Dankzij harde besparingen ligt Portugal niet langer aan het noodinfuus van Europa en het IMF. Dat is het enige goede nieuws. De concurrentiekracht is zwak en de bedrijven torsen een zware schuldenlast.
...

Dankzij harde besparingen ligt Portugal niet langer aan het noodinfuus van Europa en het IMF. Dat is het enige goede nieuws. De concurrentiekracht is zwak en de bedrijven torsen een zware schuldenlast. In mei 2014 kon de Portugese economie weer ademhalen. Na vier jaar van harde besparingen had het land niet langer noodsteun nodig. Voor de Portugezen was dat een schrale troost. Tienduizenden overheidsbanen waren voor de bijl gegaan, en ambtenaren hadden fikse loonsverlagingen moeten slikken. Belastingen waren hoger, pensioenen en werkloosheidsvergoedingen lager. Ook in onderwijs en gezondheidszorg was de schaar gegaan. Niet dat de kastijding vergeefs is geweest. Het begrotingstekort komt dit jaar weer in de buurt van de Europese 3 procentnorm, voorspelt het IMF. De werkloosheid moet uitkomen op 13 procent, een stuk onder de dramatische piek van 17,5 procent in 2013. En er komt eindelijk een beetje geld in het laatje: in 2013 toonde de lopende rekening voor het eerst in vele jaren een overschotje. Voor de rest is er niet veel reden tot juichen. Honderdduizenden jonge, goed opgeleide Portugezen emigreerden. Het is niet zeker of ze vlug terugkomen, want de toekomst oogt niet stralend. De Portugese groei zal dit en volgend jaar blijven hangen rond anderhalve procent, te weinig om de werkloosheid terug naar haar pre-crisisniveau te brengen, volgens het IMF. Het begrotingstekort mag dan al bedwongen zijn, de overheidsschuld blijft een molensteen rond de nek, en zal in 2020 nog altijd 121 procent van het bbp bedragen. En Portugal is wel minder afhankelijk van buitenlandse financiering, toch is het land kwetsbaar door het kleine overschot op de lopende rekening en de zware buitenlandse schuld. Eind 2014 torsten de Portugese privésector en overheid samen een buitenlandse schuld van liefst 215 procent van bbp. Om van al die kwalen te genezen, heeft Portugal economische groei en concurrentiekracht nodig, maar uitgerekend die zijn er te weinig. Tussen 2000 en vandaag is de economie amper gegroeid, en is de concurrentiekracht geërodeerd, stelt het IMF. Dat komt door een verkeerd gebruik van middelen. De goedkope kredieten uit het buitenland -- mogelijk gemaakt door de toetreding tot de euro -- had Portugal moeten investeren in productieve sectoren. In plaats daarvan stroomde het geld naar de import van consumptiegoederen, en naar investeringen in sectoren die niet blootstaan aan internationale concurrentie, zoals de bouw en de overheid. Veel groei en concurrentiekracht levert dat niet op. De sclerose is op een aantal terreinen goed zichtbaar. Portugal heeft te weinig goede managers, en de kapitaalvoorraad krimpt door een gebrek aan investeringen, aldus het IMF. In de bedrijfswereld maken kmo's de dienst uit. Deugdelijk bestuur is niet hun eerste zorg. De winsten komen meestal in de zakken van de eigenaars terecht, en niet in de reserves van het bedrijf. Leningen zijn de norm. De schuldenberg van de Portugese bedrijven is goed voor 119 procent van het bbp, een van de hoogste niveaus in de EU. Begin dit jaar zat liefst 31 procent van de Portugese bedrijven met achterstallige aflossingen, zegt het IMF. Het is de voornaamste verklaring voor de grote provisies voor slechte leningen bij de Portugese banken. De provisies bedragen 7,7 procent van de totale kredietportefeuille, opnieuw een van de hoogste niveaus in de EU, en een domper op de rendabiliteit van de banken. De schuldafbouw bij de bedrijven is ingezet, maar gaat te traag.