Meet de bedrijfscultuur
...

Meet de bedrijfscultuurBedrijfscultuur is niet langer een vaag begrip dat te grabbel gegooid wordt op zachtehuman resources-seminaries. Daarvoor zorgt een Nederlands-Vlaams professorentrio. Paul Koopman, Jaap van Muijen (beiden verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam) en Karel De Witte ( KU Leuven) ontwikkelden een instrument om die cultuur te meten. Voor ze aan dat centrale luik van Focus op organisatiecultuur toekomen, leggen ze en passant de nadruk op het belang van die cultuur en verhelderen ze het begrip. Laten we eerst de ongelovige Thomassen wakker porren : ontegensprekelijk beïnvloedt de cultuur van een organisatie zowel het functioneren als de resultaten. Dat komt het scherpst tot uiting sedert de internationalisering van de economie en de veranderende markteisen. Wijzigingen in de eisen van de omgeving leiden immers tot veranderingen in de prestatiecriteria. Om aan deze criteria van innovativiteit en flexibiliteit te voldoen, moet een organisatie een plattte structuur hebben die gekarakteriseerd wordt door horizontale communicatiekanalen en informele netwerken. Teamwerk en participatief management komen naar boven. Dit vergt een geschikte organisatiecultuur. Wie nog niet overtuigd is van het belang van de organisatiecultuur, heeft wellicht nog nooit een acquisitie, fusie of nauw samenwerkingsverband meegemaakt. Dan treden de verschillen in cultuur al gauw (en niet zelden pijnlijk) aan de oppervlakte. De voorbeelden waar sprake is van een heuse cultuurclash liggen haast voor het rapen. Door het onderscheid ontstaan frustraties, met alle gevolgen vandien. We moeten echter ook op de exacte begrippen letten. De auteurs hebben het steeds over organisatiecultuur. Dat impliceert al een onderscheid met de engere bedrijfscultuur. Maar ook het organisatieklimaat blijkt niet hetzelfde. Klimaat heeft betrekking op feitelijke processen en procedures (descriptieve tastbaarheid), cultuur op waarden en normen (normatieve omschrijving). Voor het meetinstrument voorgesteld wordt, laten de auteurs het licht schijnen op de vier cultuuroriëntaties die het concurrerende waardenmodel telt. Bij de ondersteunende oriëntatie staat de betrokkenheid van de individuele werknemer bij zijn werk en de organisatie centraal. In een innovatieve organisatie heerst een zee van vrijheid voor de gedreven medewerkers. De regeloriëntatie daarentegen legt de nadruk op autoriteit en werkverdeling. De doeloriëntatie is taakgericht. Overleg en communicatie verlopen er selectief en puur rationeel. Met die kennis als achtergrond wordt de Focus-vragenlijst uiteengezet. De naam stamt van de Europees-Amerikaanse onderzoeksgroep die het plan al in 1989 in Leuven opvatte. Net nu we bij de kern van de uitgave belanden, gaat het echter grondig mis. Het hoe, wat en waarom van de vragenlijst wordt al te diffuus en niet bijster helder uiteengezet. Gelukkig volgen nog vijf praktijkstudies uit diverse sectoren, die het werk in een duidelijker perspectief plaatsen. LDD Jaap van Muijen, Paul Koopman & Karel De Witte, Focus op organisatiecultuur. Academic Service, 172 blz., 790 fr.