Ver moet Jean Lemaire niet zoeken naar de kiemen van zijn liefde voor porseleinen antiek: hij groeide er simpelweg tussen op.
...

Ver moet Jean Lemaire niet zoeken naar de kiemen van zijn liefde voor porseleinen antiek: hij groeide er simpelweg tussen op. Jean vertegenwoordigt immers de vierde generatie van het vroegere Brusselse huis Michiels, nu galerie Maison Lemaire. De galerie legt zich toe op oude keramiek en porselein, en meer bepaald op Doorniks en Brussels porselein, een domein waarin Lemaire een onbetwiste autoriteit is. "Ik ben geschiedkundige van opleiding. Oud porselein is een passie voor mij, maar de microbe had me eerlijk gezegd niet van jongs af aan te pakken. Zoals wel meer jongeren revolteerde ik tegen mijn ouders en wou als puber niets te maken hebben met wat zij deden. Ik was wel geïnteresseerd in geschiedenis, maar niet in antiquariaat. Dat veranderde toen ik zeventien, achttien jaar was. Achteraf bekeken was dat ook niet zo vreemd: om de wereld van het antiquariaat en het oude porselein te appreciëren, moet je een inspanning leveren. Je hebt bepaalde sleutels nodig om je wegwijs te maken in die wereld. Als twaalfjarige is dat moeilijk om in te zien. En eigenlijk geldt nu nog altijd: voor elke deur die je opent in deze wereld, zijn er weer verschillende andere deuren die je kan openen. Dat maakt het net leuk."De wereld van oude keramiek en antiek porselein is een aparte wereld. Lemaire speelt daarin ook nog eens een dubbele rol: enerzijds is hij een gepassioneerde liefhebber met een wereldvermaarde wetenschappelijke kennis, anderzijds is hij een handelaar met een goed ontwikkelde neus voor zaken. Die twee aspecten van zijn beroep wringen soms, bekent hij. "Een antiekhandelaar moet een tikkeltje schizofreen zijn. Het is soms moeilijk om het louter zakelijke en de liefde voor onze voorwerpen te combineren. Ik houd met hart en ziel van oud porselein. Ik ben geen verkoper van wasmachines, begrijp je. De stukken die ik verkoop, beschouw ik als mijn kinderen: ik steek er enorm veel tijd in om ze te vinden, ik probeer er zoveel mogelijk over te weten en ben tevreden als ik zie dat ze in handen komen van een verzamelaar die er met evenveel passie en gedrevenheid mee bezig is. Veel verzamelaars zijn goede vrienden. Aan de andere kant moet ik me natuurlijk evengoed op het zakelijke toeleggen. Het commerciële kwam in mijn opleiding aan de universiteit niet echt aan bod ( lacht). Dus heb ik maar al doende geleerd." Antiekhandelaars hebben het de jongste tijd niet zo makkelijk. De kunst- en antiekmarkt kreeg te lijden onder de economische crisis, al spreekt Lemaire dat meteen tegen - tenminste toch op zijn domein. "Oude keramische en porseleinen voorwerpen zijn niet hetzelfde als pakweg een impressionistisch schilderij. De prijzen zijn in ons gebied relatief stabiel. De grote moeilijkheid is om goede stukken aan te kopen. Verkopen is geen probleem, de interesse is groot genoeg. Stukken vinden is moeilijker, onder meer omdat veel jonge mensen zich bewuster zijn van de waarde van veel voorwerpen. Zomaar alles verkopen wat ze vinden op de zolder van hun ouders of grootouders doen ze niet meer. Tegelijk is ons publiek ook veel beter geïnformeerd dan vroeger. Ze specialiseren zich meer en kunnen soms bogen op een bijna wetenschappelijke kennis van de voorwerpen die ze kopen. Ze zijn veel mondiger geworden. Natuurlijk zijn er ook nog altijd liefhebbers die iets kopen omdat ze iets doodgewoon mooi vinden, maar velen verkiezen duidelijk kwaliteit. Dat is wellicht de grootste verandering van de jongste jaren. Samen met de grotere interesse voor kleinere spullen. Dat zijn modes die meespelen, maar waar je moeilijk een verklaring voor vindt. Het is soms moeilijk te achterhalen waarom sommige voorwerpen populair zijn en andere niet. Internationaal spreekt Brussels porselein bijvoorbeeld veel meer tot de verbeelding dan Doorniks. Ik weet niet waarom dat zo is. Het is een van de onverklaarbare eigenaardigheden van onze markt."Hoeveel verzamelaars van Brussels en Doorniks porselein er zijn in België, weet Lemaire niet. "Het is heel moeilijk om er een cijfer op te plakken. Je hebt enerzijds de actieve verzamelaars, wier kooplust bijna vraatzuchtige proporties aanneemt. Ze willen almaar meer stukken om hun verzameling te vervolledigen. Anderzijds heb je de passieve verzamelaars, die al een collectie hebben en slechts sporadisch iets kopen. Daarom is het moeilijk in te schatten."Er zijn heel weinig mensen die oude keramiek en porselein kopen als investering. Daarvoor brengt het te weinig op. "Maar op langere termijn is het een veilige belegging," aldus Lemaire. "Een beetje te vergelijken met een staatsobligatie. Voor de reuzenwinsten moet je het dus niet doen."De economische boom van China laat zich ook voelen in de antiekwereld. Op antiekmarkten en -veilingen duiken steeds meer kapitaalkrachtige Chinezen op die veel poen op tafel leggen voor stukken waar ze hun zinnen op gezet hebben. Meestal gaat het om stukken die in de Chinese cultuur en geschiedenis een speciale betekenis hebben, maar die westerse verzamelaars en liefhebbers soms ontgaat. Chinezen kijken simpelweg met andere ogen naar porseleinen objecten. "Soms geeft dat een destabilisatie van de markt, maar voor Europees keramiek en porselein blijven de gevolgen zeer beperkt. Chinezen zijn niet zo geïnteresseerd in ons porselein. In het Westen heb je verzamelaars die zich op allerlei soorten porselein en keramiek toeleggen, maar Chinezen beperken zich vooral tot hun eigen patrimonium. Daar zie je de prijzen de hoogte in gaan, maar op de rest van de markt blijven de prijzen stabiel. Voor oud porselein en keramiek maken de prijzen zoals gezegd zelden of nooit bokkensprongen."Dominique Soenens