Om de twee jaar krijgen de Amerikanen in de Ryder Cup een serieuze pandoering van hun Europese collega's. Misschien zoeken ze daarom troost in de Presidents Cup, een toernooi dat voor het eerst werd georganiseerd in 1994 en waarin de Amerikanen het om de twee jaar opnemen tegen een internationale selectie zonder Europeanen. Twee weken geleden haalden de Amerikanen het op de Royal Montréal, het oudste golfterrein in Noord-Amerika, in ieder geval van de internationale selectie. Het toernooi bestaat ook uit dubbels en enkels, maar hanteert een andere formule ...

Om de twee jaar krijgen de Amerikanen in de Ryder Cup een serieuze pandoering van hun Europese collega's. Misschien zoeken ze daarom troost in de Presidents Cup, een toernooi dat voor het eerst werd georganiseerd in 1994 en waarin de Amerikanen het om de twee jaar opnemen tegen een internationale selectie zonder Europeanen. Twee weken geleden haalden de Amerikanen het op de Royal Montréal, het oudste golfterrein in Noord-Amerika, in ieder geval van de internationale selectie. Het toernooi bestaat ook uit dubbels en enkels, maar hanteert een andere formule dan de Ryder Cup. Europeanen zijn er niet van de partij, maar toch is de Presidents Cup voor de twaalf Amerikanen geen hapklare brok. Dit jaar speelden ze onder leiding van Tiger Woods, Jim Furyk, Phil Michelson en Zach Johnson tegen wereldsterren als Ernie Els en Retief Goosen (Zuid-Afrika), Adam Scott en Geoff Ogilvy (Australië), Vijay Singh (Fidji) of Angel Cabrera (Argentinië). Op basis van het internationale klassement haalden de Amerikaanse deelnemers gemiddeld een 22ste plaats, terwijl hun internationale collega's gemiddeld goed waren voor de achttiende plaats in de wereld. Anderzijds krijgen de Amerikanen in de Presidents Cup altijd voor mekaar wat hen in de Ryder Cup niet lukt. "En ik weet waarom," zegt Singh. "Wij spelen allemaal in de Amerikaanse Tour en trainen voor de Presidents Cup dus samen. De Amerikanen kennen ons en dat boezemt hen vertrouwen in. Als ze het tegen de Europeanen opnemen, dan kennen ze de helft van die jongens niet. Dan weten ze niet hoe hun tegenstander speelt en reageert." Jim Furyk speelde vijf keer mee in zowel de Ryder Cup als de Presidents Cup. "Ik ben altijd blij dat ik mag meespelen in om het even welke van de twee, maar tegen de Europeanen ben ik altijd iets meer gespannen." Terwijl de Amerikanen in Montréal speelden, stonden in Ierland continentaal Europa en Groot-Brittannië plus Ierland tegenover elkaar in de Seve Trophy. Dit toernooi, een initiatief van Seve Ballesteros, wordt beschouwd als een training en heeft niet de ambitie van de Presidents Cup, die een prestigieus toernooi wil zijn. De Trophy wordt sinds 2000 om de twee jaar gespeeld en werd voor de vierde keer gewonnen door de Britten en Ieren, terwijl de continentale Europeanen nog maar één keer konden winnen. Terwijl in Québec heel wat volk kwam opdagen, was het Ierse publiek niet bepaald enthousiast. Het lokale idool Padraig Harrington was immers niet van de partij, zodat maar 5000 mensen kwamen opdagen langs de fairways en greens van Killenard. Voor de Ryder Cup 2006, die bij de buren van de K Club werd gespeeld, werden 40.000 toeschouwers per dag geteld. Natuurlijk waren er deze keer nogal wat belangrijke afwezigen, zoals Paul McGinley, Darren Clarke, Sergio Garcia, Luke Donald, Jose Maria Olazabal, Lee Westwood, Henrik Stenson, Ian Poulter of Niclas Fast. Om maar te zeggen: de Europeanen zijn niet warm te krijgen voor toernooien waar niet echt veel op het spel staat. John Baete