Gaston Chaissac werd lange tijd beschouwd als een marginaal iemand, deels omdat hij ver van de kunstwereld werd gehouden en deels omdat hij zelf ver weg bleef van kunstscholen en -markten. Maar dat kwam niet alleen door de scrupules die hij had voor het Parijse kunstenaarsmilieu of door zijn schuwe eenzaamheid. Alles berust in feite op een misverstand dat nog versterkt wordt door zijn laattijdige ontdekking, slechts enkele jaren vóór zijn dood in 1964. Op dat ogenblik kreeg hij ook een enorm succes, dat ...

Gaston Chaissac werd lange tijd beschouwd als een marginaal iemand, deels omdat hij ver van de kunstwereld werd gehouden en deels omdat hij zelf ver weg bleef van kunstscholen en -markten. Maar dat kwam niet alleen door de scrupules die hij had voor het Parijse kunstenaarsmilieu of door zijn schuwe eenzaamheid. Alles berust in feite op een misverstand dat nog versterkt wordt door zijn laattijdige ontdekking, slechts enkele jaren vóór zijn dood in 1964. Op dat ogenblik kreeg hij ook een enorm succes, dat des te groter werd na zijn overlijden. Chaissac werd geboren in 1910. Hij werkte eerst als leerjongen, koksjongen en bediende in een ijzerwarenwinkel vóór hij een eigen zaakje startte als schoenmaker in Parijs. Onder impuls van de Duitse kunstenaar Otto Freundlich en later van de schilder Albert Gleizes begint hij te tekenen en te schilderen. In 1943 wordt zijn vrouw benoemd als onderwijzeres in de Vendée. De streek is streng katholiek en Chaissac wordt geconfronteerd met heel wat onbegrip. Hij schrijft graag en zo komt hij in contact met Raymond Queneau en Jean Paulhan, die hem de deuren van uitgeverij Gallimard openen en hem in contact brengen met kunstenaars als Jean Dubuffet. Deze laatste had net de Compagnie de l'Art Brut gesticht en de naïviteit en de gezochte onbeholpenheid van Chaissac deden hem denken dat dit wel de echte art brut was. Maar Chaissac had veel gelezen en gezien. De wat gekke wereld waar eenvoudige mensen in primitieve vormen vlekken, tekens en met gewilde rudimentaire middelen herwerkte en herontdekte spatten op hun weg vinden, creëerde hij echt wel met kennis van zaken. Hij zoekt het spontane van kindertekeningen, bewerkt wortels, stelt vreemde voorwerpen samen uit afval en oud ijzer. Hij houdt van de formele deconstructie van Picasso, die hem inspireert tot het maken van zeer kleurrijke composities. Hij schrikt er niet voor terug om het schrift in zijn tekeningen te integreren of om zijn brieven te overladen met tekeningetjes. Hij verzamelt gescheurde en herplakte papiertjes, zonder enige vorm van hiërarchie, net zoals Kurt Schwitters of Max Ernst het vóór hem deden. Zijn " Totems", zijn knipoogjes naar wie ze voorstellen en naar de primitieve kunst die hij op die manier volledig naar zijn hand zet. Chaissac is onafhankelijk en non-conformistisch en het werk dat hij achterlaat rijk aan vormen en fantasie. Paleis voor Schone Kunsten van Charleroi, place du Manège, 6000 Charleroi. Tot 28 maart, alle dagen behalve maandag, van 10 tot 18 uur. Tel. (071) 30.15.97.Alain Delaunois