Hoogmoed komt voor de val. Als dat ergens altijd van toepassing is, dan wel op de financiële markten. Het is een universeel fenomeen, van Amerika tot China en zeker in Griekenland. Als er de jongste weken en maanden één land zich aan het mooie Griekse woord voor hoog- of zelfs overmoed, 'hybris', bezondigd heeft, dan is dat wel het land van de Acropolis en vele idyllische eilanden. Dat doe je niet als kleinere economie, die maar voor 2 % van de hele Europese economie staat. Onderschat nooit de kracht van de financiële markten als de fundamentele gegevens duidelijk tegen je spreken, ook al ben je dan een soevereine staat.
...

Hoogmoed komt voor de val. Als dat ergens altijd van toepassing is, dan wel op de financiële markten. Het is een universeel fenomeen, van Amerika tot China en zeker in Griekenland. Als er de jongste weken en maanden één land zich aan het mooie Griekse woord voor hoog- of zelfs overmoed, 'hybris', bezondigd heeft, dan is dat wel het land van de Acropolis en vele idyllische eilanden. Dat doe je niet als kleinere economie, die maar voor 2 % van de hele Europese economie staat. Onderschat nooit de kracht van de financiële markten als de fundamentele gegevens duidelijk tegen je spreken, ook al ben je dan een soevereine staat. We gaan hier zeker niet de verdediging op ons nemen van handelaren in marktenzalen van financiële instellingen. Daar kunnen inderdaad wat ons betreft enkele kanttekeningen bij worden geplaatst, maar het beeld dat in de media van hen wordt opgehangen, is ook eenzijdig en dus verkeerd. Het overgrote deel van die handelaren zijn geen speculanten of gokkers. Het zijn meer dan hyena's die verzwakte prooien afmaken. Ze doen hun huiswerk en op basis van die berekeningen zien ze wat onder- en overgewaardeerd is. Zo corrigeren ze 'marktimperfecties'. De fundamentele gegevens van Griekenland (begrotingstekort, schuldgraad, economische groeivooruitzichten, spaarquote, werkloosheidsgraad, industrieel weefsel...) zijn duidelijk niet sterk en laten toe twijfels te hebben over de capaciteit om rentelasten te dragen en leningen terug te betalen. Ze moeten zelfs zodanig zwak zijn dat je een 'natuurlijke coalitie' krijgt - binnen dat heterogene gezelschap van onder meer handelaren en beleggers wereldwijd -die het vertrouwen opzegt en vrij massaal papier gaat dumpen en dus zelfs tegen het land gaat speculeren. Griekenland heeft lang de problemen genegeerd, ontkend en zeker miskend. Dat is een foute inschatting die het land miljarden zal kosten en dus duizenden euro per inwoner. Het Grieks-Duitse renteverschil was zes maanden geleden wellicht te laag, maar door het hooghartige optreden van Griekenland en het gebrek aan een eensgezinde Europese visie op de aanpak van het Griekse probleem kon de spread tot 400 basispunten (4 %) oplopen en was er geen andere optie meer dan de handdoek in de ring te werpen en hulp te vragen. Aan de andere kant van de wereld zien we een heel ander verhaal. Daar waar men in Europa grijze haren krijgt van het nadenken over mogelijkheden om de groei weer aan te zwengelen en onder de schuldendruk uit te geraken, piekert men zich in China suf over maatregelen om de economische groei af te remmen. Ondanks de eerste maatregelen in januari, is de groei in het eerste kwartaal nog verder toegenomen tot 11,9 %. Dat is een groeicijfer dat we zelfs in het Middenrijk drie jaar niet meer gezien hadden. De Chinese autoriteiten - die plots met een sterke exportval geconfronteerd werden - hebben eind 2008, begin 2009 te goed hun best gedaan om de groei via stimuleringspakketten weer aan te zwengelen. Dat heeft vorig jaar een golf van nieuwe (infrastructuur)projecten op gang gebracht, ter waarde van 15.000 miljard yuan (2200 miljard dollar), twee keer het bruto binnenlands product (bbp) van India! Dat heeft er een zodanig sterke dynamiek ontketend dat veel analisten net voor de start van de Wereldtentoonstelling in Sjanghai al volop vrezen voor oververhitting, oplopende inflatie en een vastgoedzeepbel in Sjanghai en andere (grote) steden in de Oostelijke (kust)provincies. We mogen ervan uitgaan dat de Chinese autoriteiten de komende dagen en weken nieuwe maatregelen zullen afkondigen om de groei af te remmen en meer richting het beoogde langetermijngemiddelde van 8 % te evolueren. Dan wordt het natuurlijk uitkijken naar de reactie van de aandelen- en de grondstoffenmarkten. Aandelenbeleggers laten zich de jongste weken vooral leiden door de gunstige evolutie van de bedrijfsresultaten. De ondernemingen weten tot nog toe voorbeeldig rond de macro-economische obstakels te laveren. Ook het Amerikaanse resultatenseizoen is weer meer dan degelijk gestart met positieve uitschieters van onder meer Intel en JP Morgan, al plaatsen we daar onmiddellijk de kanttekening bij dat de vergelijkingsbasis nog één keer heel gemakkelijk is. Naarmate het jaar vordert, zal dat een stuk moeilijker worden. We zijn dan ook eerder een tussentijdse adempauze op de beurzen genegen. Zo kunnen de voorgaande stijgingen worden geabsorbeerd en kan er ruimte worden gemaakt voor een verdere koersklim later op het jaar. De moeilijke macro-economische omgeving wettigt immers geen meer dan gemiddelde beurswaarderingen, zelfs niet voor goed draaiende bedrijven. de auteur is directeur strategie. Waar men in Europa grijze haren krijgt van het nadenken over mogelijkheden om de groei weer aan te zwengelen, piekert men zich in China suf over maatregelen om de economische groei af te remmen.