Naar aanleiding van de Klara-reeks 'Een gehucht in een moeras' is het Brussel-boek van Marc Didden heruitgegeven, met een extra hoofdstuk, geschreven na de aanslagen van maart 2016. "Ik had dit hoofdstuk liever niet geschreven", stelt hij. "Want toen ik het vorige kapittel afsloot met de magische formule 'Ek zeg a mô da', dacht ik dat ik daarmee werkelijk alles gezegd had wat ik over mijn stad wilde zeggen." En dat is heel wat, zoals de eerdere twintig hoofdstukken aantonen.
...

Naar aanleiding van de Klara-reeks 'Een gehucht in een moeras' is het Brussel-boek van Marc Didden heruitgegeven, met een extra hoofdstuk, geschreven na de aanslagen van maart 2016. "Ik had dit hoofdstuk liever niet geschreven", stelt hij. "Want toen ik het vorige kapittel afsloot met de magische formule 'Ek zeg a mô da', dacht ik dat ik daarmee werkelijk alles gezegd had wat ik over mijn stad wilde zeggen." En dat is heel wat, zoals de eerdere twintig hoofdstukken aantonen. Het boek is erg complementair met de Klara-reeks, die nog altijd via podcast te beluisteren is. Over Brussel is geen reisgids, wel is het een tocht door de stad zoals filmmaker en journalist Didden die kent en vooral beleefd heeft. Hoe de familie Didden in Brussel terechtkwam, is een anekdote op zich. Hun roots (en ook nog even zijn wieg) liggen in Hamont-Achel, de grensstad waar vader Didden douanier was. Hij wou hogerop en legde een examen af, waarin hij met brio slaagde. Alleen was promotie enkel mogelijk als hij een functie in Brussel zou aanvaarden. Waar hij dacht veel overredingskracht nodig te zullen hebben om zijn echtgenote over de streep te trekken, bleek zij onmiddellijk laaiend enthousiast: "Eindelijk weg uit dit gat." Zo verhuisde het gezin met vier zonen naar de buurt rond het Jubelpark. Die buurt is ook het begin van Diddens tocht door de hoofdstad. Hij woonde er op verschillende plaatsen, van Ukkel tot in de Dansaertstraat in hartje Brussel. Noem hem echter geen Dansaert-Vlaming; het is een term waarvan hij gruwelt. Het boek is een wandeling door wijken en gemeenten, met anekdotes, al dan niet uit de eigen levenssfeer, en tal van historische verwijzingen. Exhaustiviteit is het laatste van Diddens zorgen. Didden neemt het op voor de Brusselse samenleving die er altijd in geslaagd is een soort van consensus te bereiken, ook al evolueerde de stad naar een multiculturele realiteit. Maar waar zijn apologie voor dit Brusselse maatschappelijke model misschien wat te naïef en te rooskleurig oogt, is hij gevoelig harder voor de politieke klasse die de stad bestuurt. "Hoe meer ik van de Brusselse bevolking hou, hoe minder respect ik kan opbrengen voor haar leiders", beklemtoont hij. Het zijn die lui die het fameuze Maison du Peuple vlak bij de Zavel, volgens Didden het mooiste gebouw van Brussel, lieten neerhalen om er een grauw kantoor te bouwen. En even verderop klinkt het: "Geen enkele Brusselse burgervader die ik zelf heb meegemaakt, stak ook maar een beetje boven het maaiveld uit. Het waren nobiljons of buitenwippers, zatlappen of flessentrekkers, betonboeren of racisten." Een beetje Brussel-kenner kan onmiddellijk wat namen op die categorieën plakken. Laat het voorgaande niet misleidend zijn: Over Brussel is een persoonlijke tocht van Didden door zijn stad, geen politiek werk. Aangenaam geschreven, oprecht ook, en een handig richtsnoer voor wie in de hoofdstad op stap wil gaan. Marc Didden, Over Brussel. Een gehucht in een moeras, Luster, Antwerpen, 2017, 222 blz. Michaël Vandamme