Vlaanderen heeft een grote keuze aan MBA-opleidingen, dat wel. Maar om de kwaliteit in de buurlanden te evenaren, zal samenwerking nodig zijn.
...

Vlaanderen heeft een grote keuze aan MBA-opleidingen, dat wel. Maar om de kwaliteit in de buurlanden te evenaren, zal samenwerking nodig zijn. Slechts weinig Vlamingen moeten langer dan een halfuurtje autorijden om een MBA-programma (Master of Business Administration) te kunnen volgen. Dat is consumentvriendelijk, maar wie oprecht is, zal toegeven dat nergens in Vlaanderen dit soort managementopleiding het niveau haalt van wereldvermaarde instituten in de buurlanden, zoals het Franse Insead of de Britse LBS (London Business School). Waarom dan geen business school van wereldformaat opzetten in Vlaanderen ? Een krankzinnig idee is dat niet : wie alle Vlamingen samenneemt die doceren aan MBA-instellingen van topniveau overal ter wereld, heeft al voldoende professoren. In Insead alleen al geven 13 Belgische proffen les. Alvast Philippe Naert, decaan aan de Tilburgse Katholieke Universiteit Brabant (KUB), gelooft in zo'n Vlaamse topschool. Als ex-decaan van Insead en ex-decaan van de Nederlandse business school Nijenrode weet Naert waarover hij praat. "Om uit het niets zo'n school op te zetten, heb je 1 miljard frank aan startkapitaal nodig," zegt Naert. "Niemand kan zoveel geld bijeen krijgen. Je moet het dus proberen met een joint venture van bestaande instellingen." Daarbij denkt Naert aan de KU Leuven en de Vlerick School voor Management : "Leuven heeft meer internationale contacten, maar zet pas afgestudeerde universitairen naast mensen met werkervaring in dezelfde MBA-lessen, hoewel het telkens om een verschillend publiek gaat met andere behoeften. De Vlerick School staat dichter bij de praktijk, maar heeft behoefte aan internationalisering. In het nieuwe instituut zou Leuven kunnen zorgen voor meer gespecialiseerde, voltijdse MBA-opleidingen voor pas afgestudeerden. Samen zouden ze een deeltijdse executive MBA kunnen organiseren met generalistische vorming voor mensen met 5 tot 10 jaar jobervaring. De permanente vorming kan Vlerick voor haar rekening nemen, die daarin voorsprong heeft." Volgens Werner Bruggeman, voorzitter-directeur van Vlerick, zouden beide elkaar kunnen aanvullen, maar een samensmelting ziet hij niet zitten. Want de kracht van beide zit precies in de eigen cultuur. "Vlerick is doordrongen van samenwerking met het bedrijfsleven, en ons onderwijs ziet de verschillende ondernemingsfuncties verkoop, productie,... als één geheel", zegt Bruggeman. "Als je dat samenkletst met het meer gespecialiseerde en op fundamenteel onderzoek gerichte Leuven, krijg je een product dat noch vis noch vlees is." Ook Marc Lambrecht, directeur van het Leuvense MBA-programma, zou samenwerking wel onderzoeken, maar wijst erop dat Vlerick "in een heel andere niche zit." De Vlaming Arnoud De Meyer, geassocieerd decaan aan Insead en directeur van het Euro-Asia Centre van dit instituut, is optimistischer : "Elke innovatie is een utopie, zolang je geen goeie projectmanager hebt. Vlerick en Leuven zitten aan de grens van hun groei, tenzij ze sterk internationaliseren en dat zowel op vlak van onderzoek, studentenpopulatie als professorenbestand. Dat kunnen ze beter samen. De wil moet bestaan, en een beetje druk van de overheid èn het bedrijfsleven. Als het VEV (Vlaams Economisch Verbond) enkele tientallen miljoenen op tafel zou leggen onder uitdrukkelijke voorwaarde dat Vlerick en Leuven samengaan kan het project starten." VERDENKING.Volgens De Meyer zijn er in Vlaanderen te veel kleine MBA-initiatieven. "Elk van die opleidingen telt wel één of twee goeie proffen, maar heeft te weinig spankracht om als geheel kwaliteit te bieden. Dat devalueert het MBA-imago. Vroeger enkel weggelegd voor de besten, is het vandaag bijna zover dat wie een MBA volgt, de verdenking op zich laadt : hij doet het om vooruit te geraken, want hij is niet goed genoeg." Dat zou zo erg nog niet zijn als Vlaanderen een vrije opleidingsmarkt kende waar kwaliteit automatisch bovendrijft. "Maar de overheid draait op voor de vaste kosten", aldus De Meyer. "Met een auditorium en enkele secretaressen kun je al een MBA-opleiding opzetten. De proffen zijn toch betaald door de overheid. Door die bescherming boeren de MBA-opleidingen in Vlaanderen niet slecht, zodat ze trouwens de nood aan samenwerking niet voelen."Zegt Marc Lambrecht : "Onze lage prijs kweekt een vooroordeel : het is goedkoop, het zal dus wel niet goed zijn. Leg dat maar eens uit in het buitenland. Anderzijds mogen wij hogere inschrijvingsgelden vragen, maar dan zal de universiteit eisen dat onze MBA-winkel zichzelf bedruipt. Want de universiteit is gebonden aan enveloppe-financiering, en kan dus iedere ademruimte gebruiken. Maar het blijkt dat MBA-programma's in privé-scholen hun kosten niet dekken. Zelfs de allerbekendsten, die tot een miljoen inschrijvingsgeld vragen, geraken er niet uit. Het geld moet komen van kortetermijnprogramma's : driedaagse seminaries, en dergelijke. Tot nog toe selecteerden wij studenten op intellectuele capaciteiten en persoonlijkheid, nog niet op financieel vermogen. We moeten daarover goed nadenken. Dankzij het MBA dat ze hier haalden, zijn in de maatschappij mensen kunnen doorgroeien die een financiële drempel tot onze opleiding nooit hadden overwonnen." JOZEF VANGELDERPHILIPPE NAERT (KUB) Een Vlaamse business school van wereldniveau, ik geloof erin.