Ik schrik als ik lees hoelang de Britten na de Tweede Wereldoorlog op oorlogsrantsoenen hebben geleefd. Snoep bleef er gerantsoeneerd tot 1953. In België stopte de rantsoenering al op 1 januari 1949. Ontbrak het ons aan discipline? Of waren we de kampioenen van de vrije markt?
...

Ik schrik als ik lees hoelang de Britten na de Tweede Wereldoorlog op oorlogsrantsoenen hebben geleefd. Snoep bleef er gerantsoeneerd tot 1953. In België stopte de rantsoenering al op 1 januari 1949. Ontbrak het ons aan discipline? Of waren we de kampioenen van de vrije markt? We mogen geen oorlogseconomie worden, maar we mogen ook niet vergeten dat een samenleving niet zomaar van de ene dag op de andere een zware crisis afschudt. Na covid-19 en de oorlog in Oekraïne spreken zelfs de meest geharde optimisten over een herstel van vijf tot tien jaar. En dan mogen er geen nieuwe mokerslagen komen. Karl Popper heeft gesteld dat optimisme een morele plicht is, maar het woord 'plicht' is sinds vele jaren uit de mode. Onze eerste plicht is een brede maatschappelijke consensus op te bouwen. Op zijn zachtst uitgedrukt kun je stellen dat die zoek is geraakt. We hebben nog wel enkele gemeenschappelijke vijanden, zoals Vladimir Poetin, klimaatsaboteurs, gasrekeningen en onderdrukkers van minderheden, maar het is hoe langer hoe moeilijker duidelijk te stellen waar we voor staan. We zitten op ramkoers met het economische vooruitgangsidee. Nee, we worden er met z'n allen niet rijker op. Nee, het is helemaal niet zeker dat onze kinderen en kleinkinderen het beter zullen hebben dan wij. Het idee dat we met z'n allen verarmen en we daar bitter weinig aan kunnen doen, is niet zo leuk, maar wel realistisch. Kapitalisme lijkt ook niet echt het antwoord. Dat is te koud, te eng en te weinig op mensen gericht. Het is, om het met de woorden van Charles Handy te zeggen, een lege regenjas. Er zit niemand in om zich te beschermen tegen de regen. Populisten hebben wel een boodschap en spelen in op onze diepste emoties. Terwijl religie eeuwenlang onze niet-rationele zijde - onze hang naar verbondenheid, rechtvaardigheid en zingeving - bespeelde, verliest dat aanbod bijna dagelijks aan kracht. Populisten vallen in naam van het volk de onrechtvaardigheid aan, het verlies van de grootsheid van onze natie en vieren de wederopstanding van de kleine burger. Dat doet verdacht veel aan fascisme denken. Ik heb me soms afgevraagd wat fascisme zo aantrekkelijk maakt. Nu meen ik het te weten. Die ideologie geeft een antwoord op de vragen en de verzuchtingen waar de idealen van de Verlichting falen. Maar onze collectieve samenleving louter op onze niet-rationele dimensies opbouwen, leidt al te gemakkelijk tot vreselijke ontsporingen: vervolging, uitsluiting of uitroeiing. In mijn badkamer hangt de reproductie van een ets van Goya met als titel: El sueño de la razón produce monstruos - de slaap van de rede verwekt monsters. Er zit onwaarschijnlijk veel druk op de ketel. Maar de klassieke antwoorden voldoen niet meer. Je moet ziende blind zijn om niet te beseffen dat een markteconomie ons welvaart brengt. Maar die wordt gekaapt door het kapitalisme, dat er vooral voor zorgt dat een kleine groep nog wat rijker en machtiger wordt. Ik huiver als ik lees hoe een succesvolle zakenman als Elon Musk zich plots bemoeit met van alles en nog wat. Uiteraard geloof ik niet dat Bill Gates een chip heeft geplant in de vaccins, maar ik deel wel de kritiek dat een kapitalist, via zijn liefdadigheidsfonds weliswaar, een onrechtmatig grote invloed kan uitoefenen op de gezondheid in de hele wereld. De harde kanten van het kapitalisme werden afgetopt door de sociale zekerheid, volgens mij nog altijd een van de grootste verdiensten van de westerse samenleving. De burger hoeft zich geen zorgen te maken over de grote tegenslagen in het leven. Maar diezelfde burger weet maar al te goed dat we nog altijd geen nieuw verhaal hebben dat een antwoord geeft op onze nieuwe onzekerheden.