De derde informatie-revolutie
...

De derde informatie-revolutieDit jaar bestaat de Universiteit van Amsterdam 365 jaar ; om dat te vieren werd een "dagschrift", een soort kalender, uitgegeven. Daarin vindt men enerzijds foto's van voorwerpen uit de vele collecties en de musea die deze universiteit bezit, anderzijds een paar honderd (toegelichte) stellingen van hooggeleerde medewerkers uit de diverse disciplines. Met deze inspirerende bijdragen stimuleert de UvA een bijzonder, eigen kennisdebat. Bij de datum van 19 maart in dit dagschrift verdedigt professor Van Cuilenburg van de vakgroep Communicatiewetenschap de stelling dat de huidige informatie-samenleving gekenmerkt wordt door een informatie-paradox en een communicatie-paradox. VERSNIPPERING.Gemiddeld verdubbelt het informatie-aanbod om de zeven jaar. Dit leidt voor niet weinig mensen tot een onhanteerbare informatie-overrompeling. Voor deze mensen geldt de informatie-paradox : meer informatie is minder informatie. Interpretatieschema's en methoden om informatie te structureren en zinvol te verwerken, worden daarom steeds belangrijker. Sterker : wie dergelijke kennis sneller dan anderen verwerft en economisch weet te benutten, heeft een belangrijk concurrentievoordeel. Dat is het basisprincipe van de kenniseconomie, die zienderogen in opmars is. Behalve een exponentiële groei in de informatievoorziening, is er ook sprake van een snelle versnippering in de communicatiekanalen. Het zal niet lang meer duren voordat we via de kabel kunnen kiezen tussen 500 tv-kanalen. Steeds minder mensen zullen dan ook kennis nemen van dezelfde informatie ; de publieksgroepen van de diverse media worden kleiner en heterogener.Daardoor dreigt een publieksversplintering, die de nationale forumfunctie van de media zal aantasten. We delen met elkaar minder eenzelfde ervaringssamenhang. Er hangt dus een communicatie-paradox boven ons hoofd, zegt Van Cuilenburg : meer communicatie is minder communicatie ; meer communicatietechnologieën leiden tot minder podia waarop burgers elkaar ontmoeten. OMWENTELING.Vanuit een soortgelijke optiek stelde de bekende managementgoeroe Peter Drucker (met zijn 88 jaar nog steeds een van de meest creatieve denkers van deze tijd) onlangs in een gesprek met de Financial Times dat het niet voor de hand ligt het huidige tijdperk te bestempelen als de derde industriële revolutie. Veel beter is het de analogie te hanteren met de eerste informatie-revolutie, die voortkwam uit de uitvinding van de drukkunst. In vergelijking met de eerste industriële revolutie verliep die eerste informatie-revolutie niet alleen veel sneller, ze leidde ook tot een omwenteling in hetgeen geproduceerd werd. Drucker : "De (eerste) industriële revolutie was mechanisch gezien zeer snel, maar sociaal heel langzaam. De gewone mensen werden zich pas bewust van enige verandering toen de spoorwegen, het eerste echt nieuwe product van die revolutie, in de jaren 1840 geïntroduceerd werden."Drukwerk daarentegen verspreidde zich veel sneller. In 1465, twintig jaar nadat Gutenberg zijn uitvinding deed, waren er al zes- tot tienmaal zoveel gedrukte boeken verschenen als het totaal aantal manuscripten dat in de eeuwen daarvoor geproduceerd was. Er ontstonden nieuwe informatieproducten : nieuwe literatuur ( Shakespeare, Cervantes) verdrong de bijbel en de klassieken ; gedrukte landkaarten stimuleerden het tijdperk van de ontdekkingen. TWEEDE.Volgens Drucker maken we nu een tweede informatie-revolutie mee, waarvan de invloed op economie en bedrijfsleven minder groot zal zijn dan op bijvoorbeeld onderwijs en educatie. "Binnen 30 tot 40 jaar zal het onderwijs er totaal anders uitzien, niet alleen naar de wijze van overdragen, maar evenzeer naar de inhoud." Drucker voorspelt ook dat de nationale staten en de traditionele steden, zoals we die nu kennen, zullen verdwijnen.Toch ziet hij ook gevolgen voor het bedrijfsleven : heel andere vormen van besturen worden mogelijk, kleine ondernemingen krijgen meer kansen en de netwerkvorming tussen ondernemingen neemt in belang toe. Zelf ben ik er dan ook niet van overtuigd dat we niet eveneens een industriële revolutie meemaken. Ik zou overigens wel eens willen natellen hoeveel "derde" industriële revoluties er intussen al moeten hebben plaatsgevonden. DERDE.Het perspectief van Peter Drucker op een nieuwe informatie-revolutie biedt wel een interessant nieuw gezichtspunt. Ik denk echter dat we op zijn minst al bij de derde informatie-revolutie zijn aanbeland. De introductie van de nieuwe audiovisuele communicatiemiddelen voor en na de Tweede Wereldoorlog was toch serieus genoeg om te spreken van een tweede informatie-revolutie.Ook die voerde snel tot ingrijpende maatschappelijke veranderingen, zoals we gemerkt hebben in de jaren zestig maar ondanks de vermenigvuldiging van communicatiekanalen leidde ze slechts in beperkte mate tot de informatie- en communicatie-paradoxen van Van Cuilenburg. Deze zijn pas echt aan de oppervlakte gekomen met de introductie van de digitale technologie.AANDACHT.Relatief snel na de tweede informatie-revolutie worden we dus geconfronteerd met een derde, waarvan we de gevolgen vooralsnog nauwelijks kunnen overzien. De concurrentie gaat steeds meer om de snel schaarser wordende aandacht van de consumenten.Misschien is daarom met Van Cuilenburgs communicatie-paradox ook een concurrentie-paradox verbonden : vanuit democratisch oogpunt (letterlijk : de openbaarheid) hopen we dat de concurrentie tussen de media hevig zal zijn, maar omwille van de noodzakelijke sociale en politieke cohesie is het ook wenselijk dat een aantal media daarbij een voldoende groot marktaandeel zal weten te verwerven.Om succesvol te zijn, moeten de media de aandacht trekken. Vanuit de informatie-paradox kunnen we verwachten dat de media met de meest heldere interpretatieve kenniskwaliteit in die strijd het meest kansrijk zullen zijn. Zowel voor de kwaliteitsmedia als voor de boulevardpers is dat goed nieuws.DANY JACOBS Dr. Dany Jacobs is senior-onderzoeker/adviseur bij het TNO Studiecentrum voor Technologie en Beleid in Apeldoorn en bijzonder hoogleraar Innovatie en Externe Organisatie aan de Technische Universiteit Eindhoven.