Dichtgeslibde organisatie
...

Dichtgeslibde organisatieHet dreigt grondig fout te lopen met de hoop van onze economie. Het zwaard van Damocles hangt boven vele innovatieve dienstverleners. Dagelijks leveren onderzoekers, advocaten, consulenten, medici, ingenieurs en andere professionals hoogwaardige diensten. Enkele jaren geleden nog schoten uit die activiteiten talloze ambitieuze bedrijven als paddestoelen uit vochtige grond. Op het eerste gezicht lenen ze zich perfect en met veel succes tot de geprezen flexibele organisatievormen. Door de aard van hun werk en het nodige persoonlijkheidspatroon daarvoor, lijken zelfsturing, mentale souplesse en vruchtbaar labeur evident. Zelfsturing brengt echter ook onafhankelijk gedrag met zich. Voor leidinggevenden is het dan ook moeilijk al die zelfstandig opererende medewerkers te managen. Krijg die neuzen maar eens in dezelfde gewenste richting. "Toch verlangt een moderne professionele organisatie meer gezamenlijke intelligentie en minder eigengereid optreden," poneert de Utrechtse organisatie-adviseur Pieterjan van Delden. In zekere zin is het zowel de conclusie als het uitgangspunt van Professionele organisaties. De ondertitel, Vernieuwen onder druk, maakt het opzet meteen duidelijk. Zulke organisaties genieten de reputatie vernieuwend te zijn. Maar de vernieuwing blijft ongericht, er worden kansen gemist en het perspectief voor de medewerkers verslechtert. Mettertijd verliezen professionals hun begerenswaardige autonome status. De onderlinge afhankelijkheid neemt toe. Juist zulke professionals balen toch van de valkuilen in de klassieke arbeidsorganisaties ? Van Delden reconstrueert hoe ze er zelf met open ogen intuimelen. Net als andere organisaties kunnen vakgerichte en kennisintensieve bedrijven hun dynamiek kwijtraken. Het gevaar op een dichtgeslibde organisatie is niet denkbeeldig, zo verwoordt van Delden het knelpunt. Hij geeft de typische oorzaken aan. Primo : beperkte loopbaanmogelijkheden, waardoor de jonge generatie niet aan bod komt en het werkklimaat bedaagd wordt. Secundo : een generatiecultuur. Het denken en handelen is geënt op de leefwereld van een bepaalde leeftijd en periode. Er is een tekort aan verse zuurstof. Tertio : de specialisatiefuik. Na verloop van tijd is het eigen specialisme een gevestigd instituut geworden en ontbreekt de zin om op zoek te gaan naar nieuwe uitdagingen. Misschien schrikt u aardig op van sommige hoofdstukken. Dat kan, bijvoorbeeld, als u zichzelf herkent in het deel dat de nefaste gevolgen van een te homogeen personeelsprofiel behandelt. Dan doemt het gevaar van onderdelegatie op : ervaren bekwame professionals verrichten taken die beter door jongere collega's of ondersteunende medewerkers opgeknapt worden. Ze nemen zelf hun kopieën, voeren hun secretariaat en verliezen hopeloos veel tijd met routinezaken. Daardoor blijft er te weinig tijd over voor ideeënontwikkeling en gesprekken met opdrachtgevers. Het komt er dus op aan de professionele dienstverleners te laten optreden in teams en (h)echte structuren. Blijkbaar vergen de flexibiliteit en de chaos dringend een stevig georganiseerde basis.LDD Pieterjan van Delden, Professionele organisaties. Contact, 216 blz., 1100 fr.