Sinds begin dit jaar is de btw op restaurant- en cateringdiensten verlaagd van 21 naar 12 procent, met uitzondering van de btw op dranken. Die blijft onderworpen aan het normale tarief van 21 procent.
...

Sinds begin dit jaar is de btw op restaurant- en cateringdiensten verlaagd van 21 naar 12 procent, met uitzondering van de btw op dranken. Die blijft onderworpen aan het normale tarief van 21 procent. Al jaren gingen er stemmen op om de hoge btw op restaurantdiensten te verlagen. Maar zelfs als de Belgische wetgever of de Belgische minister van Financiën dat wilden: het kon gewoon niet. De Europese wetgeving stond een dergelijke verlaging niet toe. Pas begin mei 2009 heeft Europa het licht op groen gezet om restaurant- en cateringdiensten onder toepassing te brengen van een verlaagd tarief. Waarbij het aan de lidstaten overgelaten werd om te beslissen, ten eerste of zij zo'n verlaging wel of niet willen toepassen, en ten tweede of zij dranken wel of niet van de tariefverlaging wensen uit te sluiten. België beschikte over de mogelijkheid het tarief te laten zakken ofwel naar 12 ofwel naar 6 procent, en heeft er allicht wegens budgettaire redenen voor geopteerd de tussenweg te kiezen: geen verlaging naar 6, maar wel naar 12 procent, maar niet voor dranken. In de aanloop naar deze tariefverlaging werden ronkende verklaringen afgelegd over hoe deze verlaging gekoppeld zou worden aan de bestrijding van fiscale fraude in de sector. Maar uiteindelijk bleef daar niet veel van over. Samen met de tariefverlaging is voor de restaurantsector wel de verplichting ingevoerd om gebruik te maken van een geregistreerd kassasysteem. Dat moet fraude zo goed als uitsluiten. Maar zoals dat in België vaak gebeurt, hanteert men bij de invoering van deze nieuwe verplichting de fluwelen handschoen. Het gebruik van het nieuwe kassasysteem geldt in een eerste fase uitsluitend voor wie een restaurant opstart. Wie eind vorig jaar al een restaurant had, hoeft zich voorlopig geen zorgen te maken. Hij moet zich slechts in regel stellen tegen 1 januari 2013. Dat dranken uitgesloten zijn van de tariefverlaging, zorgt in de praktijk voor problemen. Veel restaurants bieden een all-inmenu aan tegen een prijs inclusief dranken. De vraag is dan hoe de restauranthouder de btw moet toepassen. In theorie is het antwoord eenvoudig: de restauranthouder moet de prijs uitsplitsen, en moet aangeven hoeveel van de prijs betrekking heeft op het eten en hoeveel op het drinken. Enkel het eerste gedeelte geniet de tariefverlaging van 21 naar 12 procent. Maar zo'n uitsplitsing is niet vanzelfsprekend. In veel gevallen is het moeilijk om bij all-inmenu's het eten en het drinken te scheiden. Dat heeft de belastingadministratie inmiddels ook begrepen. Vandaar dat zij een 'vuistregeltje' heeft uitgewerkt: van de all-inprijs mag in de praktijk 35 procent geacht worden op de dranken te slaan. Maar of dat veel helpt, is nog maar de vraag. De administratie beperkt het gebruik van het vuistregeltje zelf tot situaties waarin het om een eenvoudig all-inmenu gaat. Zodra er bijvoorbeeld een glaasje champagne bij te pas komt, mag het niet worden toegepast. Zij behoudt zich bovendien het recht voor het gebruik van het vuistregeltje te betwisten in die gevallen waarin het aandeel van de dranken (bijvoorbeeld dure wijnen) duidelijk hoger is dan 35 procent. Hoteluitbaters zullen zich ook afvragen hoe zij de nieuwe reglementering moeten toepassen. Voor een kamer met ontbijt is er geen probleem. Het verschaffen van gemeubeld logies, al dan niet met inbegrip van het ontbijt, is al jaar en dag aan 6 procent btw onderworpen. Dat blijft zo. Wat met een hotelhouder die half- of volpension aanbiedt? In het verleden werd aanvaard dat de helft van de aangerekende prijs (althans in normale omstandigheden) geacht mag worden te slaan op de overnachting en het ontbijt. Die helft mocht dan getarifeerd worden tegen 6 procent btw (kamer met ontbijt) en de andere helft tegen 21 procent (de overige maaltijden). De minister van Financiën heeft inmiddels bevestigd dat deze verdeling ook nu nog mag worden toegepast (met op de andere helft voortaan 12 procent in plaats van 21 procent btw). Maar wanneer de enige prijs voor die andere maaltijden ook het verbruik van dranken omvat, moet toch weer een uitsplitsing worden gemaakt (al dan niet met toepassing van het voormelde vuistregeltje). Een vriend vertelde van een chef-kok die de crisis in de sector anders aanpakt. Hij vraagt de gewone prijs voor een maaltijd. En voor de dranken, inclusief wijnen, vraagt hij de prijzen die je normaal in de winkel betaalt (in plaats van drie keer die prijs zoals in de sector gebruikelijk is). Hij heeft op die manier geen btw-tariefverlaging nodig. Zijn prijzen blijven automatisch binnen de perken. DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR FISCOLOOG. Jan Van DyckVan de all-inprijs in een restaurant mag 35 procent geacht worden op de dranken te slaan.