De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School.
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be Ja, er zijn nog zeer aandachtige lezers van deze column. Ik kreeg een vriendelijk mailtje van Dirk Deschrijver over mijn citaat van Harry Truman 'The buck stops here'. Ik had het namelijk toegewezen aan Roosevelt. Laten we even, nu de Amerikaanse presidentsverkiezingen weer in zicht zijn, kijken naar de managementwijsheden van enkele andere Amerikaanse presidenten. Dwight Eisenhower zou ooit gezegd hebben: Dringende zaken zijn zelden belangrijk, en belangrijke dingen zijn zelden dringend. Dringend is dwingend. Dringend is niet-onderhandelbaar. De tirannie van het dringende! Dringend is extern opgelegd. Dringend heeft een negatieve macht. Waarom? Omdat als we dringende dingen niet doen, er vervelende zaken gebeuren. En wat gebeurt er als we ze wel doen? Meestal niet veel. Merkwaardigerwijs kan je 'belangrijk' veel minder goed definiëren. Wanneer is iets belangrijk? Als het bijdraagt tot iets nog belangrijkers (en zo kunnen we bezig blijven). Belangrijk, daar kiezen we voor, dat is niet opgelegd, er is altijd een keuzemoment. Als je iets belangrijks niet doet, gebeurt er niet veel, tenminste niet op korte termijn. Opleiding volgen, geregeld met je medewerkers praten, de evoluties op de markt volgen, Trends lezen, en voldoende lichaamsbeweging nemen. Stuk voor stuk uiterst belangrijk, maar als je die dingen één weekje (twee weken, drie maanden?) uitstelt, lijkt er niet veel te gebeuren. Als we het wel doen, krijgen we (op termijn) heel leuke gevolgen. In de praktijk echter verdrijft het 'slechte' werk steeds het goede. We offeren 'belangrijk' al te vaak op aan 'dringend'. Dank u 'Ike', voor je grote managementles. Spijtig dat ik geen gezaghebbende bron (een cursus time management is een gezaghebbende bron!) vind die deze quote echt aan jou toewijst. Kan een wakkere lezer helpen? John Kennedy was de specialist van de grote speeches en de onvergetelijke oneliners. Uiteraard kiezen we Ich bin ein Berliner. Managementles: empathie. Spreek de taal van je publiek. En weet dat men zelfs je prachtigste oneliners zal bemodderen. Want duizenden betweters zeggen dat hij eigenlijk gezegd heeft: Ik ben een Berlijnse bol, zo'n vettige donutachtige koffiekoek met vanillepudding of confituur (in mijn jeugd gekend als 'Boule de Berlin' of ' Berlijnse bol', of nog toen het politiek correct moest zijn ter nagedachtenis van onze Vlaamse jongens uit de Eerste Wereldoorlog: 'Boule de l'Yser', in het Frans nota bene). Hij had moeten zeggen: Ich bin Berliner. Toch hebben taalkundigen aangetoond dat Kenndey wél gelijk had. De regel geldt overigens ook in het Nederlands. Louis Michel vertelt af en toe wel eens iets grappigs. Hij kan dan voor de camera zeggen: ja ja ik ben een grappenmaker. Geert Hoste echter moet zeggen: ik ben grappenmaker. Met andere woorden een echte Berlijner moet zeggen: ik ben Berlijner. Een toevallige moet zeggen: ik ben een (soort) Berlijner. Kennedy gered door de germanisten. De ene dienst is de andere waard. Richard Nixon verklaarde in zijn interview met David Frost simpelweg: Als de President iets doet, betekent dit dat het niet illegaal is. Als er nu één rode draad loopt van Enron tot Parmalat, van L&H tot Swissair, dan zal het wel die grandioze Nixon-visie zijn. Voor ons charismatici, redders van F.C. Parma en de Westhoek, bestaan er andere wetten, namelijk voor ons geldt uiteraard: wat wij na al dan niet rijp beraad beslissen is per definitie ethisch en legaal correct. Jimmy Carter zal in managementkringen vooral herinnerd worden, niet door wat hij gezegd heeft, maar wat over hem is gezegd: naar Jimmy Carter luisteren is zoals kijken naar de achterkant van een handgeknoopte tapijt. Liberalen aller landen vinden uiteraard blijvend inspiratie bij Ronald Reagan. Een communist is iemand die Marx en Lenin heeft gelezen. Een anticommunist is iemand die ze heeft begrepen. De liberale ministers van Financiën denken ongetwijfeld dagelijks terug aan Reagans onvergetelijke quote: Wij hebben duizend miljard dollar schuld, niet omdat we te weinig belastingen heffen; wij hebben duizend miljard schuld, omdat we te veel uitgeven. Eenvoudig vraagje voor gevorderden: wat hebben de Amerikanen gedaan sinds Reagan? Over Bill Clinton zullen we relatief kort zijn. Hij is de man van de gemiste quote. Hij had kunnen zeggen: Close but no sigar. Rest nog de Bush-familie. Vader Bush zal in managementkringen vereeuwigd blijven met zijn antwoord op de kritiek dat hij te veel met dagelijkse dingen bezig was. Oh, the vision thing. Sindsdien kan je niet echt meer pleiten voor 'visie'. Zoon Bush zal waarschijnlijk meer herinnerd worden voor zijn leiderschap, charisma, dadenkracht, uitstraling, respect voor het gegeven woord, het belang van relationele contracten, opbouw van een meer rechtvaardige maatschappij dan voor zijn historische quotes. Toch moeten we in schoonheid eindigen: Dit is overduidelijk een budget. Er staan veel cijfers in (5 mei 2000). Een echte leider zegt immers wat ongezegd is gebleven. Of verkiest u, in het kader van rationeel energieverbruik: We hebben een wet nodig die energieconsumptie aanmoedigt ( 23 september 2002). Daar zijn 100 Kyoto-protocols echt maar bleekjes tegenover. John Kerry, volhouden jongen, we zouden je graag volgend jaar citeren. Marc Buelens