9000 miljard dollar, of ongeveer 25 keer de economie van België, dat is wat de tien economische grootmachten aangaan aan bijkomende schulden. De schuldgraad van die landen zal daarmede stijgen van 78 procent van hun collectief bruto binnenlands product in 2007 naar 114 procent in 2014. Een land zoals Frankrijk behoort tot de betere met een schuldgraad van 90 procent in 2014, terwijl aan de andere kant van het spectrum Japan een schuldgraad van 234 procent zal kennen. België, dat weliswaar niet tot dat selecte kransje landen behoort, zou dan een schuldgraad van 95,8 procent hebben. Deze cijfers, afkomstig van het Internationaal Monetair Fonds, zijn duizelingwekkend. Ze moeten natuurlijk met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Zo zitten de enorme kosten van de vergrijzing niet in de cijfers van de begrotingstekorten, en die wegen in landen zoals Frankrijk of België veel zwaarder dan in bijvoorbeeld Japan.
...

9000 miljard dollar, of ongeveer 25 keer de economie van België, dat is wat de tien economische grootmachten aangaan aan bijkomende schulden. De schuldgraad van die landen zal daarmede stijgen van 78 procent van hun collectief bruto binnenlands product in 2007 naar 114 procent in 2014. Een land zoals Frankrijk behoort tot de betere met een schuldgraad van 90 procent in 2014, terwijl aan de andere kant van het spectrum Japan een schuldgraad van 234 procent zal kennen. België, dat weliswaar niet tot dat selecte kransje landen behoort, zou dan een schuldgraad van 95,8 procent hebben. Deze cijfers, afkomstig van het Internationaal Monetair Fonds, zijn duizelingwekkend. Ze moeten natuurlijk met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Zo zitten de enorme kosten van de vergrijzing niet in de cijfers van de begrotingstekorten, en die wegen in landen zoals Frankrijk of België veel zwaarder dan in bijvoorbeeld Japan. Maar hoe komt het dat dergelijke gigantische schulden zonder veel scrupules worden aangegaan? Wel, economische theorieën onderbouwen politieke wensen. Economisch worden deze bedragen verantwoord door het nieuwe geloof in de oude keynesiaanse theorie die stelt dat een crisis moet worden bestreden met gigantische overheidsuitgaven. Indien de overheden tijdens de crisis van 1929 de geldkraan niet hadden dichtgedraaid, dan was die crisis nooit zo zwaar geworden, stelde John Maynard Keynes. Om dezelfde fout niet meer te maken, moeten overheden dus spenderen. We zijn aanbeland in depressie-economieën, stelt de Nobelprijswinnaar Paul Krugman in zijn recente boek ( The return of depression economics, Penguin, 2009). De overheden moeten volgens hem twee dingen doen: zorgen voor een laks kredietbeleid en massaal geld uitgeven. Door een laks kredietbeleid zullen consumenten meer consumeren en producenten meer investeren. Als bovendien de overheidsinvesteringen stijgen, komt de wereldeconomie weer op gang, luidt de redenering. De politici horen dat maar al te graag en zodoende worden overheidstekorten opgebouwd. Maar is dat wel verantwoord? Schulden aangaan betekent immers gewoon de lasten doorschuiven naar de volgende generaties. Kunnen onze kinderen en kleinkinderen ons geen collectieve onverantwoordelijkheid verwijten als wij hen, van bij de geboorte, opzadelen met schulden? Dringen wij hier geen intergenerationele solidariteit op zonder dat de betalende generatie haar toestemming heeft gegeven? Zelfs als de neokeynesiaanse benadering de juiste zou zijn, moeten wij dan geen afweging maken met de verantwoordelijkheid die we moeten opnemen? Verantwoordelijkheid opnemen betekent dat onze generatie instaat voor onze lasten. Probleem is wel dat het draagvlak waarop die lasten worden aangerekend almaar kleiner wordt. Want wie draagt bij tot de begroting? Werklozen, gepensioneerden, studenten en overheidspersoneel niet, zij zijn netto-ontvangers van overheidsfondsen. De begroting wordt dus netto gespijsd door mensen die in de privésector werken, en door bedrijven. De eerste categorie is dan ook overbelast en behoort tot de grootste belastingbetalers van Europa. Hun aantal wordt steeds kleiner. Slechts een op de drie Belgen boven de 55 is nog aan het werk en het overheidsaandeel in de werkgelegenheid wordt steeds groter. Bedrijven dragen al meer dan hun steentje bij. In tien jaar tijd verdubbelde het absolute bedrag aan vennootschapsbelasting (1997: 5,5 miljard euro, 2006 10, 9 miljard euro), terwijl het bbp in diezelfde periode steeg met 43 procent. De bedrijven in de Trends Top 30.000 namen daarvan 76 procent voor hun rekening en betaalden 8,3 miljard euro aan belastingen. Trends rekende voor dat dit 2,45 miljard, of gemiddeld 30 procent meer is dan het gemiddelde van de eurozone. A ls wij onze verantwoordelijkheid willen opnemen, zit er maar een ding op: meer mensen aan het werk en langer werken. Minder werklozen, minder bruggepensioneerden, hogere pensioenleeftijd en minder ambtenaren vormen het enige verantwoordelijke antwoord op de crisis. Het alternatief is onze verantwoordelijkheid doorschuiven op de volgende generatie. Dat kan een (onverantwoorde) keuze zijn, maar laat ons op zijn minst duidelijk zijn en ons niet collectief toelaten om te zeggen tegen onze kinderen dat... wij het niet wisten. We weten het maar al te goed, maar kiezen voor de gemakkelijkste weg. Wel een bijzonder eigenaardige interpretatie van de solidariteit tussen generaties. Om met de woorden van de Franse filosoof André Comte-Sponville af te sluiten: un irresponsable est un coupable inconscient. DE AUTEUR IS PROFESSOR ECONOMIE EN DIRECTEUR-GENERAAL VAN OLPC EUROPE. Rudy AernoudtLaat ons op zijn minst duidelijk zijn en niet tegen onze kinderen zeggen dat wij het niet wisten.