Op het moment dat ik deze tekst schrijf, weet ik niet wie de staatshoofden en regeringsleiders zullen kiezen om gedurende tweeënhalf jaar president te worden van de Europese Raad.
...

Op het moment dat ik deze tekst schrijf, weet ik niet wie de staatshoofden en regeringsleiders zullen kiezen om gedurende tweeënhalf jaar president te worden van de Europese Raad. De Europese Raad heeft aangetoond dat de in het Verdrag van Lissabon vastgelegde vernieuwingen noodzakelijk zijn om te komen tot een samenhangende strategie en een organisatiemodel waarmee in de Unie de beslissingen genomen kunnen worden die beantwoorden aan de uitdagingen van vandaag. Toegegeven, mijns inziens gebood de integratielogica dat de voorzitter van de Commissie die functie zou opnemen. Dat was niet de keuze van de meerderheid van de lidstaten. Die hechten meer belang aan een nationale soevereiniteit dan aan een ge- deelde soevereiniteit die voor Europa beantwoordt aan de eisen van een geglobaliseerde wereld. Beweren dat men een president wenst voor Europa en tegelijk weigeren om datzelfde Europa de middelen te geven om een beleid uit te tekenen, neigt naar intellectuele oneerlijkheid. Maar bon, de teleurstelling helpt ons niet vooruit. In de huidige omstandigheden zullen we geen president van Europa krijgen, althans niet in de hoedanigheid die soms geopperd werd. We zullen daarentegen een president van een Europese Raad hebben die over de middelen zal beschikken om er op een doeltreffende manier toe bij te dragen dat de Unie haar beleid uittekent. Wat moet die president doen om daarin te slagen? In de eerste plaats maken dat de Europese Commissie, die als enige verantwoordelijk en in staat is om het Europees belang te definiëren, haar initiatiefrecht ten volle opneemt om de lidstaten en het Europees Parlement te interpelleren door hun de beslissingen en beleidsdaden voor te stellen die de omstandigheden vereisen. Die Commissie mag zich niet beperken tot wat mogelijk is, maar moet bepalen wat noodzakelijk is en zich inzetten om het te verkrijgen. De president van de Europese Raad zal er van zijn kant moeten op toezien dat over deze voorstellen een volwaardig debat wordt gevoerd en dat ze niet worden afgevoerd omdat ze de ene of andere partner niet bevallen. Hij is de betrouwbare en in de tijd aanwezige gesprekspartner die de voorzitter van de Commissie tot op heden niet had. Vervolgens moet hij maken dat de nieuwe verantwoordelijke voor het buitenlandse beleid een politiek kan suggereren die de instrumenten van de Unie combineert met die van de klassieke democratie, door er de dimensie van veiligheid aan toe te voegen. De Unie kan haar invloed niet laten gelden, als ze er niet in slaagt te bepalen hoe ze zal deelnemen aan de voorgestelde actie. Het gaat dus niet om een breuk met het verleden, maar wel om het zoeken naar een nieuwe veerkracht om de obstakels te overwinnen en om terug te keren naar de oorspronkelijke ambitie van de Unie, namelijk onze staten en volkeren in staat stellen om hun gemeenschappelijke toekomst vorm te geven. Men zou mij kunnen zeggen dat dit een utopie is, maar zeker niet meer dan wat destijds de verdeeldheid in Europa overwon, de oprichting van een ruimte van vrijheden, de geboorte van de euro. Om de Raad voor te zitten, hebben we een man of een vrouw nodig die inzicht heeft in de historische demarche die we ruim vijftig jaar geleden ondernamen, iemand die gelooft in het belang van de rol van de instellingen, die gelooft in de definitie en in de uitvoering van een samenhangende politiek, iemand die een consensus weet af te dwingen zonder de essentie op te geven. Herman Van Rompuy heeft het profiel en de ervaring. Hij weet dat zonder volharding en discretie een coalitie, wat Europa nog steeds is, niet kan beantwoorden aan wat van haar verwacht wordt. Hij weet ook dat men niet kan overtuigen zonder diepe overtuiging. Hij weet ten slotte dat men enkel de voortrekker kan zijn als men de krachten die een beslissing mogelijk maken verdeelt. Men kan niet tegelijk initiatiefnemer en uitvoerder zijn. Zonder Jean Monnet, zou het Europese concept er waarschijnlijk nooit geweest zijn, zonder Robert Schuman eerst en later Paul-Henri Spaak, zou het nooit tot ontwikkeling gekomen zijn. Het vertrek van Herman Van Rompuy uit België zal leiden tot een debat over zijn opvolging en daardoor op korte termijn een factor van complexiteit en onzekerheid opleveren op een moment dat we die liever zouden missen. Maar op middellange termijn zal het kracht geven aan een Europese realiteit zonder welke België ontredderd zou achterblijven. In een geglobaliseerde wereld bestaat er voor kleine staten geen andere toekomst dan in een Unie die hen respecteert en de mogelijkheid biedt om bij te dragen aan de verwezenlijking van het onontbeerlijke gemeenschappelijke project. DE AUTEUR IS MINISTER VAN STAAT en supporter van anderlecht.Etienne DavignonBeweren dat men een president wenst voor Europa en tegelijk weigeren om datzelfde Europa de middelen te geven om een beleid uit te tekenen, neigt naar intellectuele oneerlijkheid.