Hoewel hij het naar eigen zeggen rustig aan wil doen, is het de voorbije vijf jaar heel snel gegaan voor Bruno Pieters. De in Brugge getogen ontwerper kreeg voor zijn eindwerk van de Antwerpse winkel Cocodrillo de prijs voor het beste schoenenontwerp en een luttele twee jaar later stelde hij zijn eerste haute-couturecollectie voor. Toen had hij al stage gelopen bij Martin Margiela, Josephus Thimister en Christian Lacroix. De couturecollectie was voor Pieters een kinderdroom die werkelijkheid werd. "Als tiener was ik gefascineerd door de couturecreaties in de boekjes van mijn moeder. Ik heb maar twee couturecollecties gemaakt. Dat volstond. Ik had gezegd wat ik wou zeggen. Prêt-à-porter is essentieel. De manier van werken is voor mij dezelfde. Het enige verschil is dat het geen unieke stukken zijn. Het belangrijkste bij die collectie was mezelf promoten," zegt Pieters.
...

Hoewel hij het naar eigen zeggen rustig aan wil doen, is het de voorbije vijf jaar heel snel gegaan voor Bruno Pieters. De in Brugge getogen ontwerper kreeg voor zijn eindwerk van de Antwerpse winkel Cocodrillo de prijs voor het beste schoenenontwerp en een luttele twee jaar later stelde hij zijn eerste haute-couturecollectie voor. Toen had hij al stage gelopen bij Martin Margiela, Josephus Thimister en Christian Lacroix. De couturecollectie was voor Pieters een kinderdroom die werkelijkheid werd. "Als tiener was ik gefascineerd door de couturecreaties in de boekjes van mijn moeder. Ik heb maar twee couturecollecties gemaakt. Dat volstond. Ik had gezegd wat ik wou zeggen. Prêt-à-porter is essentieel. De manier van werken is voor mij dezelfde. Het enige verschil is dat het geen unieke stukken zijn. Het belangrijkste bij die collectie was mezelf promoten," zegt Pieters. In dat opzet slaagde hij ruimschoots: hij kreeg lovende commentaren van de internationale modegoeroe en -journaliste Suzy Menkes en wekte de interesse van kopers in Japan en Europa. Na vijf jaar hard werken lijkt Pieters op een keerpunt beland. Onlangs kreeg hij te horen dat de verkoopcijfers van de vrouwencollectie verdubbeld zijn, in november vorig jaar won hij de prestigieuze Swiss Textile Awards (eerder gewonnen door onder meer Raf Simons, Christian Wijnants en Haider Ackerman) en enkele dagen geleden stelde hij zijn eerste mannencollectie voor. "Het is precies zoals iedereen het altijd zegt: het duurt vijf jaar voor je echt naam begint te maken als ontwerper. De vorige generatie Antwerpse ontwerpers, van Walter Van Beirendonck tot Veronique Branquinho, was meteen bekend, maar bij mijn generatie gaat het rustiger. Misschien zijn we daarom des te taaier. Ik heb alles op korte tijd geleerd, maar ik weet heel goed waar ik mee bezig ben. Ik begon net op het moment dat de aanslagen op de WTC-torens de modewereld verlamden. Het angstzweet brak me toen even uit, maar het is goed verlopen. Ik heb twee jaar serieus getwijfeld of ik wel onder mijn eigen naam zou beginnen, maar het is een goede beslissing gebleken. Natuurlijk werken we hard om het nog beter te doen. Bijna de helft van onze verkoop realiseren we in Japan, nu richten we ons volop op Europa."Maar eerst dus de mannencollectie, die Pieters tussen 29 en 31 januari voorstelde. Hij liep al langer rond met de idee, maar de lijn is er uiteindelijk gekomen op vraag van de Japanse winkel Addition Adelaide, die een concept store opende in Tokio. "Ik had een kleine stimulans nodig om eraan te beginnen. Zelf zou ik er nu niet mee gekomen zijn. We zijn nog maar vijf jaar bezig en ik doe liever alles stap per stap. Ik stelde de mannencollectie apart voor in januari, omdat ik ze voor zichzelf wilde laten spreken. Het werd ook geen echte modeshow voor mannen, omdat ik dat een beetje een raar idee vindt, mannelijke mannequins. Het is niet mijn ding. De vrouwencollectie heeft geen invloed gehad op de mannenkledij. Het is eerder omgekeerd: doordat ik met herenkledij bezig was, is mijn vrouwencollectie toegankelijker geworden. Misschien zijn de verkoopcijfers daardoor nu zo goed. Mannenkledij is strakker dan vrouwenkledij. Daarom ben ik eerst bezig geweest met vrouwenmode: je kan meer laten zien als ontwerper."Elegantie en verfijning zijn zowel bij de mannen- als de vrouwencollectie de sleutelwoorden in de collecties van Bruno Pieters. Zijn creaties vallen niet toevallig in de smaak bij popmuzikanten: Roisin Murphy (Moloko), Skin van Skunk Anansie, Tori Amos, Els Pynoo (Vive La Fête) en An Pierlé droegen allemaal Pieters' stukken. "Soms is dat maar voor een fotoshoot, maar het is wel leuk om te horen. Maar ik geniet er evenveel van als ik iemand op straat zie rondlopen met mijn creaties. Ook om te zien hoe ze het gecombineerd hebben. Daar doe ik het ook voor."Technische kwaliteit en vakmanschap zijn de troeven van Pieters. Ironisch genoeg had hij net daarin een achterstand toen hij aan de modeacademie begon. "Ongetwijfeld is dat een vorm van compensatie geweest, zeker in het eerste jaar. Ik had schade in te halen. Ik kwam van de kunsthumaniora, terwijl veel mensen uit mijn jaar al een modeopleiding gekregen hadden. Ik had constant het gevoel dat ik verder moest staan dan mijn medestudenten."Hij spreekt met een rust die een zenmonnik hem zou benijden, maar toch houdt Pieters de touwtjes stevig in handen. Af en toe klopt een medewerker bij hem aan om hem iets te vragen of om hem een bestelbon te laten ondertekenen. Hij houdt alles nauwgezet in de gaten, van begin tot einde. "Een controlefreak? Misschien wel, maar ik ben in de eerste plaats in alles geïnteresseerd. Ik ben een workaholic, een privéleven heb ik niet. Dat moet ook. We zijn een klein bedrijf, we werken met slechts vier mensen. Da's dus keihard ertegenaan gaan. Ook voor mijn medewerkers. Ik ben veeleisend, maar we plukken er ook de vruchten van. Het is een kwestie van geven en nemen. Ik vind het leuke aan mode net dat het zo allesomvattend is: creëren, stoffen kiezen, fotografie, muziek, de website... Alleen met het commerciële houd ik me minder bezig. Toen ik van de modeacademie kwam, had ik op dat vlak sowieso nog alles te leren. Ik wist niet wat een echt bedrijf inhield. Als student lig je daar niet wakker van. Maar ik heb altijd de ambitie gehad om het helemaal zelf te maken, zonder hulp van mijn familie."Pieters droomt al langer van een eigen winkel, op het gelijkvloers van zijn atelier in Antwerpen, maar kijkt de kat uit de boom. "Voor een eigen winkel in België zoeken we iemand met ervaring en het juiste profiel. Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Daarom werk ik ook zo graag samen met Delvaux, waarvoor ik sinds 2004 accessoires maak." De kleding van Bruno Pieters is te koop in Les Passantes in Rijsel, Concrete en Bluebird in Londen, Joseph in Parijs, Oibus en Oorcussen in Gent, Pied de Poule in Oostende, Sketch in Knokke, Walter in Antwerpen. De mannencollectie is te vinden in Walter (Antwerpen) en Obius (Gent). Info: www.brunopieters.comDominique Soenens