De volgende regering heeft één zekerheid: ze zal met een paarse administratie het mooie weer moeten maken. De regeringen-Verhofstadt hebben de voorbije acht jaar de CD&V-staat grondig ontmanteld en het machtsgebinte van de overheid geschilderd in schakeringen van rood en blauw. De veelbelovende Copernicushervorming - de juiste man zou op de juiste plaats benoemd worden - heeft het afgelegd tegen het primaat van de politiek. De regerende meerderheid controleert wie de touwtjes van de administratie, instellingen of overheidsbedrijven in handen krijgt.
...

De volgende regering heeft één zekerheid: ze zal met een paarse administratie het mooie weer moeten maken. De regeringen-Verhofstadt hebben de voorbije acht jaar de CD&V-staat grondig ontmanteld en het machtsgebinte van de overheid geschilderd in schakeringen van rood en blauw. De veelbelovende Copernicushervorming - de juiste man zou op de juiste plaats benoemd worden - heeft het afgelegd tegen het primaat van de politiek. De regerende meerderheid controleert wie de touwtjes van de administratie, instellingen of overheidsbedrijven in handen krijgt. Maar politieke benoemingen moeten kunnen. Waarom zou een minister zijn mannetje niet aan de top van de administratie of die instelling mogen plaatsen? De burger heeft er niets aan als een minister en de topman van de administratie niet door één deur kunnen. Het is een stuk makkelijker én efficiënter om met vertrouwelingen het beleid voor te bereiden en uit te voeren. Het is bovendien democratisch dat de verkozen meerderheid gelijkgestemden benoemt aan de top van overheidsinstellingen en administraties. De burger kan daar mee leven, zo blijkt uit enquêtes. Politieke benoemingen moeten dus kunnen, op vier voorwaarden. Eén: het moeten bekwame mensen zijn. Die lijn heeft paars grotendeels gevolgd. Kennis en kunde is een doorslaggevend criterium geworden in de selectieprocedure. Twee: de regering moet toegeven dat het om politieke benoemingen gaat. De huidige hypocrisie werkt averechts. De selectieprocedure zou de beste kandidaat opleveren, maar toch hebben ze bijna allemaal een blauwe of rode stempel. Die hypocrisie is een vergiftigd geschenk voor de bekwamen: ze zijn geschikt voor de baan, maar worden ervan verdacht dat niet te zijn. Paars houdt niet vol dat Copernicus nog leeft, maar durft niet klaar en duidelijk te zeggen dat de politieke kleur van een kandidaat relevant is om tot beter bestuur te komen. Drie: doe de topbenoemingen bij het begin van de regeerperiode en laat de mandaten ermee samenvallen, zoals in de VS bijvoorbeeld. De continuïteit van het bestuur komt daarmee niet in het gedrang: een administratie staat of valt niet met de top. En een regelmatige wisseling van de wacht (om de vier jaar in plaats van zes nu) is belangrijk in een democratie. Paars scoort hier veel minder. Ze beloont op het einde nog wat trouwe kabinetschefs met werkzekerheid in een topfunctie. Met als risico dat een nieuwe regering die mensen niet vertrouwt en anderen inhuurt om het beleid voor te bereiden, en dat er meer energie verloren gaat aan conflictbeheersing dan aan goed bestuur. Voorwaarde vier is de moeilijkste. Schaf de kabinetten grotendeels af. Ministers hebben liever een eigen hofhouding dan een beroep te doen op administraties die nog bol staan van de politieke benoemingen, als gevolg van ruime kabinetten in het verleden. Om de cirkel van wantrouwen te doorbreken, is de inperking van kabinetten tot een handvol medewerkers een cruciale stap. De echte Copernicusrevolutie die België nodig heeft, is om deze cirkel te doorbreken. Paars heeft hier volledig gefaald. Daan Killemaes