De oliereserves zijn niet onuitputtelijk en er zal dan ook ooit een dag komen waarop het aanbod de vraag niet meer zal kunnen bijbenen, met sterke prijsstijgingen tot gevolg. Gelukkig is dat scenario nog niet voor binnenkort. Het record van 147 dollar, dat werd behaald in juli 2008, zal dit jaar wellicht niet verbroken of zelfs niet geëvenaard worden. De recente opflakkering van de olieprijzen is immers te wijten aan een aantal min of meer tijdelijke factoren, die geenszins wijzen op een nieuwe stijging tot boven 100 dollar.
...

De oliereserves zijn niet onuitputtelijk en er zal dan ook ooit een dag komen waarop het aanbod de vraag niet meer zal kunnen bijbenen, met sterke prijsstijgingen tot gevolg. Gelukkig is dat scenario nog niet voor binnenkort. Het record van 147 dollar, dat werd behaald in juli 2008, zal dit jaar wellicht niet verbroken of zelfs niet geëvenaard worden. De recente opflakkering van de olieprijzen is immers te wijten aan een aantal min of meer tijdelijke factoren, die geenszins wijzen op een nieuwe stijging tot boven 100 dollar. De eerste factor die de olieprijs een duw in de rug geeft, is de zwakte van de dollar. Eind maart bereikte de Amerikaanse munt zijn hoogste niveau tegenover de euro in tien maanden. Maar na de aankondiging van een akkoord tussen de lidstaten van de eurozone om Griekenland te steunen, heeft hij opnieuw veel moeten inboeten. Een dergelijke daling maakt olie, die in dollar verhandeld wordt, aantrekkelijker voor beleggers met andere valuta's, waardoor de vraag tijdelijk is gestegen. Een andere factor die aan dat wisselkoerseffect mag worden toegevoegd, is de risicopremie als gevolg van de aanslagen in de Moskouse metro eind maart. Terroristische aanslagen hebben vaak een impact op de oliemarkt, die gevoelig is voor geopolitieke trends die de productie of toevoer van het zwarte goud kunnen verstoren. Naast die twee tijdelijke elementen is er ook nog een meer fundamentele trend, die nog moeilijk zal kunnen worden gestopt: de langzame stijging van de vraag naar olieproducten. Zo zijn de specialisten van Barclays Capital van mening dat "de vraag naar olie vanuit de OESO-landen langzaam maar zeker herstelt, wat ervoor zorgt dat de kloof tussen vraag en aanbod kleiner wordt en de weg vrijmaakt voor een geleidelijke stijging van de olieprijzen in de komende weken." De stijging van de vraag naar olieproducten zou volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) bovendien in 2010 groter kunnen zijn dan verwacht. Het agentschap gaat uit van een wereldwijde vraag van gemiddeld 86,57 miljoen vaten per dag. Het heeft zijn schattingen voor de vraag in 2009 en 2010 met 70.000 vaten per dag verhoogd ten opzichte van zijn schattingen in februari. Volgens de berekeningen van deze in Parijs gevestigde instelling zal de groei van de vraag tussen 2009 en 2010 dus 1,57 miljoen vaten per dag bedragen. "Wij hebben onze cijfers voor 2009 en 2010 opgetrokken vanwege de sterke vraag vanuit de landen buiten de OESO", verklaarde het IEA. Van de drie belangrijkste waarnemers van de oliemarkt is het IEA echter de meest optimistische met betrekking tot de groeivooruitzichten voor de olievraag dit jaar. De OPEC (organisatie van olie-exporterende landen) verwacht op haar beurt een groei van 880.000 vaten per dag, terwijl de toekomstvoorspellers van de Amerikaanse regering rekenen op een stijging van 1,5 miljoen vaten per dag voor 2010. Dat herstel van de vraag naar olieproducten na twee jaren van stagnatie is vooral te danken aan het feit dat de gulzigheid van de opkomende landen alsmaar grotere proporties aanneemt. Zo is de vraag vanuit China in januari 2010 met 28 % gestegen ten opzichte van januari 2009. Het IEA heeft daarom zijn vooruitzichten voor de Chinese vraag naar olieproducten opgetrokken met 130.000 vaten per dag in vergelijking met zijn vorige prognose van 9 miljoen vaten per dag. Terwijl de vraag traag maar gestaag de hoogte ingaat, wordt het aanbod onder controle gehouden om de producenten een redelijke prijs te kunnen blijven garanderen. In het tweede kwartaal van 2008, toen de prijzen in vrije val verkeerden, beslisten de OPEC-landen om hun productie te beperken. Die beslissing bleef tijdens de laatste vergaderingen gehandhaafd. Ook de productiebeperking in niet-OPEC-landen (die soepeler is zodra de olieprijs boven 60 dollar uitkomt), waartoe beslist werd door de oliebedrijven die weigeren om niet-rendabele afzettingen te exploiteren, is nog steeds van kracht. Om een te snelle stijging van de olieprijs te voorkomen, zullen de exporterende landen nu echter hun aanbod lichtjes optrekken. Ze hebben er immers geen baat bij om het prille economische herstel in de kiem te smoren, want dat zou opnieuw kunnen leiden tot een daling van de vraag. Het IEA verwacht dat de productie van de landen buiten de OPEC dit jaar met 300.000 vaten per dag zal stijgen tot 51,8 miljoen vaten per dag. 2010 zal niet de geschiedenis ingaan als het jaar van de nieuwe recordprijzen voor olie. De vraag in de ontwikkelde landen komt slechts langzaam op gang. De consensus verwacht een Brent-prijs van 85 dollar tegen het einde van het jaar. Op lange termijn echter kan de prijs van olie alleen maar de hoogte ingaan, om de eenvoudige reden dat het aanbod beperkt is (vooral na twee jaar zonder veel investeringen) en omdat de vraag alsmaar blijft toenemen, vooral in de opkomende landen. (C) door Karine HuetHet herstel van de vraag naar olieproducten na twee jaren van stagnatie is vooral te danken aan het feit dat de gulzigheid van de opkomende landen alsmaar grotere proporties aanneemt.