Waarom moet u dIe onderzoeker kennen?

Tissue engineering of weefselbouwkunde. Zo heet de interdisciplinaire tak van de wetenschap die zich bezighoudt met het maken van levende implantaten. Dat gebeurt met een 3D-printer die levend celmateriaal gebruikt. Ooit zal daarmee een leverpatiënt aan een vers geprinte lever worden geholpen. Zover is het nog niet, maar weefselbouwkunde heeft veel potentieel. Al was het maar omdat de vraag naar organen hoger ligt dan het aantal orgaandonoren.
...

Tissue engineering of weefselbouwkunde. Zo heet de interdisciplinaire tak van de wetenschap die zich bezighoudt met het maken van levende implantaten. Dat gebeurt met een 3D-printer die levend celmateriaal gebruikt. Ooit zal daarmee een leverpatiënt aan een vers geprinte lever worden geholpen. Zover is het nog niet, maar weefselbouwkunde heeft veel potentieel. Al was het maar omdat de vraag naar organen hoger ligt dan het aantal orgaandonoren. Een van de Belgische boegbeelden in de weefselbouwkunde is Liesbet Geris (40). Ze werkt aan de Universiteit van Luik (ULg) en de KU Leuven. Haar expertise is gelegen in het bouwen van computermodellen voor weefsel en botten. Ze richt zich op mensen met een breuk die niet wil genezen, zoals kinderen met de genetische afwijking neurofibromatose. Geris' onderzoek behelst zowel het ontwerp van de computermodellen als het 3D-printen van levend materiaal. "Computermodellen voor weefselbouwprocessen zijn de rode draad", legt ze uit. "Onderzoek naar geneesmiddelen en medische hulpmiddelen is duur en gaat traag. Met computermodellen kunnen we de kostprijs verlagen, omdat ze het onderzoek dat nu met dierenproeven en in het laboratorium gebeurt, gedeeltelijk vervangen." Haar groep van bijna twintig onderzoekers is verspreid over de ULg en de KU Leuven. "Na mijn postdoc in Oxford kwam er een positie in Luik open voor het computermodelleren. Dus was het logisch dat ik naar daar overstapte", zegt ze. "Maar ik ben blij dat ik ook een link met Leuven behoud." Liesbet Geris werkt sinds 2011 met een beurs van de European Research Council. Dat is niet voor iedere onderzoeker weggelegd. Het zegt iets over het internationale aanzien van haar werk. "Ik ben blij dat na tien jaar koppig doorwerken, er zowel interesse is voor de weefselbouwkunde als voor het computermodelleren." Geris is ook voorzitter van een wetenschappelijke vereniging die het gebruik van computermodellen voor biologische processen bij de Food and Drug Administration en de European Medicines Agency op de agenda zet. "We slagen erin het gebruik van computermodellen als bewijs te laten aanvaarden bij die regelgevende autoriteiten", stelt ze. Economische toepassingen zijn belangrijk, maar haar academische missie blijft voor Geris primair. Ook al omdat het lastig is intellectuele eigendom op de computermodellen uit te bouwen, omdat die grotendeels op copyright zijn gebaseerd of met open- sourcesoftware zijn gemaakt. "Als een spin-off moeilijk ligt, zetten we toch in op een toepassing, omdat we denken een effectieve behandeling te hebben voor patiënten voor wie niets bestaat." Haar onderzoekers werken mee aan een groot Europees project om het printen met biologisch materiaal te automatiseren. Daar is ook het Duitse Fraunhofer Institut bij betrokken. "We werken aan een platform waarop we implantaten volautomatisch of halfautomatisch kunnen produceren", zegt ze. "Dat biedt perspectieven voor de commercialisering, al zal de kostprijs van een behandeling met een bio-implantaat altijd hoog blijven." Wetenschap was een late roeping. Als tiener hing Geris rond in de volleybalclub en de muziekschool. "Maar zodra ik begreep dat ik mijn kennis ook voor medische toepassingen kon gebruiken, was ik verkocht", zegt ze. "Dat mijn werk mijn hobby is, geeft veel inspiratie. Een publicatie of een beurs wakkert mijn enthousiasme minder aan dan de mensen in mijn team. Het is aanstekelijk een masterstudent te zien ontwikkelen tot een onderzoeker met een eigen drijfveer."