Het is de jongste jaren duidelijk een trend geworden: historische gebouwen, ja zelfs geklasseerde monumenten, worden steeds vaker in een gloednieuw jasje getogen omwille van commerciële doeleinden. Daar is uiteraard niks mis mee. Tenminste, zolang de renovatie maar getuigt van het gepaste respect en het nodige metier. Want helaas zijn er voorbeelden genoeg van door plat commercialisme verminkt cultureel patrimonium.
...

Het is de jongste jaren duidelijk een trend geworden: historische gebouwen, ja zelfs geklasseerde monumenten, worden steeds vaker in een gloednieuw jasje getogen omwille van commerciële doeleinden. Daar is uiteraard niks mis mee. Tenminste, zolang de renovatie maar getuigt van het gepaste respect en het nodige metier. Want helaas zijn er voorbeelden genoeg van door plat commercialisme verminkt cultureel patrimonium. Een voorbeeld van een geslaagde herbestemming vindt u in het historische hartje van Leuven. Tussen de armen van de Dijle, op nauwelijks vijf minuten stappen van het wondermooi gerestaureerde stadhuis, bevindt zich het luxueuze KloosterHotel, de jongste en eerste Vlaamse telg uit de Martin's hotelketen. Een prachtig renaissancepand, dat tot enkele jaren geleden nog dienst deed als Predikherenklooster, werd er omgeturnd tot een comfortabel en uiterst smaakvol viersterrenhotel. "We waren al lang op zoek naar mogelijkheden om onze keten uit te breiden tot in Vlaanderen," legt zaakvoerder en hotelier JohnMartin uit. "Maar niet in gelijk welke richting of in eender welke stijl. Het moest cachet hebben, het moest realiseerbaar zijn én het moest uiteraard ook enig commercieel potentieel hebben. Vergeet niet dat de hotelmarkt in de meeste grote steden, zoals Antwerpen of Gent, verzadigd is. Leuven is een uitzondering. Een prachtige stad die het hele jaar door duizenden toeristen op bezoek krijgt. Toen ik dit gebouw voor het eerst zag, voelde ik meteen aan dat we deze unieke kans niet zomaar konden laten schieten." Dat het gebouw baadt in een rijke historiek voel je overigens meteen wanneer je eventjes door de ruime gangen kuiert. Het pand werd oorspronkelijk opgetrokken in opdracht van de steenrijke patriciër GuyMorillon, intimus van Erasmus en de privé-secretaris van KeizerKarel. Het Morillon-huis was een van de allereerste hoge gebouwen in Leuven. Toegegeven, twee verdiepingen hoog is nu niet meteen iets om hoogtevrees van te krijgen, maar naar de normen van de zestiende eeuw was het niettemin een pareltje van architecturaal vernuft. Het Kloosterhotel staat ook midden in wat men - met een beetje goede wil - kan omschrijven als de wieg van de stad Leuven. Aan de ene zijde wordt het pand geflankeerd door de nog iets oudere Predikherenkerk en een fraaie tuin die uitkijkt op de restanten van de middeleeuwse stadsmuren en de Naamse Poort. Aan de andere zijde vindt u dan weer het voormalige hospitaal van de Zusters Augustinessen. Toen Leuven zich, enkele decennia later, begon te profileren als universitair centrum en welvarende handelsstad, bleef het Morillon-huis een belangrijke rol spelen binnen het politieke, culturele en economische leven van de stad. Heel wat intellectuelen wipten er dan ook graag even binnen om er tegen de notabelen hun zegje te doen. Legendarisch is het allereerste fiat dat Mercator in dit gebouw verkreeg voor het aanmaken van zijn wereldberoemde landkaarten. Het Klooster Hotel kan kortom bogen op een unieke geschiedenis. En misschien nog wel wonderbaarlijker: een geschiedenis die nauwelijks enige littekens vertoont. Het pand kwam grotendeels ongeschonden uit zowat elk strijdtoneel. Zelfs de bommentapijten uit de Tweede Wereldoorlog, die toch een groot deel van het historische Leuven in de as legden, wisten het Morillon-huis nauwelijks te deren. Gelukkig maar. Vandaag staat het fraaie gebouw, opgetrokken in een vroeg-renaissancestijl, nog steeds trots rechtop als een van de pareltjes aan het architecturale firmament van de stad Leuven. Geen wonder dat de DienstMonumenten en Landschappen met meer dan gemiddelde aandacht toekeek op de restauratie. "Maar dat heeft eigenlijk geen probleem opgeleverd," zegt HuguetteMartin, die als binnenhuisarchitecte het kleurenpalet, de stilering en de inkleding bepaalde. "De Martin's hotelketen kiest steeds bewust voor het herstellen van oude gebouwen met het volste respect voor hun traditie en historiek. Af en toe moet je als hotelier dan wel eens een compromis kunnen sluiten. Het is misschien niet voor de volle honderd procent geworden wat we aanvankelijk voor ogen hadden, maar we zijn er uiteindelijk wel meer dan honderd procent tevreden over. En dat is wat telt. Ook voor onze klanten." Wat dat betreft heeft de Martin's-groep overigens een reputatie hoog te houden. Ook de vier andere luxehotels van de keten mikken resoluut op het bovenste segment van de markt. Zo bezitten John en Huguette Martin, die precies twintig jaar geleden in de branche stapten, ook het vijfsterrenhotel ChâteauduLac in het Waals-Brabantse Genval. Dit uiterst chique hotel, gelegen in een bucolisch decor tussen Waterloo en Waver, heeft een van de meest gereputeerde restaurants van Wallonië. "Dit hotel richt zich in eerste instantie tot dezelfde doelgroep," vertelt John Martin ons. "Hotels zijn er in Leuven heus wel genoeg, maar aan echte topklasse was hier al jarenlang een gebrek. Vandaar dat we ervoor gekozen hebben er een viersterrenhotel van te maken. Toegegeven, het is misschien niet goedkoop, maar je logeert hier in een sprookjesachtig decor. En al bevinden we ons in het centrum van de stad, toch is het hier een oase van rust." Om 'niet goedkoop' wat concreter toe te lichten: voor een enkele overnachting in één van de veertig kamers, betaalt u tussen de 175 en 300 euro. Ontbijt is inbegrepen in deze prijs. Tot slot van ons bezoek gidsen John en Huguette Martin ons door hun nieuwe pronkstuk. De rondleiding begint in de fraaie lounge bij de inkom, een gezellige ruimte gedomineerd door warme herfstkleuren, een goudgele parketvloer en met een authentiek zestiende-eeuwse balkentructuur aan het plafond. De moderne, bijna minimale stilering van de bar en het strategisch opgestelde lichtensemble vormen hiermee een uitgebalanceerd contrast. Die geïnspireerde cohabitatie tussen de oorspronkelijke renaissancearchitectuur en moderne accenten, vormt trouwens een rode draad doorheen de inrichting van het hotel. Ook de verschillende gangen - die om praktische redenen aanzienlijk werden verbreed - getuigen van een naadloos samengaan van oud en nieuw. Het neutrale kleurenpalet en de strakke stilering worden er steevast doorbroken door eikenhouten, koppig uitgehouwen balken die ruiken naar vijf eeuwen turbulente geschiedenis. Wel niet vergeten om je op de bovenste etage tijdig te bukken. De architecten uit de renaissance hielden nu eenmaal niet rekening met gasten die boven een meter negentig uittorenen. Aan het originele skelet van het gebouw (en ook aan de sobere voorgevel) werd nauwelijks wat gewijzigd, een strikte eis van de Dienst Monumenten en Landschappen. Maar bij het openen van de kamerdeuren ontdek je behoorlijk ruime kamers die met veel smaak werden ingericht en waar de charme bijna van de muren druipt. Bovendien kijkt een flink deel van de veertig kamers, die overigens allemaal de naam dragen van Leuvense personaliteiten zoals Vesalius of Erasmus, ofwel uit op het historische hart van de stad of op de ruime achtertuin, een ideale plek om even tot rust te komen. Bovendien is er ook een zomerterras vlak naast de ontbijtruimte. Een restaurant is er voorlopig dan weer niet. Gasten zijn met andere woorden vrij om in Leuven zelf op gastronomische ontdekkingstocht te trekken. De kamers verschillen zowel in grootte als in stijl. Huguette Martin licht toe: "Er zijn kamers met een moderne, eerder minimalistische look. Andere zijn dan weer heel klassiek qua aankleding. En dat is een bewuste keuze. Tenslotte trachten we zowel de zakenman als de weekendtoerist, jongeren en ouderen absolute topklasse aan te bieden. Vandaar dat we ook erg veel aandacht hebben besteed aan de details. Er is ingebouwde airconditioning, sfeerverwarming, tv en een internetaansluiting. En bovendien hebben alle kamers een badkamer met jacuzzi, naar een ontwerp van PhillipeStarck. Voor de meeste stukken deden we trouwens een beroep op gereputeerde leveranciers uit de regio. Behalve dan voor de kostuums van het personeel, die lieten we ontwerpen in Italië." Het Klooster Hotel slaagt er moeiteloos in ouderwetse charme en warmbloedig design, beheerste luxe en sobere grandeur te combineren. En dat tegen een volkomen unieke achtergrond die bijna uitsluitend uit vergeelde prentkaarten lijkt opgetrokken. Enig minpunt: de beperkte parkeergelegenheid. Maar er wordt momenteel druk met het stadsbestuur onderhandeld om ook dat euvel in de nabije toekomst weg te werken. Finaliter is het hotel zijn vier sterren meer dan waard. Want geef toe: kreeg het Hilton ooit Erasmus of Keizer Karel over de vloer? Dave MestdachHet pand werd opgetrokken in opdracht van de steenrijke Guy Morillon, intimus van Erasmus en de privé-secretaris van Keizer Karel.