"Jij woont in China? Dat is zó 2013." Mijn jonge gesprekspartner is een ware digital nomad, die de wereld rondtrekt en daarbij geniet van de sterk in waarde stijgende Amerikaanse dollars die zijn onlinebusiness genereert, waardoor zijn lokale koopkracht alleen maar stijgt. China heeft hij definitief afgeschreven.
...

"Jij woont in China? Dat is zó 2013." Mijn jonge gesprekspartner is een ware digital nomad, die de wereld rondtrekt en daarbij geniet van de sterk in waarde stijgende Amerikaanse dollars die zijn onlinebusiness genereert, waardoor zijn lokale koopkracht alleen maar stijgt. China heeft hij definitief afgeschreven. Wat is dat China van 2013? Het waren de hoogdagen van het China-optimisme bij vele westerse ondernemingen. China stond op een voetstuk. De import groeide er met dubbele cijfers en de markt stond aan het begin van een vijfjarige boom, gedreven door een sterk groeiende middenklasse. 2013 was ook het jaar dat Europa in volle eurocrisis zat en sommige Zuid-Europese economieën kampten met een jeugdwerkloosheid van 50 procent. Ondernemende gelukszoekers vonden hun weg naar de krappe, gedeelde appartementen in de Franse concessie in Sjanghai, op zoek naar fortuin, een professionele carrière of gewoon een inkomen. De spreuk 'a rising tide lifts all boats' indachtig, trachtten die jonge ondernemers en avonturiers zich in die economische groei te verankeren. De ene als handelaar in wijn en olijfolie, de andere als architect, productdesigner of jeugdvoetbalcoach. Men zag het China van 2013 als een one side bet, een land van kansen, waar het niet anders kon dan goed gaan. Dat merkte ik ook in mijn consultancybedrijf, dat Europeanen hielp de Chinese markt te betreden. Mijn postvak puilde uit met verzoeken van kmo's die hun goederen of diensten wilden aanbieden op de Chinese markt. Het contrast met de perceptie van het China van 2022 kan niet groter zijn. We kennen de uitdagingen die de jongste vijf jaar zijn opgedoken. Ze beheersen de berichtgeving over China: het zeer restrictieve covid-beleid, de verzwakking van de economische groei, de zwakke binnenlandse consumptie, de toenemende geopolitieke spanningen, vergrijzing en een hoge schuldgraad. Dat alles leidt bij de China-criticasters tot een post-peak China-narratief: de idee of misschien wel het wensdenken dat het hoogtepunt van de relatieve macht en aantrekkingskracht van China achter ons ligt. Men ziet China nog altijd als een one side bet, maar dan met een negatief resultaat. In mijn business zie ik daar de gevolgen van. De interesse van Belgische en Nederlandse kmo's in China is gekelderd. Kleinere bedrijven laten China massaal links liggen. Toch is er geen reden om te wanhopen. Mijn klantenbestand groeide aan met grotere bedrijven, die beseffen dat ze China simpelweg niet links kunnen laten liggen. Ondanks alles zal de Chinese middenklasse tegen 2030 aangegroeid zijn van 500 naar 800 miljoen mensen. Dat geeft China een uniek competitief voordeel, dat buitenlandse investeerders over de streep trekt. De trackrecords van multinationals die hier al decennia grof geld verdienen, bieden bijkomende geruststelling. De sprookjestijd waarin individuen en kleine bedrijfjes in China alles in korte tijd in goud zagen veranderen, is voorbij, maar het betekent ook dat de markt aan maturiteit heeft gewonnen.