Na een woelige periode met interne twisten ligt de klemtoon bij PNE Wind Group eindelijk weer op het operationele. Het Duitse windenergiebedrijf focust op korte termijn vooral op de uitbouw van de portefeuille met operationele windparken binnen zijn activiteit als independent power producer (IPP), die het in 2014 opstartte. Het achterliggende idee voor die strategiewijziging was dat de verkoop van zo'n portefeuille een hogere verkoopprijs wettigt, vergeleken met de verkoop van een individueel - vaak nog niet operationeel - windpark. De uitbouw vergt evenwel tijd en een langere prefinanciering, en de strategische ommezwaai werd al die tijd door be...

Na een woelige periode met interne twisten ligt de klemtoon bij PNE Wind Group eindelijk weer op het operationele. Het Duitse windenergiebedrijf focust op korte termijn vooral op de uitbouw van de portefeuille met operationele windparken binnen zijn activiteit als independent power producer (IPP), die het in 2014 opstartte. Het achterliggende idee voor die strategiewijziging was dat de verkoop van zo'n portefeuille een hogere verkoopprijs wettigt, vergeleken met de verkoop van een individueel - vaak nog niet operationeel - windpark. De uitbouw vergt evenwel tijd en een langere prefinanciering, en de strategische ommezwaai werd al die tijd door beleggers maar matig geapprecieerd. PNE mikte er vanaf het begin op om tegen eind 2016 een portefeuille van 150 megawatt (MW) uit te bouwen, waarvan de verkoop tussen 2,3 en 2,5 miljoen EUR per MW zou moeten opbrengen. PNE liet tot nog toe in het midden hoe de verkoop van de IPP zou gebeuren, met als opties zowel een aparte beursgang (IPO) als een - al dan niet gedeeltelijke - verkoop. Begin september koos het definitief voor een directe verkoop aan een of meer investeerders. De portefeuille bestond eind juni uit zeven windparken, met een totale capaciteit van 136,5 MW, waarvan er drie (38,1 MW) in de tweede jaarhelft nog worden afgewerkt. Inclusief een project dat nog op een definitieve goedkeuring wacht, zal de beschikbare portefeuille 152 MW bedragen. Het is duidelijk dat de succesvolle verkoop dit jaar een cruciaal element is om de prognose van 110 tot 130 miljoen EUR cumulatieve bedrijfswinst (ebit) in de periode 2014 tot 2016 te realiseren. In 2014 bedroeg de ebit immers slechts 2,7 miljoen EUR, en vorig jaar 9,8 miljoen EUR. Dat laatste cijfer lag een stuk onder de verwachtingen, na de geweigerde vergunning voor het Sallachy-windpark in Schotland (66 MW), die tot 25 miljoen EUR zou aanleveren. Voor dit jaar mikt het vernieuwde management op een ebit tot 100 miljoen EUR. Maar dat kan dus enkel door de verkoop van de IPP. In de eerste jaarhelft boekte PNE een negatieve ebit van 1,4 miljoen EUR, tegenover een ebit van 24 miljoen EUR vorig jaar dankzij de verkoop van de Schotse onshoreportefeuille (op het land). Het nettoresultaat daalde van 18,4 miljoen EUR of 0,25 EUR per aandeel, naar -7,8 miljoen EUR of -0,1 EUR per aandeel. Uiteraard blijft PNE, naast de uitbouw van de IPP, de portefeuille verder ontwikkelen. Zo sloot WKN begin dit jaar een driejarig samenwerkingsverband af met de investeringsmaatschappij John Laing. Daaruit vloeide in september een eerste transactie voort. WKN leverde begin juli het Duitse windpark Westerengel op (23,1 MW) aan de Duitse investeringsmaatschappij CEE. De totale onshoreportefeuille bedroeg eind juni 4733 MW. Bij de offshoreportefeuille (op zee; eind juni in totaal 4984 MW, waarvan 2160 MW verkocht) was er in juni voor Borkum Riffgrund II een positieve investeringsbeslissing door partner Dong, wat 3,2 miljoen EUR oplevert. We zijn tevreden met de keuze van PNE Wind Group voor een directe verkoop van de portefeuille windparken. De koersevolutie is recent vrij stabiel, en aangezien we vinden dat de markt te weinig rekening houdt met een succesvolle verkoop dit jaar, verhogen we het advies. Advies: koopwaardig Risico: gemiddeld Rating: 1B