De financiering van de vergrijzing en bijgevolg ook de financiering van pensioenen en gezondheidszorg hebben het afgelopen jaar niet de aandacht gekregen die door de regering in 2003 beloofd werd. Maar in de regeringsverklaring van 12 oktober 2004 werd er wel een belangrijk hoofdstuk aan gewijd. De maatregelen om aan deze problematiek wat te doen, staan wel nog maar in de kinderschoenen en de onderhandelingen met de sociale partners lopen niet van een leien dakje. Toch moeten er concrete oplossingen komen in 2005. Waa...

De financiering van de vergrijzing en bijgevolg ook de financiering van pensioenen en gezondheidszorg hebben het afgelopen jaar niet de aandacht gekregen die door de regering in 2003 beloofd werd. Maar in de regeringsverklaring van 12 oktober 2004 werd er wel een belangrijk hoofdstuk aan gewijd. De maatregelen om aan deze problematiek wat te doen, staan wel nog maar in de kinderschoenen en de onderhandelingen met de sociale partners lopen niet van een leien dakje. Toch moeten er concrete oplossingen komen in 2005. Waarvoor het trouwens hoog tijd is. In België is immers 60 % van de werknemers tussen 50 en 64 jaar oud niet meer aanwezig op de arbeidsmarkt. De effectieve leeftijd waarop men stopt met werken, is 57 jaar en dat is lang voor men wettelijk gezien op pensioen mag gaan (namelijk wanneer men 65 is). Het werkloosheidscijfer bedraagt bijna 14 % (22 % in Brussel). De gemiddelde duur van een carrière bedraagt minder dan 37 jaar, tegenover 42 jaar in Europa. Enkele cijfers die weergeven hoe groot de uitdaging eigenlijk wel is. Minister van Pensioenen Bruno Tobback is zich bewust van het probleem en wil het grondig aanpakken. Buiten de hervorming van de aanvullende pensioenen, die door Frank Vandenbroucke op gang werd getrokken, werd een strategie voor een budgettaire politiek uitgewerkt, die vooral gericht is op het terugdringen van de Belgische staatsschuld. Maar meer nog dan een zuivering van de openbare financiën, zal de werkgelegenheidspolitiek de deur moeten openen voor een gewaarborgd en comfortabel pensioen in de toekomst. Welzijn op het werk, voortdurende vorming, opleiding van jongeren door 'oude rotten', een salarispolitiek die meer verband houdt met de productiviteit, de toegang tot extralegale pensioenen (ook en vooral in KMO's), de strijd tegen zwartwerk, jongeren op de arbeidsmarkt brengen en slachtoffers van herstructureringen opnieuw aan het werk zetten... Er zijn massa's pistes die men in overweging neemt om de toekomst van de pensioenen te verzekeren. Maar er is er eentje, een van de meest problematische, die in een doodlopend straatje lijkt te zitten. De systemen voor vervroegde pensionering û zoals de Canada Dry-plannen die de werkloosheidsuitkering van oudere werknemers die een bedrijf verlaten, met forfaitaire uitkeringen aanvullen û schijnen een moeilijk te verteren materie te vormen. Volgens de sociale organismen is er geen sprake van de vervroegde pensioenen op de helling te zetten. Het afbreken van het interprofessionele overleg midden december vormde daar een mooi bewijs van. Hun nut in bepaalde sociale omstandigheden staat onomstotelijk vast, maar in België zijn ze zo veralgemeend en ligt de feitelijke pensioenleeftijd zo laag, dat er toch nog wat speelruimte moet zijn ... FRANçOIS MATHIEU[ 2005 ] Volgens de sociale organismen is er geen sprake van de vervroegde pensioenen op de helling te zetten. Het afbreken van het interprofessionele overleg midden december vormde daar een mooi bewijs van.