Parijs, 2006. François Drouin, de baas van de Franse specialist in vastgoedkrediet Crédit Foncier, schrijft een lening uit van 1 miljard euro. Zijn grootste operatie ooit. Op vier uur tijd wordt het hele bedrag opgenomen.
...

Parijs, 2006. François Drouin, de baas van de Franse specialist in vastgoedkrediet Crédit Foncier, schrijft een lening uit van 1 miljard euro. Zijn grootste operatie ooit. Op vier uur tijd wordt het hele bedrag opgenomen. Londen, 2006. Philip Hoffman, de baas van het Fine Art Fund, een speculatiefonds dat gespecialiseerd is in kunst, roept drie nieuwe beleggingsproducten in het leven. Eentje wordt volledig gewijd aan Chinese kunst. Met succes. De gemiddelde prijzen op openbare veilingen ging er in 2006 met meer dan 25 % op vooruit en bereikten, volgens Artprice.com, opnieuw het recordpeil van 1990. Santiago de Chili, 2006. Kopergigant Codelco verrijkt zich danig door zijn productie tot 6600 euro per ton te verkopen, terwijl het hem zelf minder dan 220 euro kost. De wereld, 2006. De opleving van de olieprijzen deed de winst van Exxon en Total exploderen. Intussen is het een en al feest onder de vastgoedpromotors: op tien jaar tijd is de prijs van de baksteen in de grote wereldsteden verdubbeld. Ook de koppelaars van bedrijven hebben geprofiteerd: volgens onderzoeksbureau Thomson Financial werden in 2006 per dag voor meer dan 7,3 miljard euro fusie- en acquisitieoperaties uitgevoerd.Achter die financiële uitbundigheid gaat een en dezelfde verklaring schuil: nooit tevoren ging er zoveel geld om op deze planeet. De monetaire massa in de wereld is tussen 2000 en 2006 verdubbeld en steeg drie keer sneller dan de groei van het wereldproduct. Volgens berekeningen van het Franse economische maandblad L'Expansion zou er in die zes jaar nagenoeg 1600 miljard euro te veel in omloop zijn gebracht. "Al dat geld is op zoek naar rendement en doet financiële bubbels zwellen. Hoe langer dat aan de gang blijft, hoe groter de waarschijnlijkheid van een zware crisis," waarschuwt Laurent Berrebi, chef-econoom van Groupama Asset Management, die samen met Michel Aglietta een essay schreef over de verstoring van de kapitalistische wereldorde. Hoe dan ook, dergelijke avonturen liepen vaak slecht af. Aan de basis van die excessen staan de ongelooflijk lage interestvoeten. Hoewel de wereldwijde groei sinds 2002 rond 5 % per jaar bedroeg, bleven de interestvoeten beduidend laag. Hoe komt dat? "De Amerikaanse centrale bank heeft, om uit de internetkrach en het trauma van de aanslagen van 11 september 2001 te ontsnappen, de markt overspoeld met liquiditeiten," vertelt Jean-Paul Betbeze, directeur Economische Studiën bij Crédit Agricole. Dezelfde techniek werd ook al experimenteel aangewend bij de beurskrach van 1987 en na het faillissement van het LTCM-fonds in 1998. Tussen 2001 en 2003 werden de Amerikaanse interesten op korte termijn neergehaald van 6,5 % naar 1 %, hun laagste niveau sinds 1958. De meeste centrale banken volgden bovendien de Federal Reserve op de voet. Die massale injectie met groeihormoon leverde ook resultaten op: Amerika vermeed een recessie, de expansie nam toe in de wereld, de ondernemingen kwamen weer op krachten en de beurzen herpakten zich. Bewust dat ze te ver gegaan waren, besloten de centrale banken vanaf 2004 een deel van de overtollige liquiditeiten op te slorpen door hun monetair beleid te verstrakken. Vergeefs. Want dit keer weigerden de interesten op lange termijn, die doorgaans mee stijgen in het kielzog van de kortetermijnrente, de beweging te volgen. In Europa staan ze op dit ogenblik bijna even laag als in 2003. "Het feit dat de inflatie uit de winkels verdwenen is, samen met veranderingen aan de reglementering van de verzekeraars, heeft verhinderd dat de langetermijnrente de interest op korte termijn volgde," analyseert Anton Brender, chef-econoom van Dexia Asset Management. De ware sleutel van het mysterie dient echter gezocht te worden in Azië en in de olierijkjes. Sinds 2002 is in de wereldhandel het gewicht van de Aziatische landen, met China op kop, aan het toenemen. De exportoverschotten van de meeste landen in die regio swingen de pan uit en dat manna doet de deviezenreserves van hun centrale banken opzwellen. Tussen 2002 en 2006 zijn die reserves verdubbeld tot 2200 miljard euro. Op zich heeft China op vijf jaar tijd 590 miljard euro reserves opgepot. Die toevloed van kapitaal had normaal gezien moeten leiden tot een stevige opmars van de yuan. Voor Beijing was dat echter onaanvaardbaar, omdat het op de export rekent om de groei aan te trekken en sociale vrede af te kopen. In die omstandigheden wordt de centrale bank van China de slaaf van de handelsbalans en moet ze karrenvrachten Amerikaanse schatkistbons kopen om de koers van de yuan ten opzichte van de greenback te stabiliseren. "30 % van de geldschepping in China dient om de wisselkoers te stabiliseren," verduidelijkt Antoine Brunet, hoofdstrateeg bij HSBC. En de andere Aziatische centrale banken doen net hetzelfde. Terzelfder tijd nemen de inkomsten uit export van de Golfstaten een hoge vlucht dankzij de plotse stijging van de prijs van het zwarte goud: alleen voor het jaar 2006 spreken we van 570 miljard euro, drie keer meer dan in 2002. Die krijgskassen worden echter niet ondergebracht in de kluizen van Zwitserse banken zoals bij de vorige olieschokken. Er rijzen weliswaar evenveel bouwkranen boven Dubai als boven Sjanghai, maar de lokale beurzen zijn niet aantrekkelijk genoeg om die massa's geld te absorberen. "De meeste van de petrodollars werden opnieuw belegd in het buitenland in Amerikaanse obligaties of Europese aandelen," vertelt Serhan Cevik, de Midden-Oostenspecialist van Morgan Stanley. Ook de grote ondernemingen hebben zich ondertussen ontpopt tot ware cashmachines. In 2006 boekten de 5000 grootste beurskapitalisaties ter wereld een gecumuleerde winst van 1271 miljard euro, zowat 590 miljard euro meer dan in 2002. Dat resultaat werd onder meer bereikt dankzij de afstand van activa, de heroriëntering van activiteiten en vooral ten koste van een compromisloze uitholling van de lonen en het personeelsbestand. "De druk van de aandeelhouders en de overvloed aan werkkrachten in de wereld hebben de verdeling van de vruchten van de groei kromgetrokken in het nadeel van de loontrekkenden, die nochtans steeds productiever worden," luidt de analyse van Laurent Berrebi van Groupama. Vorig jaar viel het aandeel van de loonmassa in de grote industrielanden terug op haar historisch laagste niveau. "Sommige grote wereldgroepen weten zelfs niet wat ze met al dat geld moeten aanvangen," zo geeft de baas van een grote Amerikaanse zakenbank in Parijs tussen de regels mee. Vandaar ook die nieuwe wedloop naar gigantisme. In 2006 liepen de fusies en acquisities op wereldvlak op tot een waarde van 2650 miljard euro, een stijging met 30 % ten opzichte van 2005. "In tegenstelling tot de jaren 1998-2000, worden de meeste van die operaties gefinancierd met cash;" merkt de chef-econoom van Exane BNP Paribas, Jean-Pierre Petit, op. Alsof dat nog niet genoeg was, is onlangs een andere cashmachine in gang geschoten. De beleggers profiteren van het feit dat geld zo goed als niets kost (0,5 %) en geven zich over aan carrytrade: ze lenen yens voor een habbekrats en investeren die in deviezen die beschermd worden door aantrekkelijker rentevoeten, zoals het pond, de Amerikaanse of Australische dollar en zelfs de euro. "Sinds het midden van 2006 heeft dat spelletje enorme proporties aangenomen," stelt de directeur Wisselkoersstrategie van de Société Générale, Vincent Chaigneau, vast. De speculatieve hedgefondsen zijn niet de enige die zich daarmee bezighouden. De vestigingen van de grote Europese banken in Tokio hebben er zich eveneens op gestort. De Japanse centrale bank, die lijdzaam moet toezien, toont zich over het onderwerp weinig spraakzaam. Waarnemers van JP Morgan zeggen dat het volume opgenomen kapitaal 250 miljard euro bedraagt. Dat is zowat het bbp van Zwitserland. Tegenover die vloedgolf aan liquiditeiten staat een diepgaande bezorgdheid over de instorting van de prijs van het risico. Dat leidt tot irrationeel en onverantwoord gedrag. Tegenwoordig kunnen landen als Turkije, Argentinië of Thailand zich in de schulden steken tegen tarieven die nauwelijks hoger liggen dan degene die gegeven worden aan Frankrijk of de Verenigde Staten, die er nochtans minder broze financiën op nahouden. We hebben hier te maken met een vorm van verstandsverbijstering. "Nu de volatiliteit verdwenen is, brengt de race naar rendement de beleggers ertoe om te gaan avonturen op steeds speculatievere markten," heeft Stéphane Déo, chef-econoom van UBS, vastgesteld. Zo heeft in 2006 het Amerikaanse pensioenfonds Calpers op zijn eentje 1,5 miljard euro geïnvesteerd in grondstoffen. Toegegeven, de financiële innovaties stellen de beleggers in staat om zich beter in te dekken. Bij een leveraged buy-out (LBO), bijvoorbeeld, schieten de beleggingsfondsen een bescheiden bedrag voor (een derde van de prijs). Ze financieren de rest van de aankoop van een bedrijf met een krediet dat ze bij een bankier aangaan. De opgekochte onderneming moet dan zelf de nodige cash genereren om de afbetalingen te doen. Die wonderbaarlijke cashpomp stelt de fondsen in staat om miljarden euro op tafel te leggen voor de aankoop van ondernemingen. Volgens Private Equity Intelligence zouden de investeringsfondsen in het totaal 450 miljard euro in de la hebben liggen en zouden ze in 2007 nog eens 370 tot 440 miljard euro bijkomend kunnen ophalen. Zo eenvoudig lijken die nieuwe sterren van Wall Street toegang te hebben tot liquide middelen. Vroeg of laat dreigen ze evenwel te stuiten op bedrijven die niet het verwachte rendement opleveren. "We zitten in zo'n gespannen toestand, dat we wel eens chaotische en brutale correcties zouden kunnen meemaken als de risicoperceptie wijzigt," waarschuwt Markus Krygier, een strateeg bij Dresdner Kleinwort. "Een vonkje volstaat, zoals een onverwachte stijging van de interestvoeten van de centrale banken of een hevige opleving van de petroleumprijzen, om de hele mechaniek te doen vastlopen," bevestigt Olivier Garnier, directeur Strategie bij Société Générale Asset Management. En dan hebben we het nog niet gehad over de dag dat China ophoudt om massaal dollars aan te kopen, omdat het om zijn groei te trekken, kan rekenen op de binnenlandse vraag eerder dan op zijn export. In 1998 bracht de schuldencrisis in Rusland en de heftige opwaardering van de Japanse munt het speculatiefonds LTCM op de rand van het faillissement, wat de stabiliteit van het financieel systeem van de wereld dreigde te ondermijnen. Op enkele weken tijd gingen miljarden euro in rook op. Het was een brutale maar doeltreffende manier om overtollig kapitaal weg te werken. Sébastien Julian Béatrice Mathieu (L'Expansion) Bewerking: An Goovaerts