In de Oeso-landen verlaten werknemers de arbeidsmarkt steeds vroeger. Waar werken tot 65 jaar de regel was in de jaren '60, is dit vandaag de uitzondering. De gemiddelde effectieve pensioenleeftijd ligt in diverse landen zelfs onder de 60 jaar. Het gestegen inkomen, waardoor de vraag naar vrije tijd en ontspanning ook op oudere leeftijd toenam, zit daar voor iets tussen. Daarnaast stootte de arbeidsmarkt ook heel wat oudere werknemers uit. Ook de pensioenvoorzieningen in de private sector, onderhandeld tussen werkgevers en werknemers, maakte ...

In de Oeso-landen verlaten werknemers de arbeidsmarkt steeds vroeger. Waar werken tot 65 jaar de regel was in de jaren '60, is dit vandaag de uitzondering. De gemiddelde effectieve pensioenleeftijd ligt in diverse landen zelfs onder de 60 jaar. Het gestegen inkomen, waardoor de vraag naar vrije tijd en ontspanning ook op oudere leeftijd toenam, zit daar voor iets tussen. Daarnaast stootte de arbeidsmarkt ook heel wat oudere werknemers uit. Ook de pensioenvoorzieningen in de private sector, onderhandeld tussen werkgevers en werknemers, maakte van een vroege uitstap uit de arbeidsmarkt een attractieve optie voor heel wat werknemers. Maar vooral de uitbouw van de sociale zekerheid droeg bij tot een verlaging van de effectieve pensioenleeftijd, ontrafelde de Oeso. Zo ontmoedigen in vrijwel alle Oeso-landen de pensioenuitkeringen om verder te werken. De verleiding om de arbeidsmarkt te verlaten is bijzonder groot op het moment dat de uitkeringen beschikbaar worden. Want doorgaan met werken impliceert dan niet alleen het verzaken aan een pensioenuitkering, maar ook de verdere betaling van pensioenbijdragen die bovendien het uiteindelijke pensioen op latere leeftijd weinig of niet doen toenemen. De extra pensioenrechten die te verdienen vallen door een jaar extra te werken, zijn doorgaans onvoldoende om de extra pensioenbijdragen die men betaalt te compenseren. Die rekensom zet nogmaals aan om vroeger met pensioen te gaan. Deze prikkels om de arbeidsmarkt te verlaten, worden nog versterkt in landen waar vervangingsinkomens vóór de pensioenleeftijd bestaan of in landen waar een vervroegd pensioen mogelijk is.Dit alles vertaalt zich in een hoge impliciete belastingvoet op arbeid tussen 55 en 64 jaar. Deze belastingvoet houdt niet alleen rekening met de belasting die de werkende op het inkomen betaalt, maar verrekent ook de gemiste uitkeringen. De grafiek Waarom verder werken? toont de impliciete belasting op arbeid tussen 55 en 64 in België. Hoe hoger de impliciete belastingvoet, hoe sneller werknemers geneigd zijn de arbeidsmarkt te verlaten, zoals grafiek Hogere belasting, sneller met pensioen aantoont. Deze trend was voor de samenleving tot nu toe makkelijk te verteren, omdat de babyboomgeneratie voor een verse instroom zorgde in de arbeidsmarkt. Maar gedurende de volgende twee decennia is deze generatie aan de beurt om met pensioen te gaan. Daardoor zal het aandeel van de werkende bevolking in de totale bevolking gevoelig slinken. De lage pensioenleeftijd zal de problemen die samenhangen met een verouderende bevolking verergeren, waarschuwt de Oeso. Een verlaging van de impliciete belastingvoet op arbeid op oudere leeftijd kan werknemers ertoe aanzetten langer aan de slag te blijven.Early Retirement in OECD Countries: The Role of Social Security Systems, OECD Economic Studies, No. 29