Ex-premier Mark Eyskens is al 86, maar hij duikt nog altijd op in de media. Vaak aan de ingang van het partijbureau van CD&V wanneer de camera's en de microfonen klaar staan. Of tijdens een zondags tv-debat op een Franstalige zender wanneer niemand anders van zijn partij de verplaatsing wil maken.
...

Ex-premier Mark Eyskens is al 86, maar hij duikt nog altijd op in de media. Vaak aan de ingang van het partijbureau van CD&V wanneer de camera's en de microfonen klaar staan. Of tijdens een zondags tv-debat op een Franstalige zender wanneer niemand anders van zijn partij de verplaatsing wil maken. Ondertussen blijft de professor emeritus boeken schrijven. De impact daarvan relativeert hij: "Vroeg of laat komen ze allemaal terecht bij De Slegte." Maar met zijn jongste boek, zijn 63ste, zal dat niet zo snel gebeuren. Hij graaft met Vandaag is morgen gisteren diep in zijn geheugen. Het boek geeft een overzicht van zijn jeugd, zijn studententijd, zijn wereldreizen, zijn persoonlijke kijk op wereldgebeurtenissen, zijn ontmoetingen met een hele rij wereldleiders of met uitzonderlijke mensen, zoals Daila Lama en Nelson Mandela. Eyskens brengt ons in contact met een aantal van zijn meest dierbaren: zijn vader, zijn echtgenote, zijn vrienden en kennissen, en neemt ons mee naar woelige jaren in de Belgische politiek en naar de grote internationale gebeurtenissen van de voorbije decennia. Uit het boek blijkt een zeker misprijzen voor het binnenlandse politieke establishment, waar hij nochtans al een leven lang deel van uitmaakt. Eyskens was eerste minister van een regering die het geen jaar volhield na onder andere een zware aanval op de Belgische frank. De Wetstraat wordt beschreven als een mijnenveld en hij heeft het kennelijk nog altijd moeilijk met de wijze waarop hij als premier naar de slachtbank werd geleid. Toch valt Eyskens de parlementaire democratie niet af. Wie weet is de Leuvenaar wel in het verkeerde land geboren. Zijn bijna goddelijke adoratie voor de Europese Unie en de Verenigde Staten wordt uitgebreid beschreven. Bijzonder leuk is de beschrijving van een drie maanden durende reis door het land van Uncle Sam, na zijn studies. Aan het stuur van een tweedehands Pontiac (achteraf met winst verkocht, het bewijs dat de vrije markt werkt, aldus Eyskens) en in gezelschap van goede vrienden en New Yorkse studiemakkers zoals Roger Blanpain, doorkruisten ze het land met jeugdig idealisme. Erg lezenswaardig zijn gesprekken met de grote politieke leiders op aarde.