De sterke prestatie van de Belgische export is een van de wimpels waarmee premier Guy Verhofstadt ( VLD) zal zwaaien tijdens zijn buitenlandse promotietour om investeerders te lokken. Vlamingen zijn, met het verzetten van 90% van hun bruto binnenlands product over de grenzen, daar zelfs wereldkampioen in. Hadden ze daarvoor een overheidsdienst nodig? Niet echt. Al jaren is het aanmodderen: de inefficiëntie waardoor de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel ( BDBH) moest verdwijnen, sloop in de genen van wat nu Export Vlaanderen heet en ...

De sterke prestatie van de Belgische export is een van de wimpels waarmee premier Guy Verhofstadt ( VLD) zal zwaaien tijdens zijn buitenlandse promotietour om investeerders te lokken. Vlamingen zijn, met het verzetten van 90% van hun bruto binnenlands product over de grenzen, daar zelfs wereldkampioen in. Hadden ze daarvoor een overheidsdienst nodig? Niet echt. Al jaren is het aanmodderen: de inefficiëntie waardoor de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel ( BDBH) moest verdwijnen, sloop in de genen van wat nu Export Vlaanderen heet en morgen Flanders Investment & Trade ( FIT) moet worden (zie ook Briefing, blz. 12). Onze KMO's vinden hun weg naar de afzetmarkten via collega's, eigen netwerken, de elektronische snelweg. Bijgestaan door bankiers, kamers van koophandel, bedrijfs- en sectorfederaties. Maar het kan altijd beter: de actieradius verbreden, starters op weg helpen, aanporren, vernieuwen. Daar kan FIT een hefboom zijn. Want Vlaams minister van Economie Jaak Gabriëls (VLD) wil in FIT export- en investeringspromotie bundelen. Naar het voorbeeld van British Trade & Industry, het samengaan van Invest Québec en les Délégations du Québec en deels ook Copca, de Catalaanse promotiedienst. De twee laatste opereren vooral voor KMO's in kleine autonome regio's binnen federale structuren. Ze doen dat prima. Het verschil met Export Vlaanderen is dat de Québecse, Catalaanse en ook de Britse overheidsdienst overwegend door de exportbedrijven zelf worden gestuurd. Van onderuit, door een bundeling van krachten uit de bedrijfswereld. Copca heet voluit: Consorci de Promoció Comercial de Catalunya. Inderdaad, een consortium. En daar willen het Vlaams Economisch Verbond, de Unie van Zelfstandige Ondernemers en de kamers van koophandel met FIT naartoe. Maar zelfs headhunters vinden de witte raaf niet die ondanks de erfenis van de BDBH het FIT-concept kan uitwerken en introduceren in Brussel, de provincies en tegelijk in 47 landen. We bouwen Europa. Om eruit te raken, kan Gabriëls aankloppen bij CopcaInternational. Dat is de afdeling die het Copca-model exporteert of verkoopt aan andere exportdiensten. Waarom niet aan FIT? Een Catalaan zal sneller Nederlands leren dan Franstalige landgenoten, die om politiek-communautaire redenen het voortbestaan van federale hefbomen voor de "Belgische" export- en investeringspromotie ondermijnden. En dat blijven doen. Bij de Nationale Delcrederedienst ( NDD) duurt de communautaire impasse al tweeënhalf jaar. Ook het Agentschapvoor Buitenlandse Handel, een coördinatiestructuur die de BDBH zou vervangen, komt niet van de grond. Leedvermaak op federaal vlak is dus misplaatst. Delcredere is federaal, maar koerst stuurloos. Voorlopig zonder te veel averij (zie ook Focus, blz. 46). Het verzet tegen een bekwame Vlaamse opvolger van Willy Boes aan het roer van de NDD - een instrument dat buurlanden ons benijden - duurt voort. Drie voogdijministers met beslissende stem zijn Franstalig. De vierde, Rik Daems (VLD) van Overheidsbedrijven, kijkt machteloos toe. Terwijl driekwart van de Belgische export Vlaams is en met instrumenten als de NDD en een efficiënte FIT het nog beter zou doen. Erik Bruyland [{ssquf}]