De fine fleur van Belgiës beursgenoteerde bedrijven verdient sloten geld. Zoveel zelfs, dat de meeste het niet eens opkrijgen. Voor hen is het business as usual om kruiwagens vol geld naar de bank te dragen. Maar te veel geld op de bank, dat is ook niet goed.
...

De fine fleur van Belgiës beursgenoteerde bedrijven verdient sloten geld. Zoveel zelfs, dat de meeste het niet eens opkrijgen. Voor hen is het business as usual om kruiwagens vol geld naar de bank te dragen. Maar te veel geld op de bank, dat is ook niet goed. Kunnen de bedrijven het geld niet beter investeren in rendabele projecten, dan dat ze het geld werkloos op een zichtrekening parkeren? Dat is nu nochtans de realiteit. Van de 11,5 miljard euro die 50 grote Belgische beursgenoteerde bedrijven in boekjaar 2004 overhielden aan de bedrijfsactiviteit, werd slechts 51 % geïnvesteerd. En dus kon 39 % besteed worden aan de vergoeding van het eigen en vreemd vermogen (interestaflossingen, terugbetaling van schulden, uitkering van dividenden of de inkoop van eigen aandelen). De resterende 11 % werd bijgeschreven op de bankrekening (zie tabel: Cashflow van 50 grote Belgische bedrijven in 2004). De cashflowstromen van 2004 bevestigen een trend die zich ook de voorbije jaren aftekende. De cash vloeit rijkelijk, maar grootschalige investeringsprojecten zijn schaars. Amper 12 van de 50 bedrijven hadden vorig jaar niet genoeg aan de eigen cashflow om hun investeringen te financieren en moesten daarom bijkomende middelen ophalen. Leg het handboek bedrijfseconomie dat stelt dat bedrijven lenen om te investeren en geleend geld als hefboom gebruiken om het rendement op eigen vermogen op te krikken dus tot nader order maar in de kast, want bij de meeste onderzochte bedrijven stroomde het geld niet van de bank naar het bedrijf, maar wel omgekeerd. Bedrijven spendeerden soms fortuinen aan schuldafbouw. Zonde van het geld, vinden de critici, want deze bedrijven lieten investeringsmogelijkheden en groeikansen links liggen. En groei wordt stilaan de heilige maar onvindbare graal in de kernlanden van de Europese Unie. De Belgische economie kende in 2004 weliswaar een boerenjaar, maar dat was vooral te danken aan de consument en de overheidsbestedingen. De bedrijfsinvesteringen lieten het toen al afweten en nemen de rol niet over nu de consument stilvalt en de overheid de broeksriem moet aantrekken. De economische groei is dan ook helemaal stilgevallen. Stemmen de bedrijven met hun centen en is de investeringsarmoede een motie van wantrouwen tegen het Belgische sociaal-economisch beleid? Het ondernemersvertrouwen is in elk geval laag, de gemoedstoestand van de bedrijfsleiders en aandeelhouders is dus niet van dien aard om er een investeringslap op te geven. De werkgeversorganisatie Agoria becijferde onlangs nog dat de technologische bedrijven steeds minder investeren: in 2004 nog 1,83 miljard euro of een kwart minder dan in topjaar 2000. Maar dit is niet alleen een Belgisch fenomeen. In heel Europa, de VS en Japan investeren bedrijven met de handrem op. De Bank voor Internationale Betalingen rekende uit dat de bijdrage van de bedrijfsinvesteringen tot de algemene groei een schamele 3 % bedroeg de voorbije drie jaar. Het waren de gezinnen die via consumptie en investeringen in vastgoed voor 80 % van de groei zorgden. In heel wat sectoren moeten de bedrijven opboksen tegen wereldwijde overcapaciteit en toenemende internationale concurrentie. China ontpopt zich als de goedkope fabriek van de wereld, terwijl de Europese industrie heel inventieve producten op de markt moet brengen om alle (arbeids)kosten in hun prijzen te kunnen verrekenen. Een thuismarkt die nauwelijks nog groeit en zware internationale concurrentie - je moet wel gek lijken om hier nog fors te investeren. Daartegenover staat dat het paar rijke cashflow maar lage investeringen vooral terug te vinden is in sectoren als telecom, energie, voeding, distributie of chemie. Behoorlijk mature sectoren dus en de Amerikaanse economieprofessor Jeremy Siegel toonde aan dat aandelen van bedrijven die niet veel investeringen nodig hebben om de zaken draaiende te houden, een zegen voor de belegger zijn. Toch investeren ook nog jonge technologiebedrijven met de handrem op. De kater van de ICT-gekte bij de eeuwwisseling is wellicht nog niet verteerd. Het investeringsgedrag van bedrijven is trouwens sowieso cyclisch en hangt hecht samen met hun winstgevendheid (zie grafiek: Herstel in zicht?). Aangezien de winstcijfers verbeteren, zou er dit jaar meer moeten geïnvesteerd worden. Tenminste, als de ondernemers hun vertrouwen weervinden. De huidige cashflowstroom versterkt intussen wel de bedrijfsbalansen. Het eigen vermogen dikt aan, terwijl de financiële schulden verdampen. De gemiddelde solvabiliteit van de 50 onderzochte bedrijven zit aan 36,5 %, wat meer dan behoorlijk is. De gemiddelde schuldgraad is bijna belachelijk laag - de gearing of de verhouding tussen de netto financiële schuld en het eigen vermogen is gezakt tot 30 %, terwijl een gearing tot 100 % comfortabel is en zelfs 200 % nog geen reden tot paniek is. De meeste van de 50 onderzochte bedrijven kunnen dus tegen een stootje én zijn in staat om een gigantische oorlogskas te mobiliseren. Want deze bedrijven kunnen in totaal 28 miljard euro extra lenen vooraleer hun gemiddelde gearing tot 100 % stijgt (zie tabel: Te lenen oorlogskas). Tel daarbij de andere helft van de bedrijfscashflow die nu niet in de strijd wordt gegooid en er is jaarlijks nog eens 6 miljard euro beschikbaar om te investeren. De grafiek ( Welke bedrijven hebben centen om te investeren?) toont welke bedrijven het best in staat zijn om fors te investeren de komende jaren. Aan geld geen gebrek. Meer nog, onze bedrijven zijn financieel té gezond. Ze hebben té weinig schulden en té veel cash. Want geld op de bank brengt nauwelijks wat op en vernietigt daarom aandeelhouderswaarde. Beleggers eisen een rendement van 8 à 10 % op hun geïnvesteerde centen, terwijl geldbeleggingen niet meer dan 2 tot 4 % opbrengen. Beleggers investeren niet in een bedrijf dat het opgehaalde geld op de bank parkeert. Dat kunnen beleggers ook zelf wel. "De markt ziet een berg cash op het actief daarom eerder als een zwakte dan een sterkte," zegt Serge Pattyn, analist van KBC Securities. KBC Securities onderzocht enkele maanden geleden de netto schuldenpositie van 57 Belgische beursgenoteerde bedrijven en moest tot eigen afgrijzen vaststellen dat bijna de helft van deze bedrijven tegen eind 2005 meer cash dan financiële schulden zullen hebben. De andere 33 hebben dan wel nog meer financiële schulden dan cash, maar voor het gros is die last gemakkelijk te dragen. Slechts voor enkele bedrijven is de schuldenlast zwaar om dragen. Bedrijven als Distrigas, Option, Van de Velde of EVS zijn schuldenvrij en beschikken over grote sommen op de bankrekening. Zij zijn als het ware in staat om zelf een banklicentie aan te vragen. Deze bedrijven zijn puur met eigen vermogen gefinancierd. De hefboom op de winst die het vreemd vermogen kan bieden, ligt werkloos in de kast. Schulden zijn nochtans goedkoper dan eigen vermogen en verlagen de kapitaalkost voor de bedrijven. Momentje, klinkt het bij de bedrijven, als we geld nodig hebben van de bank, blijken kredieten moeilijk te krijgen. Daarom willen ze zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van de bank en trachten ze het te rooien met eigen middelen. "Bovendien klinkt het op papier wel mooi om het rendement op te krikken door meer schulden te maken, maar daarom maak je nog niet meer winst, terwijl er wel interest op die lening moet betaald worden," reageert Luc Markey, CFO van Van de Velde. Ook Anton De Proft, CEO van Icos Vision, verdedigt de vette bankrekening: "Een dikke portemonnee is belangrijk, omdat de markt van halfgeleiders snel verandert van een pc-markt naar een consumentenmarkt. We zitten in pole-positie, maar moeten de middelen hebben om flexibel te investeren. Geld lenen? Het is een cyclische markt en de beste zaken zijn te doen in de moeilijke tijden, maar dan is ook krediet schaars en duur. De kritiek op onze kaspositie klinkt trouwens vooral in Europa. De Angelsaksische wereld vindt een ruime kaspositie doodnormaal."Vreemd, deze bedrijven krijgen bakken kritiek over zich heen omdat ze veel geld verdienen. De berg werkloze cash zal zich echter verder ophopen als de bedrijven de investeringskraan niet verder open draaien. "Het is gewoon onhoudbaar dat het gros van de activa opgesloten blijft in een bankkluis. Bedrijven zullen hiervoor een oplossing moeten vinden. Doen ze dat niet, dan zal de markt zelf voor een oplossing zorgen," zegt Serge Pattyn (KBC Securities). De eigen oplossingen liggen voor de hand. Of meer investeren (er moeten toch projecten te vinden zijn die meer dan 2 % à 4 % opbrengen) of de overtollige cash uitkeren aan de aandeelhouders. Van de Velde keerde op 1 juni 35 miljoen euro overtollige cash uit aan de aandeelhouders. "We houden over wat we nodig zullen hebben voor de investeringsbehoeften van de komende jaren," zegt Luc Markey. Melexis kondigde op zijn algemene vergadering aan om systematisch cash uit te keren aan de aandeelhouders tot er evenveel schuld als eigen vermogen op de balans staat. Colruyt koopt eigen aandelen in en verhoogt het dividend, maar zelfs dat volstaat niet om de cashberg af te romen. De andere optie is investeren. Een aantal bedrijven heeft ook plannen voor de beschikbare cash, zoals Distrigas en Electrabel. Jan Van Brabant is investor relations manager van beide energiebedrijven. "De gasmarkt is in volle ontwikkeling en de cashreserves van Distrigas dienen om te investeren. We verhogen bijvoorbeeld onze participatie in de Zeebrugse interconnector en hebben de gastanker Methania gekocht. Wat Electrabel betreft, de komende vier tot vijf jaar willen we 5 miljard euro investeren in de Europese elektriciteitsmarkt, in Frankrijk, Nederland, Italië, Spanje en Oost-Europa. We kunnen dat doen precies omdat we in het verleden voorzichtig geweest zijn."Bedrijven die op hun geld blijven zitten, riskeren kraakklare brandkasten te worden. Te veel weinig renderend geld op de balans weegt immers op de beurskoers en daardoor raakt de eigenlijke bedrijfsactiviteit ondergewaardeerd en wordt het bedrijf een smakelijke en goedkope overnameprooi voor investeerders die wel schulden durven maken. Daan KillemaesVan de 11,5 miljard euro die 50 Belgische beursgenoteerde bedrijven in 2004 overhielden, werd slechts 51 % geïnvesteerd.