BMW heeft niet lang gewacht om de tweede generatie van de X4 te lanceren. Het is nog maar vier jaar geleden dat de eerste 'hippere' versie van de X3 op de markt kwam.
...

BMW heeft niet lang gewacht om de tweede generatie van de X4 te lanceren. Het is nog maar vier jaar geleden dat de eerste 'hippere' versie van de X3 op de markt kwam. We trokken ermee op pad en vonden het goed. Het gebeurt niet zo vaak dat een autobouwer in een volgende generatie de echt kleine kantjes van de vorige wegvijlt. Omdat het technisch niet altijd mogelijk is, maar in sommige gevallen ook omdat de constructeur de minder goede aspecten van een model niet wil inzien. Maar zie: BMW heeft begrepen dat de X4 - een stijlvoller, sportiever en duurder alternatief voor de X3 - niet meteen een praktische auto was. Vooral niet als je hem ging vergelijken met de X3: er was minder beenruimte achterin, een kleinere koffer en minder hoofdruimte.De tweede generatie groeit een beetje en zit nu met een koffer van 525 liter heel dicht in de buurt van de X3. Terwijl de passagiers achteraan bijna 3 centimeter meer beenruimte krijgen. Daarmee is de X4 een heel andere auto geworden. De contouren veranderen dan weer niet ingrijpend. BMW huldigt het spreekwoord dat je altijd moet vasthouden aan een paard dat wint: van de eerste generatie werden 200.000 exemplaren verkocht. Een zeer behoorlijke score. Eventjes logisch denken en je vreest dat die gullere maten ten koste gaan van de rijdynamiek, maar niets is minder waar. Zelfs in het betere bochtenwerk blijft de nieuwe X4 zeer handzaam, en de tweeliter turbodiesel die we probeerden heeft op geen enkel moment moeite om deze toch wel grote SUV te verplaatsen. Bovendien is de viercilinder ook behoorlijk stil zodra je op dreef komt. De uitstekende ophanging van het type M-Sport speelt daar een rol in, en belet niet dat alle inzittenden op een minder goed wegdek een zeer behoorlijk comfortgevoel hebben. De sportstoelen waarmee onze testwagen was uitgerust, doen dat dan weer niet. Ze bieden wel een uitstekende laterale steun, maar een rit van iets meer dan vierhonderd kilometer liet ons tijdens het laatste uur verlangen naar iets anders onder ons zitvlak. Onze passagier bevestigde die indruk.