Er zijn in hoofdzaak twee handelingen waarvoor btw verschuldigd is: het 'leveren van goederen' en het 'presteren van diensten'. Een 'levering van goederen' betekent dat de macht om als een eigenaar over een lichamelijk goed te beschikken, overgedragen wordt aan iemand anders. Schoenen of ijsjes verkopen bijvoorbeeld.
...

Er zijn in hoofdzaak twee handelingen waarvoor btw verschuldigd is: het 'leveren van goederen' en het 'presteren van diensten'. Een 'levering van goederen' betekent dat de macht om als een eigenaar over een lichamelijk goed te beschikken, overgedragen wordt aan iemand anders. Schoenen of ijsjes verkopen bijvoorbeeld. Het 'presteren van een dienst' wordt in het btw-wetboek omschreven als elke handeling die geen 'levering van een (lichamelijk) goed' is. Het verstrekken van een advies, het vervoer van goederen of personen, enzovoort, zijn evenveel voorbeelden van handelingen die als een 'dienst' moeten worden aangemerkt. Het onderscheid tussen 'leveringen' en 'diensten' is niet zonder belang. Soms is er bijvoorbeeld een tariefverschil. Neem de levering van een zak aardappelen. Daarop is 6 procent btw verschuldigd. Maar als dezelfde aardappelen opgediend worden in een restaurant, is 12 procent btw verschuldigd. Vandaar het belang om te weten waar een 'levering van goederen' eindigt, en waar een 'dienstprestatie' begint. In de meeste gevallen stelt dit geen grote problemen. Maar in de horecasector is het verschil dikwijls heel subtiel. Alle uitbaters van frituren, snackbars, pizzeria's, enzovoort, kunnen daarvan meespreken. Wanneer de friet of de snack gewoon meegegeven wordt om thuis op te eten, zal niemand betwisten dat het om een gewone 'levering van goederen' gaat. Maar wat doe je als in de frituur of snackbar accommodatie aanwezig is om de frietjes of de snacks ter plaatse te verorberen? Gaat het dan niet langer om een 'levering', maar wel om een 'dienstverrichting', met als gevolg dat het tarief stijgt naar 12 procent? Het probleem is al jaren bekend. Niettemin doen zich in de praktijk weinig betwistingen voor. Allicht is dat, omdat de belastingadministratie vele jaren geleden al een aantal praktische richtlijnen heeft uitgevaardigd, precies ten behoeve van de sector van de frituren, snackbars, enzovoort. Als zij zich aan deze richtlijnen houden, weten zij heel precies waar het leveren van goederen (frietjes, snacks,...) eindigt, en het verrichten van een 'restaurantdienst' begint. Maar de wereld staat niet stil. Inmiddels zijn nieuwe vormen opgedoken voor het verschaffen van spijzen en dranken. Denk bijvoorbeeld aan popcorn in bioscopen, of aan de diensten van cateraars waarop je een beroep kunt doen om bijvoorbeeld thuis een feest te organiseren (de zogenaamde 'partyservices'). De popcorn in bioscopen wordt ter plaatse bereid en warm gehouden. De bioscoopbezoeker kan hem opsmullen in de foyer van de bioscoop, of hem verorberen in de bioscoopzaal tijdens het bekijken van de film. In een recent arrest heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat het geval van popcorn in bioscoopzalen, in feite overeenstemt met dat van frietjes in een gewone frituur: wat (normaal gezien) overheerst, is niet het verrichten van diensten, maar wel het 'leveren' van popcorn. Normaal gezien gaat het dus om een gewone 'levering van goederen'. Bij een partyservice kunnen zich verschillende variaties voordoen. Een cateraar kan zich beperken tot het ter plaatse afleveren van bereide spijzen in warmhoudbakken, en voor de rest niets. Maar hij kan ook tafels leveren, en glazen en bestek, en servies; en hij kan zorgen voor het presenteren van de spijzen en dranken; en op verzoek van de klant, kan hij ook voor het opdienen zorgen. In het voormelde arrest laat het Europese Hof van Justitie verstaan, dat het bij dergelijke partyservices meestal om een 'dienstverrichting' zal gaan. Maar het hof sluit niet uit dat het toch een eenvoudige 'levering' van goederen betreft. De vraag die men zich moet stellen, is of de 'levering' van de spijzen al dan niet het 'overheersende bestanddeel' is van wat de cateraar doet. Is dat niet het geval, dan gaat het om een dienstprestatie. En een recente Europese verordening preciseert dat het loutere feit dat spijzen of dranken vervoerd worden naar de klant, onvoldoende is om het verstrekken van de spijzen en dranken aan te merken als een 'dienstprestatie'. Vooraleer het zover is, moeten er andere bijkomende diensten zijn. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKBij partyservices zal het meestal om een 'dienstprestatie' gaan.