Vanaf 15 september hebben alle ontslagen werknemers van 45 en ouder recht op outplacement gedurende een jaar. De regering keurde deze maatregel goed in september 2001, als onderdeel van een pakket van maatregelen om de werkgelegenheidsgraad te verbeteren. De procedure is uitgewerkt in een collectieve arbeidsovereenkomst tussen de sociale partners binnen de Nationale Arbeidsraad. Een Koninklijk Besluit heeft deze cao bindend gemaakt. Op het kabinet van minister van Arbeid Laurette Onkelinx ( PS) schat men dat de verplichte outplacement bij het ontslag van werknemers van 45 jaar en ouder jaarlijks 35.000 mensen ten goede zal komen.
...

Vanaf 15 september hebben alle ontslagen werknemers van 45 en ouder recht op outplacement gedurende een jaar. De regering keurde deze maatregel goed in september 2001, als onderdeel van een pakket van maatregelen om de werkgelegenheidsgraad te verbeteren. De procedure is uitgewerkt in een collectieve arbeidsovereenkomst tussen de sociale partners binnen de Nationale Arbeidsraad. Een Koninklijk Besluit heeft deze cao bindend gemaakt. Op het kabinet van minister van Arbeid Laurette Onkelinx ( PS) schat men dat de verplichte outplacement bij het ontslag van werknemers van 45 jaar en ouder jaarlijks 35.000 mensen ten goede zal komen. 1. Voor wie geldt de maatregel?De cao is van toepassing op werknemers met een arbeidsovereenkomst. Het recht op een outplacementprocedure wordt verleend aan werknemers vanaf 45 jaar die ten minste één jaar ononderbroken in dienst van een werkgever zijn geweest. Het wordt echter niet toegekend in het geval van ontslag om ernstige reden of bij brugpensioen.2. Wat houdt outplacement in?De procedure omvat een geheel van diensten en raadgevingen die individueel of in groep worden verstrekt door een externe dienstverlener, voor rekening van de werkgever. De werknemer moet de kans krijgen om zelf zo snel mogelijk een nieuwe baan te vinden of een zelfstandige activiteit te starten. Het gaat hier dus om psychologische begeleiding, het opstellen van een persoonlijke balans en/of hulp bij het uitwerken en toepassen van een strategie voor het zoeken naar werk.3. Hoe lang duurt de begeleiding?De outplacement duurt maximaal twaalf maanden. De procedure verloopt in drie opeenvolgende fasen van twee maanden, vier maanden en zes maanden. Tijdens elke fase ontvangt de werknemer telkens twintig uur begeleiding. Na elke periode moet de werknemer binnen de maand de volgende fase uitdrukkelijk aanvragen. Hij moet bij zijn schriftelijk verzoek een verklaring voegen dat hij geen nieuw werk als loontrekkende of zelfstandige heeft gevonden.Als een werknemer een baan vindt maar die binnen drie maanden na zijn indiensttreding verliest, kan de outplacementprocedure op zijn verzoek herbeginnen.4. Is de werknemer verplicht om outplacement te gebruiken?Nee. De procedure verloopt niet automatisch. Voor elk stadium moet de werknemer een aanvraag indienen, ofwel per aangetekend schrijven, ofwel door het overhandigen van een schriftelijk document waarvan het dubbel door de werkgever voor ontvangst wordt getekend.5. Wie betaalt de outplacement?De kosten van de outplacement zijn voor rekening van de werkgever die de werknemer ontslaat. De paritaire comités kunnen echter een systeem van collectieve financiering invoeren.De outplacement kan niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen over het ontslag (ontslagvergoedingen), of met de voordelen die via sectorale cao's worden toegekend bij ontslag. 6. Wie verzorgt de outplacement?Een openbaar of privé-bureau dat gespecialiseerd is in outplacement, of een dienstverlener die verbonden is bij een gewestelijk, subregionaal of lokaal initiatief dat ontwikkeld is door een gewestelijke werkgelegenheidsdienst die paritair wordt beheerd (zoals de reconversiecellen).7. Mag de werknemer tijdens zijn opzegtermijn afwezig zijn?Tijdens de opzegtermijn gebeurt de begeleiding in de perioden die voorzien zijn in de wet (dus de halve dag of twee halve dagen per week waar de werknemer recht op heeft).8. Wat betaalt een bedrijf dat de verplichting niet naleeft?Een bedrijf dat outplacement weigert, moet een bijdrage storten aan een fonds dat is opgericht binnen de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling en Sociaal Overleg. Dat fonds komt op verzoek van de werknemer tussenbeide om te verzekeren dat hij een outplacement krijgt die overeenstemt met de regels van de cao. De cao bepaalt het bedrag van deze bijdrage op 1500 euro.Marie Brandeleer [{ssquf}]De ontslagen werknemer heeft een jaar lang recht op zestig uur begeleiding voor het vinden van werk.