Er was een tijd dat centrale bankiers beschouwd werden als een soort monetaire halfgoden. Ze waren volkomen onafhankelijk, leken perfect in staat groei en inflatie stabiel te houden en werden gezien als de architecten van de zogenoemde 'Great Moderation', de 'Grote Matiging'. De taakverdeling was helder: centrale bankiers zaten aan de monetaire bedieningsknoppen, regeringen waren verantwoordelijk voor het beheer van de overheidsfinanciën en beide waren onafhankelijk van elkaar. Dat was voor de crisis...
...

Er was een tijd dat centrale bankiers beschouwd werden als een soort monetaire halfgoden. Ze waren volkomen onafhankelijk, leken perfect in staat groei en inflatie stabiel te houden en werden gezien als de architecten van de zogenoemde 'Great Moderation', de 'Grote Matiging'. De taakverdeling was helder: centrale bankiers zaten aan de monetaire bedieningsknoppen, regeringen waren verantwoordelijk voor het beheer van de overheidsfinanciën en beide waren onafhankelijk van elkaar. Dat was voor de crisis... Vijf jaar na de crisis proberen centrale banken niet alleen de economie opnieuw aan te zwengelen, tegelijk houden ze zo bewust de financieringskosten van armlastige overheden zo laag mogelijk. Westerse politici benijden hun centrale bankiers: ze hebben namelijk ongelimiteerde financiële middelen én ze zijn aan geen enkele kiezer verantwoording verschuldigd. Precies het omgekeerde geldt voor politici: het geld is op en ontevreden kiezers zijn er in overvloed. Uitgerekend daarom leunen politici vandaag meer en meer op de centrale bank om haar -- willens nillens -- te helpen met haar budgettaire beleidsvoering. De centrale bank dreigt zo steeds meer de ondergeschikte te worden van de politiek. Nemen we nu de Verenigde Staten. De Federal Reserve voert er al jarenlang een uitzonderlijk soepel monetair beleid. Het enige doel is het verdere herstel van de Amerikaanse economie, arbeidsmarkt en huizenmarkt. De bank beseft wel degelijk dat een te lange periode van gratis geld nieuwe zeepbellen kan blazen. Tegelijk dwingt het restrictieve budgettaire beleid van de Amerikaanse regering de Fed ertoe om haar soepele beleid te blijven volhouden. Tussen 2011 en 2013 zal de Amerikaanse federale overheid het primaire overheidstekort (tekort zonder rentelasten) hebben afgebouwd met ongeveer 4,5 procentpunten van het bbp. Dat is ongeveer vier keer meer dan de besparingen in de eurozone in diezelfde periode. Zonder ultrasoepel monetair beleid zou de Amerikaanse sanering bijna automatisch voor een nieuwe recessie hebben gezorgd. Terwijl Ben Bernanke sinds mei overal luid verkondigde dat zijn obligatieaankopen in het najaar zouden worden afgebouwd, keerde hij recentelijk zijn kar. Onder meer het vooruitzicht van een nieuw begrotingsgevecht deed hem zijn voornemen van een krapper monetair beleid opbergen. Het gebakkelei tussen het Congres en president Barack Obama over begroting, shutdown en schuldenplafond dwingen Bernanke dan ook tot een voortzetting van zijn soepel beleid. Al was het maar om het vertrouwen van consumenten, ondernemers en financiële markten nog enigszins te ondersteunen. De bittere politieke strijd zal in het beste geval aanleiding geven tot meer onzekerheid en in het slechtste geval tot een verdere verkrapping van het budgettaire beleid. In ieder geval zal het de centrale bank dwingen om de geldkraan langer dan verwacht open te houden. Ook in Europa wordt de centrale bank steeds meer ingezet als een verlengstuk van het budgettaire beleid. In het voorjaar van 2012 leek de eurozone de implosie nabij. Ondanks saneringen en structurele hervormingen verloren de financiële markten het vertrouwen in de Europese periferie. Zwakke groei maakte saneringen zelfvernietigend, hogere tekorten duwden rentes de hoogte in en hoge rentes duwden economieën verder de dieperik in. Financiële markten zagen dat politici niet in staat waren de vicieuze spiraal te doorbreken en duwden hen in de hoek. Tot Mario Draghi en later de Europese Centrale Bank zich bereid verklaarden om met potentieel ongelimiteerde steunaankopen de eurozone te redden. Het beleid werkte: speculanten dropen af, financiële markten kalmeerden, de financieringskosten voor de periferie daalden en het risico op een eurocalyps verdween. Het beleid van de ECB werkte zelfs dermate goed dat in de tussentijd elk gevoel van urgentie verdween, de appetijt voor structurele hervormingen danig bekoelde en saneringen in de periferie fors werden afgezwakt. De ECB blijft wel hameren op de noodzaak van hervormingen en saneringen, maar iedereen weet dat ze haar wensen voor waarheid ziet. Politici zullen naar eigen goeddunken saneren en hervormen, de ECB houdt de markten wel op afstand. En zo dreigen de zogenaamd onafhankelijke centrale banken nog een tijdlang gedomineerd te worden door de budgettaire overheden. De centrale bank wikt, de politiek beschikt. De auteur is hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis. PETER DE KEYZERDe ECB blijft wel hameren op de noodzaak van hervormingen en saneringen, maar iedereen weet dat ze haar wensen voor waarheid ziet.