-formaliteiten respecteert, krijgt twee jaar vrijstelling van invoerheffingen op kapitaalgoederen en grondstoffen (verlengd bij latere capaciteitsuitbreiding). Vrijhandelszones en exportzones zijn uiteraard vrij van invoertaksen (van gemiddeld 20 %). Op consumptiegoederen gelden de normale tarieven, maar ze dalen in alle landen van Zuidoost-Azië ( Asean). Buitenlandse investeerders zijn ongerust omdat de Indonesische douane vanaf 1 april jl., na 10 jaar, opnieuw de importcontroles uit handen van SGS wil nemen. Gevreesd wordt ook dat het vervangen van de inspectie van de goederen in het land van oorsprong door een controle bij aankomst in Indonesië, aanleiding kan zijn tot "misbruiken". Tien jaar geleden bleven goederen soms wekenlang op de kaaien staan. SGS heeft door vlotte douaneformaliteiten bijgedragen aan het succes van de investeringsgolf in Indonesië. De douane belooft een even efficiënte afhandeling via elektronische middelen ( EDI). "Men zal op z'n Indonesisch naar een aanvaardbaar compromis gaan, omdat men de buitenlandse investeerders niet zal willen afschrikken," sust Chris Declercq. De masterlist-procedure zal als onderdeel van de douaneformaliteiten overeind blijven. RECHTSZEKERHEID ?"Dit land heeft heel duidelijke wetten op buitenlandse investeringen en een moderne, heldere wetgeving uit 1995 inzake belastingen," onderstreept Erik Hammerstein, consulent bij het advocatenkantoor Ali Budiardjo, Nugroho, Reksodiputro, partner van Loeff Claeys Verbeke. De vennootschapsbelasting bedraagt zo'n 30 %.Buitenlanders kunnen nagenoeg in alle productiesectoren een 100 %-eigendom of PMA (zie kader) verwerven, uitgezonderd in transport, infrastructuur, telecom en defensie of strategische bedrijven uit de portefeuille van minister voor Technologie Habibie. De distributie, handel en kleinhandel, blijven (voorlopig) volledig gesloten. Men moet dus scheepgaan met privé-agenten of, naargelang van het product, overheidsbedrijven. Nochtans zijn alle grote internationale distributeurs en merken zoals Makro, Carrefour, Benetton, Promodes, J.C. Penney, Wall Mart en Kenny Leisure of Sogo, Seibu, McDonald's en Ikea met hun eigen naam in het straatbeeld aanwezig. Dat kan door het sluiten van franchise- en technische overeenkomsten : zo schuilt de Nederlandse groothandel Makro feitelijk achter PT Karabna Unggul van de Astra Group. Doorgaans wordt zulke financiële participatie geregeld via een off shore-constructie (die op basis daarvan stemrecht geeft). Ofwel wordt de distributie toevertrouwd aan een dochter van een PMA met een 20 %-participatie van een lokale partner (wat echter niet dezelfde zekerheid biedt als een PMA). Men kan ook kiezen voor de zogenaamde " Tupperware-methode" : de Vlaming Koen Verheien bouwde zo in een paar jaar een succesvol verkoopnet uit voor de Zweedse cosmeticaproducent Oriflame. Hoewel Hammerstein zich positief uitlaat over de werking van BKPM als one stop service en coördinatie-orgaan tussen verschillende ministeries, kan hij niet om hét zwakke punt heen : de bureaucratie en wat eufemistisch in mooi Nederlands "oneigenlijke betalingen" heet. "Dat is nochtans relatief, want men krijgt ermee te maken in alle landen uit de regio, behalve Singapore." Chris Smith, directeur van INA (de Indonesisch Nederlandse Associatie die stevige logistieke steun verleent aan Nederlandse bedrijven), kijkt er filosofisch tegenaan : "Er gelden een aantal "spelregels" en in die context moet je vooraf het begrip corruptie voor jezelf pragmatisch analyseren en bepalen wat de limieten zijn. Dat voorkomt ellende en grote frustratie nadien." Ondanks een duidelijke wetgeving, die in vele gevallen effectieve bescherming biedt aan buitenlandse investeerders, is er nog heel wat kritiek op de rechtspleging : traagheid en soms onzekerheid over de uitkomst van de procedures. "Dit laatste is ook een zorg van de overheid. Sinds '95 kan een zaak binnen een redelijke termijn afgewikkeld worden," verzekert Hammerstein. Hij verwijst naar de overdracht van geschillen met de overheid en de consequente naleving door Indonesië van uitspraken van het International Center for the Settlement of Investment Disputes in Washington. "Veel buitenlanders laten in hun contracten opnemen dat geschillen door arbitrage zullen worden opgelost, zonder de lokale rechtbanken. Zoiets staat echter haaks op de Indonesische cultuur, waarin men ten allen prijze conflicten vermijdt. Men kan beter stellen dat in een eerste fase gestreefd zal worden naar een akkoord in der minne." Hoe gaan Belgische ondernemers om met het soms moeilijk doorzichtige schaduwspel in de Indonesische zakenwereld ?